Wij zijn 30: Eugenio Renzi en Antoine Thirion

over filmkritiek na 'Cahiers du cinéma'

  • Datum 28-04-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

De Independencia crew tijdens een video-interview met Apichatpong Weerasethakul.

Films, tekeningen en teksten zijn de wapens van dertigers Eugenio Renzi en Antoine Thirion in hun zoektocht naar een nieuwe filmkritiek die de vrije geest van de illustere Cahiers du cinéma levend moet houden.

Een van de meest interessante nieuwe webmagazines is het in 2009 opgerichte Independencia van de in Italië geboren Eugenio Renzi (1980) en Fransman Antoine Thirion (1981). Binnen de kortste keren wisten ze een keur van internationale schrijvers aan zich te binden, en vooral een flink aantal toonaangevende regisseurs voor hun camera te krijgen voor lange, diepgravende interviews. Independencia heeft een hybride vorm, en bevat teksten, tekeningen, video’s, blogs, recensies en festivalverslagen. Daarnaast zijn Renzi en Thirion ook actief als programmeurs en curatoren en verzorgen ze regelmatig lezingen en discussies bij filmvertoningen. We mailden met de beide critici die we al eerder spraken op filmfestivals in Wenen en Ljubljana.

Jullie begonnen allebei bij Cahiers du cinéma, in ogen van velen zo’n beetje de hemel van de filmkritiek, maar besloten daar in 2009 weg te gaan. Hoe zat dat? "De hemel bestaat niet, maar Cahiers was beslist een goede leerschool. De druk en de verwachtingen waren er hoog. Ten tijde van Sergey Daney (hoofdredacteur van 1973 tot 1981) was het een heel vrij en onafhankelijk filmblad, maar dat veranderde toen Serge Toubiana in 1981 de macht kreeg. In de jaren tachtig veranderde het blad van een kritische beschouwer van de eigen filmcultuur in een soort pantheon van de Franse film. Vandaag de dag is het een instituut, deel van het systeem. Maar hoe kun je het systeem kritisch beschouwen als je er deel van uitmaakt?
"Voor ons was dat een cruciale vraag. Natuurlijk is er geen simpel antwoord. Je kunt niet alleen maar in of alleen maar buiten een systeem staan. Maar je moet die vraag wel blijven stellen. Binnen Cahiers was dat echter taboe. We waren jong en onervaren toen we begonnen, en tegen de tijd dat we die vraag binnen het redactiecomité konden stellen stond het blad al te koop."

Tijd voor iets anders dus? "Ja, maar voor ons moest dat wel de verloren essentie bevatten van wat Cahiers ooit geweest was. Dus de manier waarop François Truffaut de Franse film aanpakte in zijn beroemde essay ‘Une certaine tendance du cinéma français’. Of Michel Mourlet over mise-en-scène schreef in ‘Sur un art ignoré’. Of Louis Skorecki’ die in de jaren tachtig ‘Contre la nouvelle cinéfilie’ schreef. En Serge Daney’s eigen ‘Cinéjournal’. Overigens is wat wij de geest van Cahiers noemen, niet beperkt gebleven tot de pagina’s van de Cahiers. Sporen ervan kun je terugvinden in het blad Trafic in de jaren tachtig, in de recensies in de Libération in de jaren negentig. Dat is natuurlijk ook niet te programmeren. Maar als criticus in die traditie moet je jezelf wel de kans geven om je werk te kunnen doen. Independencia is voor ons de plek waar dat weer tot leven kon komen."

Vrijheid. Genoemd naar een film. "Voor ons werd het steeds belangrijker om zowel op redactioneel als op grafisch niveau te werken, zonder bemoeienis van uitgevers en andere bazen. En we wilden een tijdschrift maken dat zoveel mogelijk mensen zou kunnen bereiken en invloedrijk zou kunnen zijn, dus was het al snel duidelijk dat we het net op moesten.
"Als je nadenkt over journalistieke vormen geeft internet je de grootst mogelijke vrijheid. Je kunt bloggen, video’s uploaden, tekeningen publiceren. De mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt alle hedendaagse talen en vormen gebruiken. Net zoals de film zelf. In redacted gebruikt filmmaker Brian de Palma het internet als een cinefiel, op dezelfde manier zoals hij naar het werk van Alfred Hitchcock placht te kijken. Maar nu is het het net dat hem inspireert.
"Dus, aan de ene kant willen we ‘modern’ zijn, maar tegelijkertijd willen we kunnen zeggen dat modernisme niet per se een vooruitgang is. We willen niet zoals de arme ‘Angelus Novus’ van Walter Benjamin een slachtoffer van de moderne tijden zijn.
"We willen op een nieuwe manier denken, maar we willen ook het nieuwe kritisch beschouwen. Dat is ook waarom we ons door filmmaker Raya Martin hebben inspireren, omdat hij dat omschreef als: ‘Het oude is het nieuwe nieuw.’ Zijn film independencia laat precies dat zien. We zagen hem kort voordat we in 2009 naar Cannes gingen. Toen speelden we al met het idee om een website op te zetten als reactie op de situatie bij Cahiers en het gebrek aan alternatieven. independencia is een film over kolonisatie, over verzet tegen kolonisatie, en bovendien een film, die zich door zijn stijl en vorm verzet tegen de kolonisatie, tegen de doem van de moderniteit. Dat was voor ons een enorme eyeopener. Ook wij wilden de wapens van onze tijd gebruiken, namelijk het internet. Maar tegelijkertijd wilden we de toon van de twintigste-eeuwse tijdschriften en recensies terugvinden. Vandaar die kleine hommage aan de film. Die titel was als een vlag. Perfect gewoon."

In hoeverre voelen jullie je nu nog in die lange, sterke Franse filmkritische traditie staan? "De kritiek is een klein en fragiel gebied. Ergens tussen journalistiek en academische essayistiek in. Journalisten leggen niet uit waarom ze het over een bepaalde film hebben. Omdat het nu eenmaal hun werk is om verslag te doen van alles wat er in hun stad of land gebeurt. En op dezelfde manier geven academici zich er geen rekenschap van waarom ze het over een bepaald onderwerp hebben. Ze houden zich met de grotere lijnen en concepten in de filmgeschiedenis bezig. De criticus zit daar tussen in. Hij heeft het over actuele films, maar probeert ze wel in een context te plaatsen. Dus als criticus doe je altijd twee dingen tegelijkertijd. Je hebt het over iets, en je legt uit waarom je het erover hebt. Het is een subtiele balans. Het risico is dat je te journalistiek wordt, of te academisch. Kijk zelf maar eens om je heen, in Frankrijk maar ook daarbuiten, wie pretendeert een criticus te zijn, maar eigenlijk schrijft als een journalist of een academicus."

Door multimediaal te werken overstijgen jullie het traditionele idee van een tijdschrift. En jullie experimenteren ook met nieuwe vormen. Moeten we Independencia nog wel een tijdschrift noemen, of een site, of een kanaal? "Eigenlijk doet het er niet toe. Het zijn maar middelen om je uit te drukken. Die brengen je niet per se dichter bij je doelen als criticus. Een van de dingen waar we mee experimenteren is dat we fictionele elementen in ons werk proberen te incorporeren. Je zou kunnen zeggen dat een artikel meestal een soort van documentaire is. Het legt de indrukken en observaties van de schrijver vast. Maar wat gebeurt er als je daar fictieve elementen aan toevoegt, zoals documentairemakers ook doen? Zoals een script. Of een fake-interview. Of een verslag van vrienden die in een bar over een film napraten, zodat je je recensie meerdere stemmen kunt geven.
"Onlangs hebben we met André Labarthe een film gemaakt, die we no comment hebben genoemd, die een reactie is op Jean-Luc Godards film socialisme. Het is een soort fictiefilm, waarin een groepje critici in een Parijs appartement napraat over een film. Dat soort dingen. Des choses comme ça."

En die tekeningen? "Tekeningen waren aanvankelijk de simpelste manier om beelden te gebruiken en te ontsnappen aan de terreur van de vier of vijf persfoto’s die iedereen van de filmdistributeur krijgt en die je dus in elke publicatie ziet, ongeacht de toon of de ernst van het blad. Dus dat was een andere manier om onze vrijheid te bevestigen, ook op het gebied van de faciliteiten die distributeurs je bieden om je werk te kunnen doen.
"Maar hoe meer we erover dachten, hoe meer het idee om tekeningen als illustraties te gebruiken ons eigenlijk beviel. Ze beklemtonen ook het idee van het internet als een echte vrijplaats. Dat lijkt voor de hand te liggen, maar dat is het eigenlijk niet. Als een website eenmaal is gebouwd, dan moet je je teksten en foto’s daar zetten waar de programmeur het heeft bedacht. En heel vaak lees je zogenaamde onafhankelijke blogs die in feite deel uitmaken van grote mediabedrijven. Dat is absurd. Dat hebben wij ook in de navigatie van onze site tot uitdrukking willen laten komen.
"Belangrijker is echter het cinefiele argument. Toen we bij Cahiers begonnen waren we Franse critici die schreven met de gedachte dat ons denken over film afkomstig was van een Amerikaanse traditie van filmmaken zoals die door onze grote voorgangers was geanalyseerd. Maar voor onze generatie ligt dat toch net wat anders en daar moeten we eerlijk over zijn. Onze cinema komt overal vandaan. Commerciële cinema, radicale cinema, die zowel in bioscopen als in galeries vertoond kan worden. En we voelen ons meer verwant aan de experimenten die momenteel in de Aziatische cinema plaatsvinden. Dus toen vonden we het ook wel een grappig idee dat Europeanen onhandige tekeningen van Aziatische films zouden maken, als een soort omgekeerde spiegel van de Indiase of de Japanse cinema die hun eigen posters maken van Amerikaanse films."

Dana Linssen