Hoe groter, hoe beter: Size does matter!

  • Datum 30-03-2018
  • Auteur
  • Categorieēn Nieuws
  • Deel dit artikel

© 1962, renewed 1990 Columbia Pictures Industries, Inc. All rights reserved.

De komende maanden doet de Filmkrant verslag van de openbare collegereeks This is Film! Film Heritage in Practice, een lezingenreeks met gastsprekers over filmrestauraties en filmerfgoed.

Het tweede openbare college van This is Film! ging over breedbeeldformaten, met name over de wederopstanding van het 70mm-formaat. De hernieuwde interesse in oude filmformaten is een reactie op de zogenaamde ‘digital turn’, waarbij analoog vervangen werd door digitaal. Zware filmspoelen werden lichtgewicht dcp’s (digital cinema package, oftewel harde schijven) en ratelende filmprojectors maakten plaats voor digitale equivalenten. Rond 70mm hangt een cinefiel aura; het is het enige formaat waar digitale projectie qua scherpte, dieptegevoel en kleurenrijkdom nog altijd niet aan kan tippen. Dus biedt een 70mm-vertoning de ultieme filmervaring, het nostalgie opwekkende, ouderwetse bioscoopgevoel: "See it in glorious 70mm Ultra Panavision!"

De filmgeschiedenis kent vele formaten, in oplopende kwaliteit: Super 8, 16-, 35- en 70mm. Met de komst van de geluidsfilm werd het technische aspect van film vastgelegd, zowel het beeldformaat, de ‘aspect ratio’ (indertijd 1.33:1), als het aantal frames per seconde (fps), dat werd vastgesteld op 24 beeldjes per seconde.

Al in de jaren twintig werd geëxperimenteerd met breedbeeld, een bekend voorbeeld is Napoléon van Abel Gance uit 1927, dat in zijn laatste akte gebruik maakt van ‘Polyvision‘. In 1929 ontwikkelde Fox het 70mm Grandeur-systeem dat onder meer werd gebruikt bij de ook op dvd verschenen western The Big Trail (1930), met een piepjonge John Wayne. De recente terugkeer van 70mm blijft door de hoge kosten beperkt, bovendien kunnen bioscopen het niet meer draaien omdat ze hun filmprojectoren bij het grofvuil hebben gezet. EYE is tegenwoordig het enige filmtheater in de Benelux die met enige regelmaat 70mm draait, onder andere op een vintage Philips DP70-projector. Daar heeft het filmmuseum er twee van, in de jaren tachtig overgenomen uit de boedel van het Philips Ontspanningscentrum.

Breedbeeld werd mainstream in de jaren vijftig, toen de filmindustrie de concurrentie aanging met het nieuwe medium televisie. Het tv-toestel was 4:3, zwart-wit en had mono-geluid, dus pakte Hollywood achtereenvolgens uit met Cinerama (1952), CinemaScope (1953), VistaVision (1954), Todd-AO (1955), Ultra Panavision (1957) en Super Panavision (1959), uitbundig kleurgebruik en (magnetische) geluidssporen met meerdere kanalen, oplopend tot zes (een soort voorloper van het 5.1 home cinema-systeem). Als over 70mm wordt gesproken is dat eigenlijk 65mm, de overige 5mm zijn bedoeld voor het zeskanaals, magnetische geluidsspoor.

De laatste jaren grijpt een aantal grote regisseurs terug op 70mm als voorkeursformaat, onder wie Quentin Tarantino (The Hateful Eight), Christopher Nolan (Inception, Interstellar en Dunkirk) en Paul Thomas Anderson (The Master en Phantom Thread, momenteel op 70mm te zien in EYE). Afgezien van Inception en Interstellar draaide EYE ze allemaal.

Na de inleiding van Giovanna Fossati volgde haar gesprek met René Wolf, hoofd filmaankoop en hoofd programma van EYE. Wolf werkt al dertig jaar voor EYE en diens voorloper Nederlands Filmmuseum (NFM). Het NFM vertoonde vanaf eind jaren tachtig incidenteel breedbeeldfilms in het Vondelpark-paviljoen, maar de omstandigheden waren niet ideaal: het doek was veel te klein, evenals de zalen zelf. Dat veranderde toen het NFM het inmiddels afgebroken Bellevue Cinerama ging uitbaten, waar Wolf diverse Widescreen Weekends organiseerde met breedbeeldfilms die op het enorme doek met een breedte van 14,5 meter veel beter tot hun recht kwamen dan in het Vondelpark.

Indertijd was het probleem dat er weinig breedbeeldkopieën beschikbaar waren. Bovendien liet de kwaliteit ervan vaak te wensen over. Dat veranderde toen filmstudio’s wat actiever hun erfgoed gingen restaureren, waardoor bijvoorbeeld Playtime, 2001: A Space Odyssey en West Side Story beschikbaar kwamen op 70mm. Nog steeds zijn 70mm-prints vele malen duurder in aanschaf dan 35mm-prints maar door een heffing van 2,50 op het toegangskaartje voor 70mm-vertoningen worden de extra kosten terugverdiend. Ander probleem: niet alle distributeurs werken mee. Zo mocht Dunkirk pas een maand na de gewone release op 70mm vertoond worden.

Deze voorstellingen zijn succesvol, zo trok The Hateful Eight in het jaar dat hij draaide 37.000 bezoekers, waarmee het qua gemiddelde zaalbezetting de succesvolste 70mm-print ter wereld was. Wel vergde het aanpassingen. Tarantino draaide The Hateful Eight op Ultra Panavision-formaat (2.76:1), en om dat te kunnen vertonen moest het doek worden aangepast en een speciale lens worden aangeschaft à 9.000 euro. Dunkirk trok 10.000 bezoekers, maar de 70mm-kopie moest concurreren met diverse andere formaten, waaronder IMAX 70mm en verschillende digitale (IMAX)-formaten.

Na de pauze werd Lawrence of Arabia (David Lean, 1962; gedraaid op Super Panavision) op 70mm vertoond, een in alle opzichten spectaculaire ervaring. De film kent een lange restauratiegeschiedenis. Toen David Lean nog leefde ondernam men een eerste, 26 maanden durende poging, waarbij gebruik werd gemaakt van een duplicaatnegatief. Die restauratie ging in 1988 in première, werd ter ere van de veertigste verjaardag van Leans epische film opnieuw uitgebracht en verscheen ook op dvd. Rond 2010 werd het originele cameranegatief door rechthebbende Sony in 8K-resolutie gescand, waarna een langdurige restauratie volgde op 4K-niveau. Die verscheen in 2012, toen de film vijftig jaar werd, op blu-ray en draaide in een aantal bioscopen als dcp. De 8K-scan werd vorig jaar gebruikt om van de film weer een aantal 70mm-versies te maken, vijf in totaal. EYE kocht een van die vijf filmkopieën. Die vrij unieke kopie werd na de pauze vertoond en was voorafgaand te vergelijken met een scène van de dcp-versie en een magenta verkleurde vintage print, met een geheel wit gebleekte woestijn, uit de collectie van EYE. Daar zal niemand nostalgie naar hebben.

André Waardenburg

Voor wie meer wil weten over de diverse breedbeeldformaten is het Widescreen Museum een onmisbare bron. Ook niet te versmaden is het door voormalig Filmmuseumwerknemer Jan-Hein Bal opgezette 70mm.nl dat zich vooral focust op de rijke geschiedenis van 70mm-vertoningen in Amsterdam. En wie wil weten waar er wereldwijd zoal 70mm-vertoningen worden georganiseerd kan terecht op in70mm.com.