“Het Filmfonds blijft een bureaucratisch bastion”

  • Datum 02-02-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Esmé Lammers

De meningen van filmmakers over de nieuwe koers van het Filmfonds lopen uiteen. "Wat wij heel goed vinden, is dat het plan van visie getuigt," zegt voorzitter Ger Poppelaars van het Dutch Directors Guild. "Mijn algemene indruk is dat er geen visie in zit," zegt regisseuse en Filmfondscritica Esmé Lammers.

Ger Poppelaars, voorzitter van het Dutch Directors Guild, is dik tevreden met de Beleidsplannen 2013-2016 die het Filmfonds eerder deze week ter goedkeuring aan de staatssecretaris voorlegde. "Iets waar wij al heel lang op hoopten, lijkt eindelijk bewaarheid te worden," zegt hij. Poppelaars doelt op de aanstelling van filmconsulenten die over de beoordeling van subsidieaanvragen gaan adviseren. Zij nemen de plaats in van de bestaande adviescommissies. "Natuurlijk is het meteen de vraag wie de consulenten worden. Dat is heel spannend, want die mensen gaan dat drie tot vier jaar doen. Maar op zich ziet het er goed uit."

Poppelaars is vooral blij dat afscheid wordt genomen van het systeem met commissies van roulerende adviseurs. "Een groot bezwaar tegen dat systeem is dat het nog wel eens een paar jaar kan duren voordat een scenario voor een speelfilm uitontwikkeld is. Hetzelfde project wordt dus door verschillende commissies beoordeeld. Het is voorgekomen dat een plan door de ene commissie positief werd beoordeeld en in een later stadium door een commissie met een andere samenstelling weer is afgekeurd. Het systeem met consulenten zou voor meer continuïteit en helderheid kunnen zorgen. Dat hebben we bij het vergelijkbare model in Denemarken ook gezien. Wij denken: kom op, laten we het doen."

Bureaucratisch bastion
Dat is niet de eerste gedachte van regisseuse Esmé Lammers (Lang leve de koningin). Zij schreef in 2009 in opdracht van het Filmfonds het rapport Makers op waarde geschat, waarvoor ze samen met de Universiteit Twente onderzocht of de beoordeling van subsidieaanvragen geobjectiveerd zou kunnen worden. Lammers stelt dat de praktijk van de laatste jaren uitwijst dat de beoordelingen door het Filmfonds niet de beoogde commerciële en artistieke resultaten opleveren. Het zou volgens haar beter zijn om af te gaan op de merites van de maker en het oordeel van de markt: als een distributeur in een film gelooft, is dat een goede aanwijzing dat subsidie op zijn plaats is.

Met de vervanging van commissies door consulenten komt de oplossing geen stap dichterbij, zegt Lammers. "In het Deense systeem, waar het Filmfonds steeds naar verwijst, hebben consulenten de vrijheid om te investeren in een maker, wat iedereen verder ook mag vinden. Die vrijheid krijgen de Nederlandse consulenten niet. Zij moeten in keurige vergaderingen met hun collega-consulenten enorme lijsten met opgelegde criteria doorwerken. Het Filmfonds blijft proberen om de inhoud van films te controleren en het maakproces aan banden te leggen. Het is een bureaucratisch bastion dat zichzelf in stand houdt."

Ondernemerschap
Naast de vervanging van commissies door consulenten valt in de plannen van het Filmfonds op dat subsidieaanvragen meer dan in het verleden beoordeeld zullen worden op de mate van innovatief ondernemerschap. Van regisseurs — nadrukkelijk ook die van arthousefilms — wordt in feite gevraagd om meer in termen van bezoekersaantallen te denken. "Het Filmfonds wil af van de persoonlijke, experimentele film, die in de filmhuizen terechtkomt en daar drieduizend bezoekers trekt," concludeert Poppelaars. "Men wil dat regisseurs en scenarioschrijvers de hand in eigen boezem steken en rekening gaan houden met het publiek. Ik denk zelf dat het wel een redelijk verzoek is."

Lammers is, wederom, minder positief. "Makers moeten nu weer een hoop proza gaan inleveren waarin ze bewijzen dat ze aan het publiek denken. Bij veel regisseurs kun je dat gewoon zien aan hun behaalde resultaten. Ik vind het ook niet zinnig dat het Filmfonds van makers van artistieke films verwacht dat ze hun publiek in Nederland vergroten. Dat is, denk ik, best een lastige opgave. Je kunt van artistieke films beter vragen dat ze een internationaal publiek van fijnproevers bereiken."

Erik Schumacher