‘NPO on demand’ laat nog even op zich wachten
De website NPO.nl wordt gemoderniseerd tot een ‘on demand’-platform. De lancering stond gepland voor deze maand. Maar de transitie blijkt toch ingrijpender dan verwacht en heeft wat vertraging opgelopen. Op z’n vroegst deze zomer kan gebruik worden gemaakt van gepersonaliseerd aanbod.
De plannen om het archief van de NPO beter te ontsluiten bestaan al langer. De publieke omroep is al sinds 2014 betrokken bij NL Ziet, een samenwerkingsverband met RTL en SBS dat tegen een maandtarief van €7,95 toegang geeft tot duizenden tv-programma’s. Maar de NPO wil daarnaast ook dramaseries en films van langer terug gaan aanbieden, in HD en reclamevrij. NPO Plus, zoals de dienst moet gaan heten, zal tussen de €2 en €3,50 gaan kosten. Bij een geraamd aantal abonnees van 300.000 à 400.000 zou dat de omroepen ergens tussen de zes ton en €1,4 miljoen per maand opleveren.
Staatssecretaris Sander Dekker van OC&W gaf vorig jaar officieel toestemming voor de plannen. Toen werd geschat dat NPO Plus in het voorjaar 2017 operationeel zou zijn. Dat die deadline niet gehaald is heeft te maken met de omvang van het archief dat moet worden ‘gemetadateerd’ om te worden opgeroepen binnen de nieuwe app. Dat materiaal gaat terug tot 2009. Volgens NPO-woordvoerder Arthur Schuitemaker wordt wel een schifting gemaakt. "Programma’s waarvan we weten dat ze nog nooit zijn opgevraagd, zullen niet worden meegenomen."
Daarnaast zal NPO Plus aanbevelingen doen op basis van kijk- en klikgedrag. Wie zich registreert kan zijn interesses kenbaar maken en zo nog gerichter van aanbod voorzien worden. "Geen revolutionair concept maar wel nieuw voor ons", geeft Schuitemaker toe. "De techniek is niet anders dan bij de concurrentie. Waar wij ons mee onderscheiden is toch de inhoud."
Eind deze maand loopt de testfase af en wordt een definitieve lanceerdatum geprikt. Dat zal zijn "rond de zomer, er vlak voor of vlak na". Schuitemaker: "De knop gaat in één keer om en dan moet het ook meteen helemaal goed zijn. Alles moet in één keer werken."
Edo Dijksterhuis