Deauville 2018: Indie filmfeest en donkere US-spiegel

We the Animals

Een festival louter gewijd aan Amerikaanse films riep lang felle weerstand op in Frankrijk. Maar ondertussen is het in 1975 gestarte Deauville een cultfestival geworden. Eentje dat het Amerika van Trump een donkere spiegel voorhoudt en zowel jonge als vrouwelijke filmmakers kansen geeft.

Door Ivo De Kock

"Bedankt voor je humane en optimistische film, Leave No Trace is een verademing tussen al wat we hier te zien krijgen, donkere en deprimerende films die enkel oog hebben voor de Amerikaanse nachtmerrie." Het moest een Franse journaliste duidelijk van het hart tijdens de persconferentie van Debra Granik in het kader van het 44ste ‘Festival du Cinéma Américain de Deauville’, dat plaatsvond van 3 augustus tot en met 9 september. De tolk ging meteen in het defensief: "Het klopt dat de meeste competitiefilms zware thema’s aansnijden, maar je moet begrijpen dat het gaat om beginnende regisseurs met weinig middelen die films maken over wat ze kennen en dat zijn beproevingen."
Beide oprispingen gaan kort door de bocht maar samen met de publieksprijs voor het luchtige, conventionele Puzzle (Marc Turtletaubs remake van Natalia Smirnoffs film uit 2009) geeft het aan dat dit (noodgedwongen) op ‘American Independents’ focussend nichefestival de kloof met zijn publiek ziet groeien. Ondanks sterke films zoals het met de Grote Prijs bekroonde Thunder Road en de juryprijs-winnaars Night Comes On en We the Animals. Een terugblik dringt zich op.

De Amerikaanse filminvasie
Toen ik Deauville voor het eerst bezocht in 1984 vierde het festival van de Amerikaanse film zonder veel luister zijn tiende verjaardag. Sinds zijn oprichting in 1975 door journalist André Halimi en PR-man Lionel Chouchan had het al stevige stormen doorgemaakt. Het festival werd gesteund door de machtige Barrière-groep en de toenmalige burgemeester van Deauville, zowat het buitenverblijf-aan-zee van de gegoede Parijzenaar, die in het evenement van begin september een kans zagen om het hoogseizoen met een week te verlengen.
Maar cultuurminister Jack Lang zag in zijn felle strijd tegen het Amerikaanse cultureel imperialisme vooral een propagandistische manifestatie. Waarop Halimi in de tegenaanval ging met zijn pamfletboek Touche-pas à l’Amérique. De strijdbijl werd pas begraven toen MPPA-baas Jack Valentii Lang een troostprijs gaf (een festival van de Franse film in de V.S.) en het festival Lang een lintje liet opspelden bij Elizabeth Taylor (die eigenlijk gekomen was voor een ontmoeting met haar aan AIDS stervende vriend Rock Hudson, waar ik toevallig getuige van was).


Night Comes On

De eerste twintig jaar was Deauville vooral een bescheiden festival en een ontspannen filmfeest. Het doel was tweeledig: een platform bieden aan in Frankrijk onuitgegeven films én hulde brengen aan de grote Hollywoodsterren. Daardoor kon je zowel Steve McQueens Ibsen-film An Enemy of the People bekijken, als een Vincente Minnelli-retrospectief volgen of Bette Davis, Kirk Douglas en Clint Eastwood over de rode loper zien paraderen. Doordat de Amerikaanse majors enkel hun box office flops stuurden, was Deauville zowel een alternatief festival als een ode aan de Amerikaanse cinema.
In de jaren tachtig zagen de majors plots wél iets in een lanceerplatform voor Amerikaanse films en maakte onder meer James Bond zijn opwachting op de planches van Deauville. Maar de sfeer bleef gemoedelijk en naast een jaarlijkse babbel met Samuel Fuller aan de rand van zwembad van hotel Royal konden journalisten vlotjes grote namen als Jodie Foster, Brian DePalma, John Carpenter en Christopher Nolan interviewen, terwijl op het programma mainstream en onafhankelijke cinema elkaar in evenwicht hielden.

Tussen indies en mainstream
Schaalvergroting drong zich echter op. Het congressencentrum CID werd in 1992 geopend, Le Public Système zorgde voor professionalisering en in 1995 werd voor het eerst een competitie georganiseerd. Het gevolg was een tweesporenbeleid met enerzijds een competitie voor jonge indies en anderzijds premières van door gevestigde waarden gemaakte grote en kleine films. Met prijswinnaars zoals Being John Malkovich, Crash, Little Miss Sunshine, The Visitor, Take Shelter, Beasts of the Southern Wild, Whiplash, 99 Homes en The Rider passeerde er flink wat fraais de revue, terwijl de indies met vallen en opstaan Amerika een spiegel voorhielden. Eentje waarin de veranderende tijden zichtbaar worden.
Als Cannes het festival is van De Kunst, dan werd Deauville zo het festival van De Cultus. Daar waar het gebeuren aan de Azurenkust een feest is voor professionals, is het jaarlijkse rendez-vous in de Normandische badstad een feest voor het publiek. Maar allebei zijn het eigenlijk commerciële happenings (zij het op een heel andere schaal) die gepresenteerd worden als een eerbetoon aan De Cinema. Een hommage die via De Filmmakers (‘les stars’ in Cannes, ‘the talent’ in Deauville) ook heel wat glamour geeft aan de twee belangrijkste festivals van Frankrijk.


Leave No Trace

Dat die glamour afneemt en Deauville terrein verliest in het internationale festivalcircuit heeft alles te maken met het feit dat het in een harde strijd met Toronto verwikkelde filmfestival Venetië het kleinere Deauville enkele jaren geleden buitenspel zette om zelf de ‘poort naar Europa’ voor Hollywood te blijven. Waar vroeger zowel grote als kleine Amerikaanse producties beide festivals aandeden is dat stelselmatig verminderd. Dit jaar deed enkel Jacques Audiard met The Sisters Brothers nog de spreidstand. Daar komt bij dat de blockbusters in hun streven zo lang mogelijk onder de radar van critici te blijven festivals sowieso liever links laten liggen.
De gevolgen zijn merkbaar in Deauville. Zes jaar geleden zei festivaldirecteur Bruno Barde nog: "Deauville is niet het festival van de Hollywood-studio’s en evenmin dat van de onafhankelijke Amerikaanse cinema, maar gewoon het festival van de best mogelijke Amerikaanse cinema op een bepaald moment van het jaar." Maar van dit laveren tussen mainstream en independent cinema is anno 2018 geen spoor meer. Na de competitie en de documentaire sectie (de Asby-documentaire Hal en The Great Buster van Peter Bogdanovich zorgden voor cinefiele pret) waren er nu ook in de sectie ‘The Premieres’ enkel kleinere producties te vinden.

Vrouwen en debutanten aan het feest
De huidige missie van Deauville is "nieuwe talenten helpen ontdekken en jonge talenten eren", want sterren laten zich nog amper zien, op een verdwaalde Morgan Freeman na. Maar dit nieuwe, ‘andere’ Deauville is niet noodzakelijk minder interessant. De veranderde focus op de Amerikaanse onafhankelijke cinema maakt het mogelijk om een ‘stand van zaken’ op te maken. Gaat het goed met de indies? Zijn er nieuwe tendensen? Ontdekkingen? Welke films moeten we nu absoluut zien en welke talenten beloven ons in de toekomst nog te verrassen? Wat zeggen de onder het Trump regime gemaakte films over de Verenigde Staten, het land en zijn bevolking?
Deauville blijft een publieksfestival. Een cultfestival zelfs. Ondanks de beperkte activiteit op de rode loper én de planken (de inhuldiging van strandcabines vervangt hier de sterlegging) was het publiek dit jaar weer massaal op de afspraak. Dankzij of ondanks het uitstekende weer. John Currans weinig dramatische en nog minder kritische openingsfilm Chappaquiddick beloofde weinig goeds maar gelukkig was de competitie wel een voltreffer.
De keuze voor hoofdzakelijk eerste en tweede films en een pak vrouwelijke filmmakers bleek niet enkel een statement maar ook een terechte keuze. Naast het heel menselijke Diane van Hitchcock/Truffaut-regisseur Kent Jones en de prijsbeesten Thunder Road, Night Comes On, We the Animals en Blindspotting wisten vooral een aantal vrouwelijke regisseurs te bekoren: Hagar Ben-Asher (Dead Women Walking), Christina Choe (Nancy), Sara Colangelo (The Kindergarten Teacher), Jennifer Fox (The Tale) én Debra Granik (Leave No Trace).
Met thema’s als omgekeerd racisme (Blindspotting), executies (Dead Women Walking), eenzaamheid en verslaving (Diane), pleegzorg (Friday’s Child), wraak (Night Comes On), politiegeweld (Monsters and Men), verdwenen kinderen en kinderontvoering (Nancy en The Kindergarten Teacher), seksueel misbruik (The Tale), relatie- en persoonlijkheidsproblemen (Thunder Road), een instabiele jeugd (We the Animals), ontsporende misdaden (Galveston, Hot Summer Nights), fatale ziektes (Here and Now) en mensen die niet in de maatschappij passen (Leave No Trace) was het inderdaad geen vrolijk festival. Alleen Fransman Jacques Audiard injecteerde nog wat humor in zijn in Europa gedraaide Amerikaanse western The Sisters Brothers.


Thunder Road

Maar ondanks hun vaak beperkte ervaring slagen de meeste filmmakers er in om met stijl en gevoel voor mise-en-scène verhalen te vertellen. Verhalen die ze móesten vertellen en die draaien rond complexe personages. Met beelden die niet nazinderen omdat ze spectaculair zijn (alleen Bart Layton toonde zich met American Animals een zelfgenoegzame Tarantino-kloon) maar omdat ze de vinger leggen op fragiliteit, emoties en trauma’s. Kortom, op menselijkheid. Een agent zingt bij gebrek aan werkende taperecorder stuntelig een Springsteen song op de begrafenis van zijn moeder (Thunder Road). Een meisje ziet haar slapend zusje wegrijden met een bus (Night Comes On). Een vrouw die zich verliest in fantasie sluipt het huis uit wanneer haar sprookje in duigen valt (Nancy). Twee ter dood veroordeelde vrouwen leven op tijdens een kaartspel (Dead Women Walking). Een bevrijdde jongen beseft plots dat er niemand meer naar zijn gedichten luistert (The Kindergarten Teacher). Een onevenwichtige vader tracht zijn zoon ‘het beste kapsel ooit’ te geven (We the Animals). Een misbruiker ontkent met een pokerface grensoverschrijdend gedrag (The Tale).
Allemaal emotionele (maar niet sentimentele) beelden, momenten van menselijkheid, fragmenten van intense verhalen. Ja, de toon is somber en melancholisch, maar nooit cynisch en zwartgallig. Het is alsof de Amerikaanse indies in de Trump-jaren narcisme overboord gooien en resoluut gaan voor een humane cinema. Zo is er voor Deauville ook nog leven na de blockbusters en de megasterren. Ook al is (nog) niet iedereen mee.