Opening IFFR 2012: ‘Wie zwijgt is sowieso de lul’
38 témoins
Gisteren opende het Filmfestival Rotterdam met 38 zwijgende getuigen, boegeroep voor de staatssecretaris en een lesjes filmbusiness voor beginners.
Of je nu zwijgt of je mond opendoet, je verliest hoe dan ook. Dat leek de sombere conclusie van 38 témoins van Lucas Belvaux, de wereldpremière die gisteren het Filmfestival Rotterdam opende. Regisseur Belvaux (in Nederland vooral bekend van de trilogie Cavale, Un couple épatant en Après la vie uit 2002) wil dat daags erna in een interview graag nuanceren: "Wie zwijgt is sowieso de lul; hoofdpersoon Pierre zwijgt te lang. Je kunt je beter uitspreken en verliezen, dan zwijgen en verliezen. Dát is de morele boodschap van de film." Meer daarover in de Filmkrant van juni, als de film in de Nederlandse bioscopen te zien zal zijn.
Zwijgen of spreken. Dat leek ook wel het onuitgesproken motto voor het 41ste Filmfestival Rotterdam, dat gisteren aftrapte met de serieuze Belvaux voor de genodigden en het frivole King Curling voor het publiek. Er was aandacht voor de Arabische Lente en de eerste verjaardag van de Egyptische opstand op het Tahrir-plein en het Power Cut Middle East-programma dat het festival middenin de wereld plaatst. Er was boegeroep voor Halbe Zijlstra, de Staatssecretaris voor Cultuur, die de Nederlandse intellectuele en culturele wereld met zijn neo-liberalistische bezuinigingsideologie probeert af te breken. Er waren IFFR-sterregisseurs op de eerste rij: Wang Xiaoshuai, Bouli Lanners, Michel Gondry en Miike Takashi. Een hommage aan Rául Ruiz van de Chileense regisseur José Luis Torres Leiva. En er werd een lesje filmbusiness voor beginners gegeven door zakelijk directeur Janneke Staarink.
Vooral dat laatste wekte bevreemding. Staarink stelde dat de helft van de genodigden het festival bezocht als publiek, en de andere helft om zaken te doen. En zij wilde graag aan het publiek even uitleggen hoe dat ging. Die filmeconomische voedselketen. Rotterdam heeft namelijk een spilfunctie in de internationale filmwereld, door middels Hubert Bals Fonds en Cinemart in gedurfde artfilms te investeren en daarmee hofleverancier te zijn geworden voor de festivals van Cannes en Venetië. Je kunt je natuurlijk afvragen wie die zakenmensen in de zaal precies waren. De Cinemart, het coproductiehart van het festival waar makers aan geldschieters worden gekoppeld, begint immers pas zondag. Of wilde men hiermee een wit voetje halen bij staatssecretaris en sponsoren, door te beklemtonen dat er in Rotterdam heus wel zakelijk wordt gedacht en niet alleen maar geld verspild aan artistieke zaken?
Je zou het je eigenlijk andersom hebben voorgesteld. Zit die staatssecretaris eindelijk in de zaal, zou je hem misschien het belang van film als kunst moeten uitleggen. Dat het IFFR als geoliede machine een van de meest verzakelijkte festivals ter wereld is, is namelijk niet iets wat nog verdedigd hoeft te worden. Dat draait allemaal wel, om een metafoor uit 38 témoins te gebruiken. Net zoals de haven van Le Havre, waar de film zich afspeelt. De hoofdtaak van het festival is om die oceaanstomers veilig naar binnen te loodsen, en de ‘producten’ bij de ‘afnemers’ te laten aankomen (om maar even in de markttermen van Staarink te blijven). De hoofdpersoon van 38 témoins is een loods die te lang zwijgt. Filmfestivals zijn ook havens en hun directeuren en programmeurs de loodsen. Wie te lang zwijgt, raakt naar analogie van de film, alles kwijt. Wie teveel in structuren investeert ook. De geïsoleerde, ontmenselijkte samenleving van 38 témoins is het gevolg.
Dana Linssen
Op www.filmkrant.nl/iffr2012 doet de redactie vanaf vandaag dagelijks verslag vanaf het IFFR.