Webfilm: Compromisloze visie
Deze week werd Hongaarse filmauteur Béla Tarr zestig jaar oud. Een mooi moment om de korte film Prologue, Tarrs bijdrage aan omnibusfilm Visions of Europe, weer eens terug te kijken.
De camera is in Béla Tarrs Prologue onafgebroken in beweging, al heb je lange tijd geen idee waar hij op af stevent. We zien in de zwart-witte beelden namelijk alleen maar sombere gezichten, heel veel sombere gezichten, van heel veel sombere mensen, waar de camera langsglijdt, begeleid door een indringende, cyclische soundtrack van Tarrs vaste componist Mihály Víg. Wie zijn die mensen? Waarom staan ze stil? Waarop zitten ze te wachten? Zoals kenners van Tarr gewend zijn, geeft hij die antwoorden niet zomaar weg.
Pas na enkele minuten (en na heel veel meer sombere gezichten) wordt duidelijk waar Tarrs Prologue naartoe werkt: de camera staat stil bij een raam, een meisje doet open en deelt soep en brood uit. Dan pas komt er beweging in de mensenmassa. Ze stonden al die tijd te wachten op een maaltijd. Het is een heftige boodschap voor een korte film die als inleiding voor de omnibusfilm Visions of Europe diende.
Tarrs visie op Europa is grauw, deprimerend en compromisloos; allemaal beschrijvingen die overigens ook voor zijn contemplatieve slow cinema gelden. Niet voor niets maakte Tarr internationale furore met het 450 minuten durende existentiële opus Satanstango (1994). De speelduur van Prologue valt relatief mee, maar de boodschap blijft overeind: er zijn mensen met honger in Europa. We moeten hen niet vergeten.
Er kunnen zoveel vragen gesteld worden bij het werk van Tarr — dat maakt zijn cinema ook zo bijzonder — maar in het geval van Prologue is er één overkoepelende: wat betekent het om een Europeaan te zijn? De film kwam uit in 2004, het jaar dat Hongarije toetrad tot de EU. Probeerde Tarr een beroep te doen op zijn nieuw verkregen mede-Europeanen? Toont hij aan dat ook deze mensen, in de rij voor de gaarkeuken, Europese burgers zijn? Of laat hij zien dat er niet zoiets is als één Europa, tenminste, niet zolang er armoede en ongelijkheid is?
Hoe dan ook: hij drukt ons met de neus op de feiten. Zouden wij ons ooit met hen verwant voelen als we ze niet in deze film zouden zien? Voelen wij ons eigenlijk wel verwant met de armen in ons eigen land? Beschouwen we een Nederlandse zwerver wel als een Nederlandse burger? Het is wonderbaarlijk om te zien hoe één onafgebroken shot al die onzekerheden kan oproepen. Het is alsof Tarr met elke meter die hij de camera verplaatst, de grond verder onder onze voeten vandaan trekt, totdat we op geen enkel fundament meer kunnen staan en enkel op onszelf toegewezen zijn. Dat zo’n kleine film als deze zo’n groot resultaat teweeg kan brengen is een wonder. Het toont de kracht van deze onconventionele filmmaker, en bovenal de overrompelende kracht van het filmische medium dat in de goede handen echt iets kan vertellen door alleen maar iets te tonen.
Hugo Emmerzael