Cannes blog 7: Nieuwe technologie in de marges van het festival
Okja
Cannes viert de cinema tijdens het filmfestival, zou je kunnen zeggen. Maar wat cinema is, vertroebelt in tijden van Netflix, auteurstelevisie en virtual reality. Netflixbaas Ted Sarandos, David Lynch, Jane Campion en Alejandro González Iñárritu geven de tot dusver teleurstellende competitie in Cannes het nakijken.
Sinds de aanvang van het festival van Cannes vorige week woensdag woedt een Netflix-controverse. Het VOD-platform heeft twee films in de competitie (naast Okja van Bong Joon-ho ook Noah Baumbachs The Meyerowitz Stories (new and selected)), maar de Spaanse regisseur Pedro Almodóvar ziet als juryvoorzitter de Gouden Palm liever niet naar een van deze gaan, zei hij op een persconferentie met zoveel woorden, als ze niet in de bioscoop vertoond worden. Vooralsnog zitten Okja en The Meyerowitz Stories (new and selected) in de competitie en hebben ze kans op een prijs — in tegenstelling tot wat sommige nieuwsberichten beweren. De kans dat ze die prijs ook echt winnen is verwaarloosbaar.
Het feit dat Almodóvar bij voorbaat geneigd is om de Netflix-films niet in overweging te nemen is zonde. Vooral Okja is een geslaagde spektakelfilm, over onze gecompliceerde relatie met de natuur in tijden van massaconsumptie en hyperkapitalisme. Koreaans scenarist en regisseur Bong schreef een treffend scenario over de relatie tussen het meisje Mija (gespeeld door de uitstekende jonge Koreaanse acteur Seo-Hyun Ahn) en haar megavarken Okja. Het voedselproductiebedrijf Mirando (dat weinig verhullend naar GM-gigant Monsanto verwijst) dat Okja in een lab heeft gefabriceerd komt het megadier na tien jaar uit de Koreaanse jungle ophalen voor een publiciteitsstunt in New York. Dat zet een keten van chaotische aanvaringen in gang tussen Mirando en de Animal Liberation Front. Moeiteloos verplaatst de film zich tussen de jungles van Korea en New York, waar het laveert tussen actie, spektakel, fabel en Roald Dahl-achtige satire. Het is niet Bong Joon-ho’s beste werk, maar het is wel een authentieke blockbuster met grote ideeën, emotionele momenten en een gevarieerd kleurenpalet.
Hollywood had dit niet durven maken. Dat bevestigt Tilda Swinton, die naast een grote rol in Okja als directeur van Mirando ook een deel van het productiewerk van de film op haar heeft genomen "Laten we wel wezen, als het aan traditionele studio’s had gelegen zou Okja nooit verfilmd worden", vertelt ze tijdens een interview op het festival. "De studio’s die het script geweldig vonden, hadden te weinig geld. De studio’s die het geld hadden vonden het script te riskant. Alleen Netflix durfde regisseur Bong Joon-ho’s film te financieren en gaven ook nog eens volledige artistieke vrijheid." In een interview met de Britse krant The Telegraph zegt chief content manager van Netflix Ted Sarandos over deze grotendeels Koreaanse productie: "Dat in de handen van regisseur Bong stoppen? Verre van risicovol."
De notie van waar cinema begint en ophoudt, is nog verder aan het schuiven in Cannes. In een eerder blog werd al opgemerkt hoe de films van nu terugblikken naar toen. Ondertussen werpt het festival een voorzichtige blik over de horizon door televisie en VR in de programmering op te nemen. Of het een stap in de goede richting voor Cannes is, is maar de vraag. Nu voelt deze beslissing geforceerd. Zo zijn de screenings van Jane Campions Top of the Lake en David Lynch’ Twin Peaks zodanig geprogrammeerd dat ze in conflict komen met vertoningen van de competitie. In het geval van Twin Peaks heeft Cannes niet eens een première te pakken. De eerste uitstekende afleveringen zijn al op de Amerikaanse en (via videoland) Nederlandse (internet)televisie geweest. Zorg dan voor een wereldwijde première en haal David Lynch naar het festival. Nu beklaagt de pers zich dat het geen zin heeft om Twin Peaks te zien, want er valt geen scoop te halen. Maar wie op donderdag pas gaat kijken is toch echt te laat.
En dan is er nog virtual reality VR. Alejandro González Iñárritu en Emmanuel Lubezki schijnen een overweldigende VR-film te hebben gemaakt die hier in Cannes in première is gegaan. CARNE y ARENA situeert zich in de Mexicaanse Sonoran-woestijn vlakbij de grens met de Verenigde Staten, waar veel immigranten en vluchtelingen hun leven riskeren door de grens over te steken. In zes-en-een-halve minuut laat Iñárritu je meegaan over dit pad om zelf in de schoenen van de vluchteling te lopen. Critici die de VR-ervaring al hebben gehad zijn vol lof, maar CARNE y ARENA zien vergt planning. Komende dagen is het mijn missie om daar te komen, dus dat betekent: een afspraak maken bij een sales agent, die je naar een auto leidt, die je naar een vliegtuighanger leidt buiten het festival en buiten de stad. Voor veel journalisten die worstelen met deadlines, screenings en interviews is dit amper te doen. Zodoende stopt Cannes nieuwe ontwikkelingen en vernieuwende technologie letterlijk in de marges van het festival. Hoe lang houdt dat stand?
Hugo Emmerzael