Raad voor Cultuur wil Nederlandse quota voor Netflix en Amazon
Eén breed fonds voor de gehele audiovisuele sector, alle Nederlandse VOD-kanalen bundelen, extra heffingen en quota voor Nederlandse producties afdwingen bij superplatforms als Netflix en Amazon. Dat zijn de belangrijkste punten in het advies van de Raad voor Cultuur voor de audiovisuele sector. Het werd gisteren gepresenteerd in de Tolhuistuin in Amsterdam.
Het rapport waarover "een jaar lang over is gepraat, geschreven en geschrapt", zoals commissievoorzitter Guido van Nispen het stelde, heeft de titel Zicht op zoveel meer meegekregen. Het is een van de acht rapporten die de Raad voor Cultuur uitbrengt over delen van de cultuursector. Ze zijn bedoeld voor de bewindvoerders van het nieuwe kabinet, die de aanbevelingen kunnen gebruiken als bouwstenen voor beleid.
De Raad voor Cultuur constateert dat de marktwerking in de audiovisuele sector te ver is doorgeschoten. Hierdoor krijgen internationale superplatforms als Netflix, Amazon, Facebook en YouTube te veel invloed. Ze overheersen het aanbod waardoor Nederlandse producties uit zicht dreigen te raken, media-inkomsten naar het buitenland vloeien en reclamegeld wordt weggezogen bij de publieke omroep. Behalve een economisch argument bracht de Raad voor Cultuur ook nog een ethische overweging in stelling. De dominantie van commerciële buitenlandse partijen doet afbreuk aan de identiteit-vormende kwaliteit van de sector: er worden geen Hollandse verhalen meer verteld. Superplatforms bedienen alleen de consument en niet de burger.
En daarom moet de overheid ingrijpen, vindt de Raad voor Cultuur. Natuurlijk kost dat geld, maar het is vooral een kwestie van bestaande budgetten anders gebruiken. De drie pijlers waar de Raad op inzet zijn mediawijsheid, kwaliteit en innovatie. Er wordt hierbij ook een dringende oproep gedaan aan de sector zelf om vooral meer samen te werken.
Dat samenballen van krachten moet ook plaatsvinden in de financiering. De Raad pleit voor het omvormen van het Nederlands Filmfonds tot één breed audiovisueel fonds. Dat zou met selectieve en automatische regelingen de kwaliteit, productie en promotie van Nederlandse audiovisuele productie moeten stimuleren.
De huidige situatie met meerdere VOD-kanalen voor Nederlandse content is de Raad een doorn in het oog. Ze adviseert om Videoland, NPO Plus en NLZiet samen te gaan tot één hoogwaardig kanaal. Niels Baas, managing director van NLZiet die na de presentatie zijn mening mocht geven in een paneldiscussie, vindt dit een goed idee aangezien "het aanbod nu totaal versnipperd is en we samen beter kunnen concurreren met de grote buitenlandse spelers". Hij gaf echter toe dat het tot nu toe nog niet gelukt was om tot een gesprek te komen met andere VOD-aanbieders.
Wellicht het meest opmerkelijke punt in het advies van de Raad is het voorstel voor heffingen en quota. Die heffingen zouden alle eindexploitanten betreffen en zijn in landen om ons heen al gemeengoed. Door een extra belasting van 2 tot 5 procent op de omzet kan een financieel fundament worden gelegd onder de av-industrie. Die heffing geldt de verkoop en verhuur van av-content, abonnementen, kabelaansluitingen, bioscopen en de advertentieomzet van platforms met av-content. Het geld dat wordt opgehaald gaat naar de makers aan het begin van de productieketen. Een circulair systeem, zoals de Raad het beschrijft.
Exploitanten zouden onder die heffingen uit kunnen komen door simpelweg geen Nederlandse content meer aan te bieden. Maar de Raad koppelt haar pleidooi aan het advies om quota in te stellen. Alle exploitanten, van bioscoop tot internetplatform, moeten een bepaald percentage van hun aanbod laten bestaan uit producties van Nederlandse bodem. Ook Netflix en Amazon zouden dus Nederlandse films en series moeten uitzenden. Dat ze daarmee zouden concurreren met een gezamenlijk Nederlands VOD-kanaal erkent de Raad, maar ze vindt een grotere zichtbaarheid van Nederlandse producties belangrijker dan het beschermen van een exclusief distributiekanaal. Het afdwingen van quota voor nationale producties is overigens niet zonder precedent. In Denemarken vertegenwoordigt een ’tech ambassador’ de Deense av-industrie richting internationale platforms. In Frankrijk is Netflix verplicht om 20% Frans aanbod te leveren. In 2015 maakte het bedrijf zijn eerste Franse serie, Marseille, en vele volgden.
Het laatste advies betrof de film- en seriekijker van morgen. De Raad wil een "betonvloer" storten voor mediawijsheid en filmeducatie in het onderwijs. Het moet worden opgenomen in het kerncurriculum van zowel het basis- als het voortgezet onderwijs. Ook moeten er filmeducatiehubs komen per regio — zoals die al bestaan in bijvoorbeeld Nijmegen — en filmvertoningen in het onderwijs zouden moeten worden vrijgesteld van btw.
Edo Dijksterhuis