Berlinale: Woche der Kritik opent met speurtocht naar het filmpubliek
Bestaat een film zonder zijn publiek? Zo letterlijk werd deze filosofische vraag niet gesteld bij de aftrap van de Berlijnse Woche der Kritik, maar er werd wel een poging gedaan deze vaak geneerde factor in de keten bedenken-maken-kijken nu eens onder de loep te nemen.
Het begint al een mooie traditie te worden dat de Duitse filmcritici tijdens het Berlijnse filmfestival (maar onafhankelijk daarvan) een eigen week organiseren met films en discussies. Uitwisseling van ideeën over de politiek en esthetiek van films, over nieuwe vormen van distributie en vertoning, over hoe we films kijken en wie er kijkt. De opening vond gisteren plaats, op de avond voor de opening van de Berlinale. De locatie was een circustent, als verwijzing naar de beginjaren van de cinema.
Frédéric Jaeger van de Duitse vereniging van critici wierp ter inleiding wat balletjes op om de gedachtenwisseling over dat anonieme publiek op gang te brengen. "Waarom ben ik teleurgesteld als mensen niet de films gaan zien die ik goed vind? Is een goedbezochte film ook een goede film? Hoe zit het met de ideologie van de markt, die kunst als een product ziet? Kan succes gemeten worden?"
Dat de twee panels die deze avond vulden uitgenodigd werden hun gedachten over het filmpubliek op een rij te zetten., had overigens geen filosofische, maar een praktische aanleiding. Vrij recent heeft het Filmförderungsanstalt — de Duitse versie van het Filmfonds — besloten alleen nog films financieel te ondersteunen wanneer die naar verwachting minstens 250.000 bezoekers halen. Naar verhouding zou dat in Nederland zo’n 50.000 zijn. Dat lijken me interessante commissiegesprekken worden, want hoe ga je die verwachting hard maken?
Het besluit veroorzaakte, begrijpelijk, nogal wat rumoer. Verrassend genoeg had een van de panelleden, Christian Bräuer van een Berlijnse filmtheatergroep, er toch wel enig begrip voor. Hij signaleerde dat er te veel films voor te lage budgetten worden geproduceerd, wat hij geen goede ontwikkeling vindt. Is overigens ons eigen Filmfonds ook niet van mening dat het beter is om met meer geld minder films te maken? Bräuer kreeg flink op zijn kop van filmmaker Stephan Wagner, wiens grote zorg was dat de nieuwe richtlijn voor meer voorspelbare producties en minder verrassingen gaat zorgen. Terwijl we die verrassingen, bijvoorbeeld een klein project dat onverwacht doorbreekt, zo hard nodig hebben. Overigens is de maatregel voor de Duitse filmproductie minder drastisch dan het lijkt. Het gaat hier niet om overheidsgeld, maar om geld dat door commerciële partijen zoals bioscopen bij elkaar is gebracht. De artistieke film is hier niet van afhankelijk.
Maar hiermee was nog niets over het publiek gezegd. De discussie daarover verliep aanzienlijk tammer. Genoeg interessante aanknopingspunten, maar als totaal was het nogal versnipperd. Eigenlijk meer een inventarisatie van allerlei losse gedachten, die over het algemeen tamelijk voor de hand lagen. Zoals bijvoorbeeld de constatering dat het kijkgedrag de afgelopen dertig jaar onder invloed van nieuwe media aanzienlijk veranderd is. Een andere deelnemer ergerde zich aan het doelgroepdenken van marketingmensen. Zo laten we ons als kijkers kunstmatig in groepjes opdelen. Liefhebbers van actie, liefhebbers van drama, liefhebbers van romantiek, liefhebbers van arthouse, enzovoorts. Ook het onderscheid tussen arthouse en commerciële film was niet populair.
Het tweede panel, met filmmakers en festivalprogrammeurs, kreeg de vraag voorgelegd of ze bij hun werk al een publiek voor ogen hebben. Zoals viel te verwachten zien de filmmakers de beoogde kijker vooral als een soort versie van zichzelf, al wordt in de montagefase commentaar van vrienden en bekenden wel op prijs gesteld. Inzet van al dan niet bekende acteurs of sterren kan ook een manier zijn om bij het publiek verwachtingen op te roepen. Als voorbeeld dat zoiets wel eens mis kan gaan werd Personal Shopper van Olivier Assayas opgevoerd, met Kristen ‘Bella’ Stewart uit Twilight als ster. Daar hadden de Assayas-kenners dus niets mee, terwijl het Twilight-publiek niets met Assayas had.
Dat de gedachtenwisseling zelden uitdagend of verrassend was, had ongetwijfeld ook te maken met de samenstelling van de panels. Allemaal mensen die zich voornamelijk in de arthouse-sector bewegen. Als er al wordt nagedacht over prikkelen of werven van publiek, dan is dat vooral een intuïtieve bezigheid. Plus de constatering dat er weinig te voorspellen valt. Panellid Chris Fujiwara, criticus, filmcurator en voormalig directeur van het Edinburgh festival, is bezig met een onderzoek naar festivalpubliek. Daar hoop ik meer van te horen. Maar waarom was er geen deskundige uit de harde blockbusterbranche uitgenodigd? Had deze avond niet gewoon over marketing moeten gaan?
Leo Bankersen