Andiamo a bere l’ultima

Kwajongens op leeftijd

Datum
07-10-2026
Auteur
Verschenen in
Regie
Francesco Sossai
Te zien vanaf
29-10-2026
Land
Italië, Duitsland, 2025

Andiamo a bere l’ultima

Na de première vorig jaar in Cannes kreeg deze roadmovie vervolgens in eigen land maar liefst acht Donatello Awards, de Italiaanse filmprijzen. Niet slecht voor een film over twee vermoeide vijftigers.

Een vermakelijke gimmick in deze melancholisch-komische zwerftocht met twee uitgerangeerde sjoemelaars is dat ze na ieder laatste drankje toch weer met een ondeugende blik besluiten een volgende bar te zoeken. Typerend voor de laconieke humor is het moment waarop ze ontdekken dat ze zich bezatten met 0.0-bier.

Andiamo a bere l’ultima gaat niet over verslaving, maar eerder over een manier om je met een soort brutaliteit door het leven te slaan. Ontwakend uit een roes merkt een van het duo op: “Ik ben het even kwijt, maar we hadden iets ongelofelijks ontdekt over het leven.” Om dan, met weer nieuwe borrels op, achter het stuur te gaan zitten en vol gas te geven bij een politiecontrole.

De tegelijkertijd vermoeid en olijk ogende vijftigers Doriano en Carlobianchi sloegen ooit een geweldige slag met een lucratieve zwendel. Die opbrengst hebben ze inmiddels verbrast, en ze hebben nu hun hoop gevestigd op de terugkeer van hun toen­malige maat Genio, die een deel van de buit nog ergens verborgen moet hebben.

Intussen stuiten ze op de verlegen en heimelijk verliefde architectuurstudent Giulio die niet drinkt of danst, maar zich, aanvankelijk tegenstribbelend, toch door hen op sleeptouw laat nemen.

Volgens regisseur Francesco Sossai begon het als een grap. Een verzameling afgeluisterde gesprekken was het ruwe materiaal waarmee hij en coscenarist Adriano Candiago aan de slag gingen. Inderdaad proef je veel maakplezier in de collage van belevenissen. Maar het zijn vooral de vaak close gefilmde acteurs die de film innemend maken. Hun koppen stralen uit dat hun personages al veel achter de kiezen hebben. Samen met hun nieuwe makker Giulio nemen ze je mee in een soort flow waarin uitbundige muzikale clubsessies, een brutaal staaltje bedrog en een flirt met een graaf afwisselen met rustiger momenten en sobere maar treffende locatiebeelden.

De uitwerking van de personages gaat niet heel ver, maar af en toe is er een hint, en soms breekt even een pijnlijke gedachte door dat schild van joligheid. Je voelt met ze mee en het is mooi om bijna terloops te zien hoe die kwajongens op leeftijd en de zelfverzekerder wordende Giulio iets voor elkaar betekenen. Charme zit ook in het feit dat iedereen er iets anders in kan zien. Van je niet meer thuis voelen in een veranderde wereld tot de grilligheid van het leven of het pakken van het moment. “Er komt nooit een andere keer”, leert Giulio van het tweetal.