Weer niet in Cannes
Hier lopen geen Nederlandse makers.
Nog een paar jaar en dan vieren we in Nederland een treurig veertigjarig jubileum: in 1974 was er voor het laatst een Nederlandse film (mariken van nieumeghen van Jos Stelling) in het hoofdprogramma in Cannes. Ook de komende editie schittert de Nederlandse film door afwezigheid.
De 64e editie van het Filmfestival in Cannes, dat van 11 t/m 22 mei wordt gehouden, bevat zoals altijd werk van gevestigde namen en een paar nieuwkomers.
De usual suspects zijn:
Pedro Almodóvar (la piel que habito)
Nuri Bilge Ceylan (once upon a time in anatolia)
Jean-Pierre en Luc Dardenne (le gamin au velo)
Paolo Sorrentino (this must be the place)
Aki Kaurismäki (le havre)
Naomi Kawase (hanezu no tsuki)
Terrence Malick (the tree of life)
Miike Takashi (hara-kiri: death of a samurai)
Lars von Trier (melancholia)
Radu Mihaileanu (la source des femmes)
Nanni Moretti (habemus papam)
Lynne Ramsay (we need to talk about kevin)
Alain Cavalier (pater)
De nieuwkomers zijn:
Julia Leigh (sleeping beauty)
Maïwenn (polisse)
Nicolas Windig Refn (drive)
Markus Schleinzer (michael)
Bertrand Bonello (souvenirs de la maison close)
Joseph Cedar (herat shulayim)
Als we naar de wereldkaart kijken, zijn Spanje, Turkije, Italië, België, Finland, Japan, VS, Denemarken, Roemenië, Schotland, Frankrijk, Oostenrijk, Australië en Israël in Cannes aanwezig. Kortom, ongeveer de halve wereld heeft films op dit festival, maar Nederland niet. Wat doet Nederland verkeerd? We kunnen in ieder geval constateren dat het een paar jaar geleden ingezette beleid van het Filmfonds om weer eens een Nederlandse film in Cannes te krijgen nog niets heeft opgeleverd. Buiten Nederland wil niemand onze films zien. Ach wat moeten we ook in Cannes; we hebben toch new kids turbo! en gooische vrouwen? Is veel gezelliger dan die elitaire filmculturele highbrow-sfeer in Cannes. Laten we gewoon kaas en baggerwerkzaamheden blijven exporteren.
Jos van der Burg