Analoge filmprojectie: een verloren gegane kunst

  • Datum 18-04-2018
  • Auteur
  • Categorieēn Nieuws
  • Deel dit artikel

The Dying of the Light

De komende maanden doet de Filmkrant verslag van de openbare collegereeks This is Film! Film Heritage in Practice, een lezingenreeks met gastsprekers over filmrestauraties en filmerfgoed.

Het derde openbare college van This is Film! ging over projectie. Rond filmprojectie hangt een speciale magie, vooral als de projector aanwezig is in de ruimte waarin het publiek zit. Zoals vroeger bij 16mm-projecties in de aula van de middelbare school of ten tijde van de reisbioscoop in de beginjaren van de filmgeschiedenis. We hebben de onbedwingbare neiging even om te kijken naar de bron van het licht dat zoveel moois op het witte doek tovert.

Toch werden filmprojectoren in een aparte cabine gezet, vaak bovenin het filmtheater. Niets mocht de ‘suspension of disbelief’ verstoren, zeker niet de aanwezigheid van een operateur in de zaal. Dus verdween hij/zij samen met de techniek — de ‘cinematic apparatus’ — voor altijd uit zicht.

2012 was het omslagpunt wat betreft de vervanging van analoge apparatuur door digitale projectors. In Nederland gebeurde de digitale roll-out met overheidssteun via Cinema Digitaal. Veel expertise ging verloren en analoge filmlaboratoria gingen failliet toen de hele ‘workflow’ van film digitaal werd, van opname tot nabewerking. Dat leidde al snel tot bezorgdheid bij mensen uit het veld, die zich verzamelden op de website filmprojection21.org en daar de Charter of Cinematographic Projection in the 21st Century opstelden. Een oproep om de fotochemische manier van film maken en restaureren te behouden en beschermen.

Weinig bioscopen kunnen nog film projecteren met 35mm-projectoren, die meestal op de schroothoop belandden. Filmmusea vaak nog wel, al was het maar omdat bijvoorbeeld een zwijgende film langzamer gedraaid moet worden, meestal met zo’n 16-18 beeldjes per seconde, dan mogelijk is bij digitale projectie. Ook experimentele films, op Super-8 of 16mm, vereisen een zorgvuldige, analoge projectie. In EYE Filmmuseum heeft elke zaal zowel een digitale als een analoge projector.

Na de inleiding was het woord aan Leenke Ripmeester, die bij EYE werkt als curator animatie en manager sales. Zij was jarenlang operateur bij diverse filmtheaters en vertelde over haar ervaringen. Daarbij ging het vooral over ‘overnametekens’ die aan het eind van elke akte van ongeveer 15 à 20 minuten even kort in beeld komen.

still uit Fight Club
Still uit Fight Club

Voor de operateur waren zij het teken de tweede projector te starten om ervoor te zorgen dat de aktewisseling vlekkeloos verliep. Daarbij kan een aantal dingen misgaan: te laat zijn, de verkeerde knop indrukken of verwarring of een vlek rechtsboven in beeld nou wel of geen overnameteken is. De vele operateurs in de zaal knikten instemmend bij haar verhaal, dat werd omlijst met plaatjes van de verwarrende hoeveelheid vormen dat een overnameteken kan aannemen: van rondje tot kruisje met stift.

Stress over deze manier van projecteren verdween toen het non-rewind platter-systeem op de markt kwam. Op dit (liggende) systeem konden alle aktes (die op 5 à 6 losse spoelen zaten) aan elkaar geplakt worden, waardoor overnames verleden tijd werden. Het kostte menig operateur zijn baan, een voorbode van wat er gebeurde in het digitale tijdperk.

Na de pauze werd de documentaire The Dying of the Light (Peter Flynn, 2015) vertoond, over het gestage verdwijnen van analoge projectie na de digitale roll-out. Het is een nostalgisch stemmende film waarin talloze Amerikaanse operateurs met smaak vertellen over het vak en hoe filmprojectie door de decennia heen veranderde. Vooral de projectoren die nog werkten met koolspitsen spreken tot de romantische verbeelding, evenals de tot ruïnes vervallen oude filmpaleizen waar nog sporen te vinden zijn van het illustere verleden. Ook gaat de documentaire over de verloren gegane kunst het dikke fluwelen filmgordijn precies helemaal open te hebben als de film na de ouverture begint en weer te sluiten als de uitloopmuziek wegebt.

Toen The Dying of the Light in 2016 op het IFFR werd vertoond, was voorafgaand Mariska Gravelands video-essay Do Pay Attention to That Man Behind the Curtain te zien. De vertoning van deze korte film, destijds onderdeel van het programma Critics’ Choice, ging haperend ten onder tijdens het openbare college, wat goed paste bij het thema van projecties die om allerlei redenen de mist in kunnen gaan.

André Waardenburg

Verder lezen: filmwetenschapper David Bordwell heeft uitgebreid geschreven over de snelle overgang van analoog naar digitaal.