Filmers: geen bezuiniging op Filmfonds

  • Datum 17-05-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Halbe Zijlstra

De productie van Nederlandse speelfilms moet in de komende bezuinigingsronde worden ontzien. Dat schrijven de voorzitters van de drie vakverenigingen van filmproducenten in een brandbrief aan staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD).

Marc van Warmerdam (Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten), Monique Busman (Documentaire Producenten Nederland) en Peter Lindhout (Vereniging Nederlandse Animatie Producenten) vrezen voor een halvering van de speelfilmproductie, met als gevolg "een sterke afname van werkgelegenheid, onherstelbaar verlies van kennis en vakmanschap en een groeiend aantal faillissementen in de audiovisuele industrie." De Raad voor Cultuur adviseert de staatssecretaris om het Filmfonds te korten van 35 miljoen euro tot 26,9 miljoen euro.

Zijlstra mocht afgelopen vrijdag nog een brief tegemoet zien, van de vijf vooraanstaande filmmakers Paul Verhoeven, Jean van de Velde, Urszula Antoniak, Alex van Warmerdam en Martin Koolhoven. De strekking is vergelijkbaar. Volgens hen kan de Nederlandse film het, zoals elk land met een ‘niet-Hollywood-Engelse’ taal, simpelweg niet zonder subsidie stellen. Als de staatssecretaris het advies van de raad overneemt, vrezen de regisseurs "een korting op kwaliteit, een verlies aan publiek en een terugval naar de donkere jaren tachtig en negentig waarin het marktaandeel van de Nederlandse films zich tussen de 0,8 en 3 procent bewoog."

Zowel de producenten als de regisseurs wijzen in hun brief op het groeiende publieksbereik van de Nederlandse film, van 0,8% marktaandeel in 1994 tot 16% in 2010. Ook zou de filmproductiesector (met 68%) voldoende geld uit de markt halen. Het Filmfonds speelt volgens de voorzitters van de drie vakverenigingen vaak een doorslaggevende rol in het verwerven van privaat geld. In het kader van het cultureel ondernemerschap waarop de overheid zo hamert, maakt dat de subsidiekrimp des te schadelijker.

De filmproducenten ondersteunen wel het idee van de Raad voor Cultuur om een nieuwe fiscale stimuleringsmaatregel voor de productie van speelfilms in te voeren. In tegenstelling tot wat de raad oppert, moet deze niet in de plaats van de bezuiniging komen, maar juist naast de Filmfondsgelden. Overigens wil de raad niet tornen aan de subsidieregelingen voor animatie, documentaire en experimentele films — alleen de (commerciëlere) speelfilm wordt gekort. Daarnaast bepleit de raad een verdubbeling van het subsidiebudget voor internationale coproducties, omdat dat de kwaliteit ten goede komt en zorgt voor alternatieve financieringsbronnen.

De vraag is natuurlijk of de brieven van producenten en filmmakers een handige zet zijn. In de basis staat de Raad voor Cultuur aan hun zijde, niet het kabinet. De raad heeft Zijlstra juist geadviseerd de bezuinigingen op cultuur gefaseerd in te voeren. De beoogde 125 miljoen euro in 2013 zou de culturele sector "onherstelbare schade" berokkenen. Daarom stelt de raad een bezuiniging voor van 72 miljoen euro in 2013, 98 miljoen euro in 2014 en het volledige bedrag van 125 miljoen euro in 2015. Zo’n overgangsperiode geeft instellingen de tijd om te zoeken naar alternatieve inkomstenbronnen. Ook pleit de raad ervoor het btw-tarief op 6% te houden.

Niels Bakker