Film by the Sea: De hele wereld op een eiland

foto: Lex de Meester/Film by the Sea

"Tien dagen Film by the Sea", antwoord ik verrukt op de vraag wat ik heb gedaan, als ik in Vlissingen met mijn backpack op de bus stap. De potige buschauffeuse geeft me een wazige blik. "Het film- en literatuurfestival!", verduidelijk ik.

"Oh dat," antwoordt ze verveeld, "daar heb ik het veel te druk voor. Niks voor mij." De rest van de rit staar ik verdwaasd voor me uit. Ik durf niet te vragen waar mevrouw het dan zo verschrikkelijk druk mee heeft, bang dat het antwoord geen verlossing zal brengen en ik gedoemd ben om voor altijd een diep medelijden te koesteren voor iemand die uit pure desinteresse zoveel misloopt.

Maar eenmaal uitgestapt bekruipt me de ongemakkelijke gedachte dat de bekrompenheid misschien wel aan mijn kant van de deur staat. Misschien zorgt de vrouw die me zo welwillend uitlegde hoe ik de intercity nog kon halen wel voor haar honderdjarige moeder. Zeeland kent immers de meeste honderdjarigen van het land, zo bracht het festivalprogramma over ouderen ‘Beaux Jours’ (onderdeel van de omvangrijke aandacht voor films over de zorg onder de noemer ‘Care & Cure’) aan het licht, en ook de gemiddelde festivalbezoeker was ‘wat ouder’,  of toch ten minste een ‘youngster’, een term afkomstig van een project dat ouderen toont die ‘midden in het leven staan’. In het kader van dit Care & Cure programma werd naar aanleiding van de competitiefilm Miele overigens ook een stevig euthanasiedebat gevoerd

Ook de  Zeeuw(se film) werd breed vertegenwoordigd op het festival. Daaruit kwam een beeld naar voren van honkvastheid:  "We komen niet aan de overkant",  zo bedankten enkele West-Zeeuws Vlamingen voor de uitnodiging van de première van de documentaire waarin zij een hoofdrol speelden. Maar het opmerkelijkste Zeeuwse verhaal  was ongetwijfeld dat van Sjaak Murre, vastgelegd in de documentaire De verhuizende schuur, die erin volhardde een achttiende-eeuwse schuur balk voor balk af te breken en te vervoeren naar zijn erf zestig kilometer verderop, omdat hij op bouwtekeningen had gezien dat daar ooit ook zo’n schuur had gestaan en hij die ’terug wilde’.

Maar behalve al het moois dat er van de eilanden kwam, bracht Film by the Sea vooral een wereld naar Vlissingen toe die ver buiten de oevers van de Westerschelde trad. Bijvoorbeeld in het heerlijke About Time,  de nieuwe romcom van Richard Curtis en slotfilm van het festival, waarin tijdreizen de hoofdpersoon vooral aanzet tot leven in het hier en nu. Of de schoonheid en melancholie van La grande bellezza, de gruweldaden van het Stalin-regime en de hedendaagse vrouwenhandel in Purge (winnaar van de publieksprijs) en van wat dichterbij de bijna door zijn kookboeken opgeslokte en tijdens het festival helaas overleden culinair journalist Johannes van Dam in De keuken van Johannes.

Dit alles ondergebracht in een zoemende bijenkorf vol interviews met (inter)nationale gasten, debatten, lezingen, diners en literaire lunches. Wat deze enorme verscheidenheid bond en de totaalbeleving van Film by the Sea als festival tekent,  is de onverwoestbare drang van al die personages, op en voor het doek en niet te vergeten achter de camera om, tegen de klippen op, te leven en onverschrokken te blijven zoeken naar het hoe en waarom. Natuurlijk was mijn vlucht in het donker van de bioscoopzaal niets anders dan precies dat: een vlucht, van iemand die het antwoord ook niet heeft. De buschauffeuse  daarentegen lijkt precies de weg te weten, wat een lichte jaloezie teweegbrengt. En toch, wat zou ik haar die prachtige reis gunnen, in plaats van elke dag hetzelfde rondje om de kerk…

Sarah Oortgijs