ANGELS OF THE UNIVERSE
Vulkaan op de afgrond
Angels of the universe: Man in de war
Schizofrenie zit diepgeworteld in de IJslandse cultuur, meent een psychiater in Angels of the universe van Fridrik Thór Fridriksson. De maker heeft er ook last van, want ook zijn film is schizofreen.
Laten we eens een open deur intrappen: als het met jongeren in de adolescentie fout gaat, gaat het ook goed fout. In Angels of the universe — gebaseerd op de gelijknamige roman van Einar Már Gudmundsson — is van meet af aan duidelijk dat het met Paul (Ingvar E. Sigurdsson) niet goed zal aflopen. Hij groeit op in een gezin met traditioneel ingestelde ouders die zich om hem bekommeren. Er zijn slechtere milieus denkbaar om in op te groeien, maar Paul ervaart het leven thuis als benauwend.
Allemaal niet onoverkomelijk op weg naar volwassenheid, maar Paul voelt zich ook een groot dichter, ‘alleen weten de mensen dat nog niet’. Omdat Paul van dat grote dichterschap geen bewijzen levert, maar volstaat met ronkende intentieverklaringen (‘Ik wil de woestenij vastleggen, de chaos in onszelf’) beginnen we voor zijn geestelijke gezondheid te vrezen. We voelen dat deze jongen zich gaat verstrikken in zijn rebels-romantische kaartenhuis. De nekslag wordt hem toegediend door een meisje, dat het aanvankelijk wel spannend vindt om met de rommelende vulkaan om te gaan, maar die onder druk van haar rijke ouders snel vlucht in een huwelijk met een jongen die beter bij haar milieu past.
Hitler
Keken we tot zover naar de intrigerende teloorgang van een jongen die verdwaalt in het leven, halverwege maakt de film een schizofrene draai als Paul wordt opgenomen in een inrichting. De film richt zich niet langer op Pauls innerlijke demonen, maar op het regime in de inrichting. Plotseling zien we een IJslandse One flew over the cuckoo’s nest, waar hardhandige verplegers lastige patiënten als Paul in elkaar slaan of platspuiten. In overeenstemming met de achterhaalde anti-psychiatrische visie die uit de film spreekt, wordt de inrichting bevolkt door kleurrijke, verbaal begaafde patiënten, die zich het hoofd breken over filosofie en samenleving. Onder meer Nietzsche ("God is dood. Nietzsche heeft hem vermoord") en de moord door Hitler op psychiatrische patiënten ("Hij bracht in de praktijk wat veel mensen denken") worden bediscussieerd.
Voor de muzikale begeleiding zorgt een gitaarspelende patiënt, wat de gezelligheid ten goede komt. Kortom, we kijken naar een psychiatrische rebellenclub die niet van de straat is. Het verbaast niet dat we het groepje sigarenrokend en cognac-drinkend onder valse namen aantreffen in het duurste restaurant in Reykjavik. Geestig, maar het roept de vraag op waarom deze lolbroeken en halfbakken filosofen eigenlijk in een psychiatrische inrichting zitten. De maker weet het ook niet, want hij laat Paul zeggen dat ‘het gekkenhuis’ overal is. Er spreekt een gemakzuchtige, luie visie uit, die de ernst van psychiatrische stoornissen bagatelliseert.
Angels of the universe had een aangrijpende film kunnen worden over een jongen die verstrikt raakt in zichzelf en bij wie hulp niet baat. Aanvankelijk lijkt het Fridriksson te gaan om de nauwelijks te accepteren gedachte dat niet ieder mens te redden is, maar uiteindelijk maakt hij het zichzelf — en de kijker — gemakkelijk door de schuld van Pauls ondergang bij ‘de samenleving’ te leggen. Burgerlijke ouders, een liefdeloos meisje en cynische verplegers in een inrichting drijven hem naar de afgrond. Hij had ook het IJslandse weer de schuld kunnen geven, want dat was even overtuigend geweest.
Jos van der Burg