Rutger Wolfson over het IFFR
Ik kom niet uit een ei
Rutger Wolfson. Foto: Angelique van Woerkom
Een nieuwe directeur, een nieuw logo, nieuwe programmaonderdelen, nieuwe films. De daadkracht van Rotterdams nieuwe festivaldirecteur Rutger Wolfson kan niet op. Na een jaartje ad interim proefdraaien zit hij er nu voor het echie.
Uw eerste daad als festivaldirecteur was een nieuwe opzet van het programma. Was dat nodig? De vorige programmaopzet zat heel goed in elkaar, was heel intelligent en strak uitgedacht. Maar hij functioneerde om twee redenen niet. Ten eerste communicatief. Iemand gebruikte de uitdrukking ‘je ziet door het bos’, nee: ‘Door de bomen het bos’, nee, andersom, normaliter is het: ‘Je ziet door de bomen niet meer’, maar nu is het: ‘Je ziet door het bos de bomen niet meer’. Kortom het was zo’n woud geworden dat je de individuele titels niet meer zag. Terwijl het daar om gaat.
Nu beklemtonen we de sterke punten van het festival. Ten eerste het ontdekken van nieuwe talenten (Bright Future, daar zit ook de competitie in), dan onze goeie smaak (Spectrum-deel, meesters, het beste van andere festivals) en ten derde het stellen van kritische vragen en dingen signaleren en dat zit in de Signals-sectie.
Een andere reden om er kritisch naar te kijken is dat Rotterdam altijd heel erg voorop heeft gelopen met het kijken naar alles wat met film te maken heeft maar niet per se een filmvertoning is, het Exploding Cinema-gedeelte en het uitgroeien van het korte filmprogramma waar altijd veel aandacht is voor vernieuwing. Dus was de tijd rijp om een volgende stap te zetten en die onderdelen niet als bijprogramma’s te presenteren. Daarom hebben we ze nu in het hoofdprogramma geïntegreerd.
Waarom is dat belangrijk? De ervaring leert dat mensen gewoon voor de films komen en niet voor de bijprogramma’s. Je moet proberen om ze uitgaande van hun initiële interesse in film een rijkere ervaring te bieden.
Is dat de taak van een filmfestival? Een interessante vraag is: ‘Hoe ziet de toekomst van de film eruit?’ Hoe een filmfestival eruit ziet is afhankelijk van hoe je die vraag beantwoordt.
Hoe beantwoordt u die vraag? Onze ‘core business’ is natuurlijk film en dat blijft het ook. Maar ik ben benieuwd of je dat hele gebied van kennis en ervaring dat aan film vastzit ook op andere gebieden kunt toepassen. Het Size Matters-programma is een poging om te kijken of je het filmische vertoog ook op de openbare ruimte kunt toepassen.
Is dat meer dan een gedachte-experiment? Zijn er voorbeelden in de ontwikkelingen rondom film die dat nu relevant maken? Nou…, ehm…
Er zijn ook theorieën die zeggen dat je bijvoorbeeld voor het hele filmcomplex op internet een nieuw kritisch apparaat moet ontwikkelen. Ook in het ontwikkelen daarvan zul je altijd zien dat men zal teruggrijpen op het kritische vocabulaire dat we al hebben.
Blijft de vraag waarom een klassiek filmfestival, zoals u in uw beleidsplan zegt, zich moet ontwikkelen naar een hybride festival over filmverwante beeldcultuur. Voldoet Rotterdam oude stijl niet meer? Wat je probeert is je relevantie en urgentie te vergroten. Als je vasthoudt aan dat klassieke model raak je steeds verder vervreemd van allerlei ontwikkelingen die zich rondom film en media maatschappelijk afspelen. En dat wil je niet. Je wilt een festival zijn dat middenin de wereld staat.
Je zou ook kunnen zeggen dat de wereld al in de films zit. Het lijkt nu ook een beetje alsof u een dominee bent of een diëtiste die zegt wat goed voor je is. I’ve been called worse.
Maar? Dus? Dat maakt niet uit.
Het heeft te maken met dat je ergens enthousiast over bent en de kracht daarvan wilt benutten. Ik geloof heel erg in film en wat film vermag en wat het potentieel daarvan is om daarmee dingen maatschappelijk te agenderen.
Gelooft u meer in film of in beeldcultuur? Ik denk dat ik uiteindelijk meer in film geloof dan in beeldcultuur. Beeldcultuur is een heel ongedefinieerd begrip. Probeer mij maar uit te leggen wat beeldcultuur is. We zijn in eerste instantie een filmfestival.
…dat zich in uw woorden moet ontwikkelen naar een hybride festival over filmverwante beeldcultuur. Volgens mij zijn we dat al. We hebben bijprogramma’s gehad over televisie, over games.
Zet dat niet de deur open voor een hoop randverschijnselen, zoals een paar jaar geleden een potje voetballen in de Schouwburg? Dat voetballen maakte deel uit van een programma dat zich de vraag stelde wat de toekomst van filmfestivals is nu mensen steeds meer gaan downloaden. Of dat voetballen leuk was of niet boeit me niet zo, ik vind de vraag relevant.
Speelt die vraag nu nog bij de medewerkers? Die vraag is eigenlijk te groot om in een keer te beantwoorden, dat heeft met economische ontwikkelingen te maken, hoe ontwikkelen media zich…
Begin praktisch: bestaat het festival over tien jaar nog? Jazeker!
En hoe ziet het er dan uit? Ik denk in grote lijnen zoals nu.
Groter? Kleiner? Grotere zalen? Kleinere zalen? Ik denk dat wij niet veel groter willen worden omdat je anders aan kwaliteit verliest.
En vertoont Rotterdam dan films die al een half jaar al dan niet semi-illegaal op dvd circuleren? In Azië circuleren nu al heel veel al dan niet legale dvd’s van films die wij in ons programma vertonen. Dat is nu geen probleem omdat wij als festival niet in Azië zitten. Dat wordt een probleem als die cultuur hier naartoe overslaat en mensen hier ook heel veel nieuwe films gaan downloaden. Maar dat is allemaal zo speculatief. Bovendien vinden mensen een festival een bijzonder evenement om naartoe te gaan. Je zou kunnen zeggen: ‘Het gaat toch om de film dus wat maakt het uit waar je hem bekijkt?’ Maar de setting blijkt er wel degelijk toe te doen. Je zou het ook door kunnen trekken en signaleren dat er in Nederland wel heel erg veel festivalletjes aan het ontstaan zijn en nog maar weinig films regulier worden uitgebracht.
Voelt het IFFR wat betreft de Tiger Competitie druk van de nieuwe, en vooral rijke festivals zoals Rome en Dubai die er wereldwijd bijkomen? Veel Tiger-kandidaten hebben al elders gedraaid en prijzen gewonnen. Wij willen in eerste instantie filmmakers ondersteunen. Aziatische filmmakers, die bijvoorbeeld Hubert Bals Fonds-geld hebben gekregen of met hun project op de Cinemart zijn geweest, zijn voor de rest van hun loopbaan afhankelijk van de Aziatische markt. Dus ze zouden wel gek zijn als ze hun nieuwe film niet in Pusan zouden vertonen. En wij zouden die filmmakers weet ik veel wat aandoen als we ze dat zouden verbieden. Wij moedigen ze juist aan om naar andere festivals te gaan. Wij zijn ook geen A-festival zoals Berlijn of Cannes, dat op die manier hele harde première-eisen aan z’n competitie stelt — moet je vervolgens eens zien wat dat voor competities zijn.
Hoe belangrijk zijn premières dan voor Rotterdam? Nou, belangrijk.
Al die festivals vissen wel in dezelfde vijver. De filmproductie zelf is ook enorm toegenomen.
Niet de productie van geweldige films. Nee…, maar…, klopt. Het hangt ook van het festival af. Met Berlijn is er natuurlijk elk jaar gesteggel over een paar titels, maar aan de andere kant hebben we ook veel baat bij elkaar. ‘Sales agents’ weten dat een film die het in Rotterdam goed doet, in Berlijn op de markt verkocht wordt. Of deals die in Rotterdam al worden gesloten, worden in Berlijn bekend gemaakt omdat daar de publiciteitsmachinerie veel groter is.
Heeft Rotterdam die publiciteit niet liever zelf? Jawel, maar ik kan niet aan die ‘sales agents’ vragen…, dat moeten ze natuurlijk zelf…, maar mensen weten dat, echte pro’s denken: ‘Oh ja, dat is natuurlijk in Rotterdam…’ En je moet de kritiek op Berlijn eens lezen, dat gaat in veel hardere woorden, als je daar niet groot wordt…
Kleinere festivals als Wenen of Gent hadden bijvoorbeeld wel Todd Haynes over de vloer met i’m not there. Ik ben het niet met je eens over dat statusgedoe. Mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘Vroeger had je die en die regisseur nog in Rotterdam’, maar toen had niemand het door, want was die regisseur nog onbekend. Het heeft te maken met perceptie. Sokoerov wilde vorig jaar niet naar Cannes en wel naar ons. En het heeft ook met andere dingen te maken. Amerikaanse regisseurs moeten in januari heel hard lunchen om hun Oscarnominaties te regelen.
Hoe verhoudt Rotterdam zich tot de festivals die u het afgelopen jaar heeft bezocht? Je wilt natuurlijk wel het belang van de Tiger Competitie vergroten. Maar dat is een lang en complex proces.
Hoe doe je dat? Grotere geldprijzen? Dat is één ding natuurlijk. Maar ook het verlengen van de levensduur van een film na het festival op de markt.
Hoe kijkt u terug op dit eerste jaar? We hebben financieel en organisatorisch gezien een moeilijk jaar gehad. We hebben heel erg moeten bezuinigen.
Lijken in de kast? Het festival heeft een aantal jaar op te grote voet geleefd. Dat was omdat er reserves waren en die zijn toen uitgegeven.
Nog opmerkelijke verschillen met de beeldende-kunstwereld, uw natuurlijke habitat? Behalve antropologische observaties dat men zich in de filmwereld anders kleedt dan in de beeldende kunstwereld? Het belang van de industrie is in de filmwereld veel groter dan in de kunstwereld. In de kunstwereld maken meer mensen dingen, zonder dat iemand daar op voorhand voor moet betalen. Als je op de Documenta rondloopt zijn daar natuurlijk veel galeriehouders, maar er is geen markt.
Hoe zit het met de ambitie van het IFFR om ook een soort museum te worden, met een festival ‘spin-off’ in de zomer, een digitaal filmkanaal en het hele jaar door Tiger Tours? Daar ben ik helemaal niet voor. We moeten ons echt op het festival zelf concentreren en z’n internationale positie. Alles er omheen is maar bijzaak. Geen nieuws verder daarover, maar we zijn ons er wel op aan het beraden.
Toen u nog in het bestuur zat, zei u dat de nieuwe directeur strak leiding moest gaan geven aan de programmeurs die een beetje hun eigen winkeltje bestierden. Gelukt? Dat is het stokpaardje van de liefdevolle buitenstaander waar ik inmiddels een beetje om moet giechelen. Ik heb wel eens gedacht dat het voor een hardcore filmfiguur moeilijker zou zijn geweest. Iemand met een sterke filmsmaak komt natuurlijk in zo’n groep en wordt voortdurend getest. Ik sta er heel open in, ik ben een generalist, maar ik ben natuurlijk niet gek. Ik kom niet uit een ei. Maar ik kan wel goed de regie voeren over een gezelschap van specialisten. Maatschappelijke ontwikkelingen het festival binnenhalen. Daar kom ik ook een beetje vandaan.
De festivaldirecteur als regisseur dus? Nou…, ehm…
Dat zou wel een goede kop zijn. Daarom zeg ik het ook niet.
U komt niet uit een ei, zegt u. Wat zijn uw hang-ups, waar kunt u niet tegen in film, waar gaat u voor? Dat vind ik niet zulke interessante vragen. Het gaat me er meer om of iets me interesseert. Dat kan ook een prachtige mislukking zijn. Stokpaardjes? Alles wat in dit gesprek voorbij is gekomen zijn mijn stokpaardjes.
Voor de gewone festivalbezoeker, de distributeur en de filmhuisdirecteur is dat allemaal nog tamelijk abstract. Die wil man en paard. Dat soort lijstjes wil ik vermijden. We kunnen het natuurlijk uren over mijn hobby’s gaan hebben, maar laten we daar dan een heleboel bier bij gaan drinken.
Jos van der Burg | Dana Linssen