Vijf vragen aan Tessa Boerman
Tessa Boerman (1967) is een van de acht nieuwe leden van de Raad voor Cultuur, het belangrijkste adviesorgaan voor regeringsbeleid op cultureel gebied. Ze komt uit de filmwereld, maar vertegenwoordigt die niet. Hoe zit het dan wel?
Wat is er veranderd in de organisatie van de Raad? De voorzitters van de verschillende commissies zijn nu niet meer automatisch raadslid. Commissies houden zich met inhoudelijke vraagstukken bezig, de Raad gaat over de grote lijnen. De acht raadsleden zijn niet uitsluitend geselecteerd op hun expertise, maar op hun visie op de hele cultuursector. Het moeten generalisten zijn, geen specialisten.
Je studeerde aan de Filmacademie als documentaireregisseur, maakte documentaires voor de VPRO, bent filmprogrammeur voor Black Cinema Festivals… Kan iemand die zo in ‘het wereldje’ zit wel een generalist zijn? Het is bijna onmogelijk mensen aan te stellen bij wie dat niet speelt. Ik ben niet alleen filmmaker, maar heb ook verstand van visuele cultuur en culturele diversiteit. De Raad krijgt haar informatie van de commissies, die bestaan uit echte specialisten uit het veld.
Gaat dat niet botsen? Informatie van specialisten uit de commissie film aan iemand met kennis op het gebied van film? De Raad kan niet alles weten. Bovendien werken Raad en commissies nauw samen en wordt er informatie uitgewisseld. Verder is expliciet besloten dat de stemmen van raadsleden onderling even zwaar tellen, los van eventuele expertise.
Wat vind je van de Nederlandse filmwereld op dit moment? Het is onrustig geweest. De Filmbrief komt binnenkort uit en daar is lang op gewacht. Verder moet ik nog veel overdrachtsdossiers doorlezen voordat ik een duidelijk beeld heb.
Maar als je kijkt vanuit je beroepspraktijk? Ik vind het goed dat er veel discussie over verbeteringen is. Het is voor makers van belang te weten wat de koers van de staatssecretaris is. Verder is er veel belangstelling voor de Nederlandse film, vooral voor commerciële producties. Het blijft belangrijk om te onderzoeken welke sectoren eventueel onderbelicht blijven en steun nodig hebben.
Lotte de Wit