Bioscoopbezoek gegroeid voor tiende jaar op rij

  • Datum 09-01-2018
  • Auteur
  • Categorieēn Nieuws
  • Deel dit artikel

Despicable Me 3

De rek is er nog niet uit. Ook in 2017 is het bioscoopbezoek in Nederland weer gegroeid. Er werden bijna 36 miljoen kaartjes verkocht, waardoor de recette voor het eerst in de geschiedenis boven de €300 miljoen kwam. Despicable Me 3 was de best bezochte film. Soof 2 scoorde het beste onder de Nederlandse titels.

Het precieze aantal bezoeken kwam vorig jaar op 35.991.491, een stijging van 5,3% ten opzichte van 2016 en het hoogste bezoekersaantal sinds 1966. De omzet steeg met 4,9% tot €301.763.481. Het enige getal dat de jubelstemming bij de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) en Filmdistributeurs Nederland (FDN) vandaag een beetje drukte, was het marktaandeel van de Nederlandse film. Dat zakte weer een beetje in.

Er werden in 2017 in totaal 380 films uitgebracht. Bijna de helft daarvan is afkomstig uit de Verenigde Staten en de complete top 10 van best bezochte films bestaat uit Amerikaanse producties. Het lijstje biedt wel een gevarieerde aanblik: van animatie tot actiefilm en van oorlogsepos tot soft-sm. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis staat er zelfs een horrorfilm tussen: It op nummer 10. De lijst wordt aangevoerd door Despicable Me 3, dat 1.338.156 bezoekers trok en €10.539.571 voor distributeur UPI in het laadje bracht. Iets meer dan een miljoen kijkers trok Pirates of the Caribbean: Salazar’s Revenge. En de top 3 wordt vervolmaakt door Beauty and the Beast met 850.372 verkochte kaartjes.

Er staat geen enkele Nederlandse film in de top 10, zelfs niet in de top 20. En de best bezochte film van Nederlandse bodem was in 2017 dezelfde als in 2016: Soof 2. De romkom van Esmée Lammers trok in 2016 ruim een half miljoen bezoekers en wist na de jaarwisseling nog eens 355.911 mensen naar de bioscoop te trekken. Nummer 2 op de lijst is Onze jongens met 300.949 bezoekers. En de laagste trede op het nationale ereschavot is voor Dikkertje Dap dat 251.336 kijkers trok.

Het marktaandeel van de Nederlandse film was met 12% in 2017 beduidend lager dan in 2012 (22%) of 2013 (21%). Het is ook veel lager dan in de ons omringende landen. Zo wordt in Frankrijk 37% van de kaartjes verkocht voor binnenlands product. In Duitsland en Denemarken ligt het percentage op 26%. En zelfs in Spanje ligt het hoger: 18%. Hajo Binsbergen, het FDN-bestuurslid dat de cijfers presenteerde, noemde de situatie dan ook zorgelijk en kondigde aan dat het Abraham Tuschinski Fonds de komende jaren in ieder geval fors meer gaat investeren in de vaderlandse film.

De Nederlandse bioscoopbranche noemde Binsbergen daarentegen "heel gezond". Er is groei in alle segmenten van de markt, zowel bij de blockbusters en het middensegment als bij de crossover films en kleine arthouse producties. Ook de filmtheaters zagen hun bezoek groeien, met 7%. Bovenaan het lijstje meest populaire films staat hier Lion met 125.354 bezoekers, gevolgd door Moonlight (119.732 bezoekers) en La La Land (92.055). Filmtheaterpubliek trekt zich duidelijk meer aan van de Oscars dan bioscoopgangers. Hier overigens wel een Nederlandse titel in de top 10: Down to Earth op nummer 7 met 58.581 bezoekers.

Alle grote Nederlandse filmfestivals noteerden groeicijfers in 2017. Het grootste evenement, het IFFR, ging van 305.000 naar 314.000 bezoekers. IDFA kwam uit op 285.000. En relatief de grootste groeier was Film by the Sea, dat van 43.300 naar 46.100 bezoekers ging. Alleen het Nederlands Film Festival liet een klein minnetje zien — duizend kaartjes minder verkocht — maar die cijfers zijn voorlopig en dus niet helemaal hard.

De bioscoopbranche heeft zich inmiddels bewezen als crisisbestendig en een blijvende groeisector. Sinds 2008, toen er 23,5 miljoen bezoekers werden geregistreerd, zijn de bezoekcijfers alleen maar gegroeid. De grote motor hierachter is de bouw van steeds meer bioscopen, die in een stroomversnelling is geraakt door het betreden van de markt door het Belgische Kinepolis en Britse Vue. Zij dwingen het Franse Pathé, jarenlang de onbetwiste marktleider, ook tot uitbreiding en innovatie. Over de afgelopen drie jaar is het aantal zalen toegenomen met ruim 11% tot een totaal van 959. Ook in 2017 kwamen er nieuwe zalen bij: dertien in totaal, die zo’n 2800 stoelen bevatten. Opmerkelijk is overigens dat de groei over het algemeen niet plaatsvindt in de vier grote steden. De bezoekersverhouding tussen Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag enerzijds en de rest van het land anderzijds is 3 staat tot 7.

Wat bioscoopbezoek blijvend aantrekkelijk maakt is de relatief lage prijs. En die is in 2007 niet gestegen. Het gemiddelde kaartje is vorig jaar zelfs 3 cent goedkoper geworden ten opzichte van 2016 en kwam uit op €8,38. Die daling is vooral te danken aan de populariteit van maandabonnementen als Cineville.

Nederlanders gingen in 2017 gemiddeld 2,1 keer naar de bioscoop en dat is het hoogste gemiddelde sinds 1978. Maar de branche denkt dat er nog ruimte is voor groei. Vergeleken met andere landen zitten we nog in de middenmoot. Bovendien is er deze zomer geen concurrentie van een Olympische Spelen en aan het WK Voetbal doet Nederland niet mee. Tot de titels die worden gezien als de smaakmakers van 2018 behoren: The Florida Project, Rabbit School, Nico 1988, Alpha en Hannah. Van eigen bodem kunnen we uitkijken naar onder andere Cobain, Catacombe, Bankier van het verzet, Redbad, My Name is Nobody, Niemand in de stad, Rafaël en Patser.

Edo Dijksterhuis