Saverio Costanzo over DE EENZAAMHEID VAN DE PRIEMGETALLEN

'Deze film is niet leuk'

  • Datum 17-11-2010
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Saverio Costanzo

Paolo Giordano’s debuutroman La solitudine dei numeri primi was in 2008 het bestverkochte boek in Italië, en is in 22 talen vertaald. Regisseur Saverio Costanzo hield weinig rekening met de liefhebbers van het boek. "Ik ga het publiek niet paaien met een verhaal dat ze al kennen."

Costanzo en zijn producent kochten de filmrechten voor het boek al voordat het gepubliceerd was. Costanzo ging met Giordano aan de slag met het scenario, eigenlijk met de bedoeling er een andere regisseur bij te zoeken. Pas toen de verkoopcijfers omhoog schoten, besloot Costanzo zelf achter de camera te gaan staan. "Bij vijf miljoen verkochte exemplaren", lacht de Italiaan. "Het idee van werken aan een bestseller intrigeerde me. Wanneer een boek zo’n groot succes wordt, is dat nooit toeval. Door de redenen daarvoor te onderzoeken, kun je ook op een nieuwe manier gaan kijken naar de tijd waarin je leeft."
Voor Costanzo zit die actualiteit vooral in de rol van het lichaam. Het verhaal draait om de relatie tussen de eenzame zielen Alice en Mattia, in de film gespeeld door respectievelijk Alba Rohrwacher en Luca Marinelli. Beiden dragen hun ellende in hun lichaam mee: Alice loopt mank door een ski-ongeluk en heeft anorexia; Mattia verhult zijn schuldgevoel over een incident in zijn jeugd door zichzelf te snijden. "De film is een klein epos over twee lichamen. Vroeger lagen politieke ideologieën buiten onszelf. Tegenwoordig is het lichaam zelf een politiek statement."

Voyeurisme
Toch gaat de film zeker niet alleen over het heden. We volgen Alice en Mattia vanaf hun jeugd in de vroege jaren tachtig tot nu. "In 1984 was ik even oud als Mattia. Wat me aantrok in het boek was de kans mijn eigen herinneringen aan die tijd te verwerken, in kleine details. Dus zijn het in de film mijn muziek, mijn kleuren, de beelden van mijn jeugd. Ik moet mijzelf en mijn idee van het verhaal erin kunnen stoppen, anders kan ik het niet doen."
Die eigen details zijn niet de enige grote wijziging. Waar de vertelling in het boek chronologisch is, worden de verschillende tijdperken in de film grondig door elkaar geslingerd. "Ik wilde dat het publiek zichzelf zou verliezen in de film. Ik wist dat de meeste toeschouwers een directe vertaling van het boek zouden willen zien, maar daar kan ik niets mee. Ik ga niet naar de bioscoop om iets te zien wat ik al ken; ik wil verrast worden. Als je film kijkt om te zien wat je al kent, is dat gewoon voyeurisme. Als een bestseller verfilmd wordt, gaat het alleen nog over wat er wel en niet in de film komt. Juist daarom hebben we het verhaal voor de film totaal kapotgemaakt."

Verwarring
Het eerste halfuur is welbewust chaotisch en desoriënterend, en de bepalende gebeurtenissen in de levens van Alice en Mattia die in het boek de eerste twee hoofdstukken beslaan, worden lang uitgesteld. Daardoor is de film beter te behappen door mensen die het boek niet kennen, denkt de regisseur. "Als je het boek hebt gelezen, zit je te wachten op iets wat je al weet. Wie nog geen vooropgezette ideeën over het verhaal heeft, speelt het spel van de film mee. Als je iets niet snapt, dan moet je dat gaan ontdekken.
"Je kunt niet naar film kijken alsof je slaapt, zoals bij televisie. Verwarring is heel gezond in de cinema; het leven zelf is ook verwarrend. Als ik naar een film van David Lynch kijk, snap ik niets van het verhaal, maar begrijp ik meer van mijzelf. Dat is het mysterie. Een groot deel van het publiek zal dat niet slikken, maar er zal ook een kleine groep zijn voor wie het daardoor meer betekenis zal hebben. Dat is ook terug te zien in de reacties die de film in Italie kreeg. Gelukkig heb ik nergens gelezen dat de film ‘leuk’ werd genoemd. Deze film is niet ‘leuk’. Film mag niet ‘leuk’ zijn."

Niet huilen
Ook de gefluisterde, serieuze sfeer van het boek werd door Costanzo welbewust niet overgenomen. "Als we al die pijn uit het boek direct op het scherm zouden hebben, is er een groot risico dat het een parodie wordt. Ik moest in de stijl van de film een ironische blik op die pijn van de karakters houden. Door in de beeldtaal te verwijzen naar de horrorfilms van Dario Argento of het werk van Kenneth Anger. En het zit in de muziek: als je een liedje van de Carpenters gebruikt bij een zeer intieme, dramatische scene creëer je een ironische botsing." Daarbij gaat het er niet om het publiek te misleiden; integendeel. "Die ironie is juist een manier om de waarheid te tonen, om de pijn van de karakters te kunnen laten zien zonder dat je er als kijker door vernietigd wordt. Ik geloof niet in huilen in de bioscoop. Zo gauw je huilt, houden je emoties op. Een regisseur mag je tranen niet naar buiten laten komen, want zo gauw dat gebeurt, ben je de film ook kwijt. Dat was in dit geval extra riskant, omdat de lezers van het boek komen om te huilen, en ik kan dat niet laten gebeuren."

Joost Broeren

De Filmkrant sprak met Saverio Costanzo op het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen in Gent.