Nog altijd op de bres voor het ‘andere’ aanbod

Focus Filmtheater viert zijn vijftigste verjaardag. De Arnhemse filmvertoner behoort tot de vroegste generatie filmhuizen die vanaf de jaren zeventig een lans brak voor kleinere, niet-commerciële en vaak niet-Amerikaanse films. Er is de afgelopen vijftig jaar veel veranderd maar de aandacht voor pure inhoud is gebleven.

Arnhem stond vanaf 1955 bekend als de stad waar, afwisselend met Utrecht, om de twee jaar alle grote films van het komende seizoen te zien waren. Met zijn rode loper, sterren en flitsende camera’s leek de stad volgens geschiedenissite MijnGelderland wel op Cannes. “Het was een showcase van de Bioscoopbond, waar alle blockbusters werden gepresenteerd”, herinnert Ger Bouma zich. Maar niet iedereen stond te juichen. In Willem I, het jongerencentrum waar Bouma in 1973 als cultureel werker aan de slag ging, werd een tegenfestival georganiseerd: Arnhem Alternatief.

“In die tijd moest alles anders, dus ook het filmaanbod”, vertelt Bouma. “Het tegenfestival was zo’n succes dat de organiserende vrijwilligers vonden dat het een vervolg op meer regelmatige basis moest krijgen. In die tijd was in Utrecht net ’t Hoogt geopend en in Rotterdam draaide LantarenVenster een ander soort films. Ook in Breda, Eindhoven en Groningen ontstonden plekken die we later filmhuizen zijn gaan noemen. In december 1973 zijn we van start gegaan met Filmhuis Arnhem. Dat was in de bovenzaal van Willem I, met een projector waarvan we constant de spoelen moesten verwisselen.”

Parallel aan de filmhuis-scene verscheen een nieuwe generatie distributeurs ten tonele. Door spelers als Cineclub, Fugitive Cinema en Classics Films (van The Movies-oprichter Pieter Goedings) hadden de nieuwe vertoners toegang tot titels buiten het gebruikelijke Hollywood-aanbod. “Maar in de beginperiode was er nog weinig keus”, volgens Bouma. “Je draaide gewoon wat voorhanden was. Met onze twee à drie voorstellingen per weekend trokken we wel steeds meer bezoekers. Dat waren voornamelijk studenten van de hogescholen en kunstacademie – we draaiden voor onze eigen leeftijdsgroep. Door een krant te maken probeerden we een breder publiek te trekken. Op een gegeven moment hadden we zelfs duizend abonnees.”

Na twee jaar pionieren besloot Bouma het jongerencentrum te verlaten en zelfstandig door te gaan. “Maar dat kostte meer moeite dan gedacht. Ik heb eindeloos veel gelobbyd en nota’s geschreven voordat de gemeente in 1976 groen licht gaf. Toen verhuisden we naar de Korenbeurs, waar we in de grote zaal vier dagen per week films konden vertonen. Ook hadden we hier een 16mm-projector waarbij alles op één spoel kon en we konden draaien zonder onderbrekingen.”

In 1982 werd het filmhuis grondig verbouwd. Een jaar later vertrok Bouma naar distributeur Classic Films. Daarna werd hij Hoofd Filmprojecten bij het Nederlands Filmfonds, waar hij ook nog waarnemend directeur was. “Maar ik ben Focus altijd blijven volgen en ben nog steeds een regelmatig bezoeker.”

Het theater, dat in 2006 werd omgedoopt tot Focus, is inmiddels voor de tweede keer verhuisd, maar net als de eerste keer had dat veel voeten in aarde. Henk Bitter en Charlie Cappetti spendeerden een groot deel van hun tijd als directeur aan het bewerken van de gemeente om nieuwbouw mogelijk te maken. In 2018 was het zover: op het Audrey Hepburnplein opende het nieuwe Focus. In capaciteit ging het filmtheater van drie naar vijf zalen en een openluchtzaal op het dak, plus horecagelegenheid. En de locatie, in de schaduw van de statige Eusebiuskerk, is veel geschikter voor filmvertoning dan de luidruchtige Korenmarkt waar Focus bijna veertig jaar zat.

Kim van der Werff, die in de jaren ’90 als vrijwilliger begon bij Focus en tegenwoordig programmeur is, heeft meer dingen zien veranderen. “Focus is de afgelopen twintig jaar gegroeid van een club met vooral vrijwilligers naar een professionele organisatie. Maar de invulling van het programma is nog steeds gemotiveerd vanuit kwaliteitsoverwegingen en inhoud. Wij draaien klassiekers, organiseren themaprogramma’s en retrospectieven, en doen veel aan verdieping. De film staat altijd voorop.”

Focus is ook sterk gericht op de stad zelf en haar bewoners. Zo krijgt Movies that Matter hier altijd een zo lokaal mogelijke invulling. Met de queer community wordt een stevige band onderhouden. En individuele burgers worden gevraagd om bijvoorbeeld voor ons openluchtprogramma als gastprogrammeur films voor te stellen.

Die werkwijze wordt ook gehanteerd bij het jubileumprogramma dat Focus het komende jaar uitrolt. “We draaien vijftig films, eentje uit ieder jaar dat Focus bestaat”, vertelt Van der Werff. “We hebben mensen uit ons netwerk gevraagd een filmkeuze te maken en het liefst ook in te komen leiden. Een aantal medewerkers natuurlijk en onze founding father Ger Bouma, maar ook vrijwilligers, bezoekers, de wethouder cultuur, mensen uit het onderwijs, vertegenwoordigers van lokale maatschappelijke en culturele organisaties. En een aantal Arnhemse filmmakers. Zo komt Mascha Halberstad de film After Hours inleiden en vertelt Wim van der Aar waarom hij door Radio On films wilde gaan maken.”