Stimuleringsregeling verruimd: ook voor tv en low-budget
Love and Friendship, een van de 220 producties die sinds 2014 gebruik heeft gemaakt van cash rebate
De cash rebate, de stimuleringsregeling van het Nederlands Filmfonds om meer internationale (co)producties naar Nederland te halen, zal voortaan voor meer producties toegankelijk zijn. Ook televisieseries en low-budget speelfilms kunnen aanspraak maken. Daarnaast kan een hogere bijdrage worden aangevraagd. Het fonds komt daarmee tegemoet aan wensen uit de filmsector.
De stimuleringsmaatregel werd gelanceerd in de zomer van 2014, tijdens het filmfestival van Cannes. Het is een cash rebate regeling op basis waarvan producenten een bijdrage krijgen van maximaal 30% op de productiekosten gemaakt in Nederland. Veel andere landen hebben al jaren zo’n regeling, met het oog op het aantrekken van internationale coproducties. Dat de Nederlandse cash rebate een positief effect heeft op de vaderlandse filmindustrie staat volgens Doreen Boonekamp, directeur van het Nederlands Filmfonds, als een paal boven water. "Meer dan 220 producties ontvingen sinds de start een bijdrage. Ook het aantal internationale coproducties dat Nederland als partner opzoekt neemt toe. Gemiddeld 67% van de Nederlandse films is de afgelopen jaren tot stand gekomen via internationale coproducties."
Toch werd er geklaagd in de sector. De regeling zou niet ver genoeg gaan. Mede daardoor zou ook het beschikbaar gestelde jaarbudget van €19,25 miljoen niet ten volle worden benut. "Van alle regelingen die we hebben, wordt periodiek bekeken wat het effect is en hoe het beter kan", stelt Boonekamp. "En dat is dus ook gebeurd met de cash rebate. We hebben geluisterd naar input uit eigen land en naar wat de vraag is uit het buitenland. Op basis daarvan hebben we aanpassingen gemaakt. Vanaf 1 oktober 2017 worden die van kracht."
Een belangrijke aanpassing betreft het vereiste minimumbudget. Dat staat nu nog op €1 miljoen voor speelfilms en €250.000 voor documentaires. Makers van low-budgetfilms — vaak samenwerkend met partijen uit centraal Europa waar kosten lager zijn — konden tot nu toe alleen een reguliere realiseringsbijdrage aanvragen maar dat budget wordt sterk overvraagd. Met een verlaging van het minimumbudget tot €600.000 komt de cash rebate ook binnen hun bereik.
"Wij zien dat de verhoudingen in de financiering de laatste jaren aan het verschuiven zijn.", stelt Boonekamp. "Marktpartijen als distributeurs hebben steeds minder te investeren. Ons aandeel en dat van collega-fondsen in het buitenland wordt groter. Daar komt bij dat het toegenomen aanbod onderscheidend vermogen nog belangrijker maakt. Een productiebudget dat ruimte biedt voor de benodigde cinematografische kwaliteit en production value is dus essentieel." Om die reden verhoogt het fonds haar maximale bijdrage van €1 miljoen tot €1,5 miljoen. Ook kunnen filmproducties onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een hogere cash rebate — 35% in plaats van 30% — als ze bijvoorbeeld een bepaald percentage aan digitale productiekosten in Nederland besteden. Het gaat dan om animatiewerkzaamheden, visual effects en nabewerking van beeld en geluid.
Ook makers van (televisie)series komen in aanmerking voor de vernieuwde cash rebate-regeling. Het gaat om animatie, documentaire en drama. Boonekamp: "De film- en televisiesector raken steeds sterker verweven, het kijkgedrag verandert en internationaal neemt de ontwikkeling van high-end tv-series een vlucht. In andere landen, zoals Duitsland, is het al zo dat hoogwaardige series in aanmerking komen voor stimuleringsregelingen. Daar willen we ons bij aansluiten. Op deze manier kan Nederland een rol nemen in de productie van internationale series en kan ook de ontwikkeling van internationaal aansprekende kwaliteitsseries in Nederland extra worden gestimuleerd. De regels zijn grosso modo hetzelfde als voor films. Er wordt €10 miljoen ingezet voor een pilot die een jaar duurt. Als die blijkt te werken, bekijken we onder welke voorwaarden tot een structurele uitwerking kan worden gekomen. Voor filmproducties blijft jaarlijks €19,25 miljoen beschikbaar."
Boonekamp sluit niet uit dat dit de laatste aanpassingen zijn aan de stimuleringsmaatregel. "Zo’n regeling heeft tijd nodig om zich te bewijzen. Andere landen zijn er al tien jaar mee bezig en Nederland moet zijn positie op de coproductiemarkt opnieuw veroveren. Daarnaast moeten we ook flexibel zijn en reageren op ontwikkelingen in de sector. De manier waarop we nu inspelen op de daling van gemiddelde productiebudgetten is daar een voorbeeld van."
Edo Dijksterhuis