Roger Donaldson

Blind optimisme

  • Datum 11-05-2017
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Roger Donaldson (foto Angelique van Woerkom)

Zesentwintig jaar nadat hij de eerste regel op papier zette, was Roger Donaldson klaar met The world’s fastest Indian. Over volhouders en machines.

Het lijkt erop dat regisseur Roger Donaldson in Amerika bleef hangen met een naïef idee over ‘onbegrensde mogelijkheden’. Toen hij nog in Australië woonde, kocht hij een Duitse Exacta-camera van de broer van een vriend en begon een studie geografie. Dat mislukte — "mijn passie voor fotografie en het gebrek aan vrouwelijk gezelschap daar in de woestijn maakten me duidelijk dat ik iets anders moest gaan doen" — en om de dienstplicht en daarmee een zekere dood in Vietnam te ontlopen, ontsnapte hij naar Nieuw-Zeeland en ging als fotograaf aan de slag. Daar begon hij ook films te maken.
Een jaar of vijftien later belandde Donaldson in Amerika en bleef er. "Ik ben in Amerika gaan wonen terwijl ik nooit-nooit-nooit had gedacht daar te belanden. Niemand had me er ooit van kunnen overtuigen dat ik in Los Angeles moest gaan wonen. Maar de plek inspireerde me. Ik voelde de aantrekkingskracht van filmmaken. Film is alles daar, van de ‘down-and-dirty artfilms’ en pornofilms tot de reusachtige, epische Hollywood-extravaganza."
En nu ligt er The world’s fastest Indian, over de waargebeurde recordpogingen van Nieuw-Zeelander Burt Munro (Anthony Hopkins) die in 1967 helemaal naar het eind van de wereld reist — de zoutvlakten bij Bonneville in Utah om precies te zijn — om daar het wereldsnelheidsrecord te verbreken.

Guerilla’s
"The world’s fastest Indian omvat eigenlijk mijn hele filmcarrière. De film begint rustig maar heeft ook iets van mijn thrillers en Hollywood-avonturen. In 1979 ben ik begonnen met het scenario nadat ik al één speelfilm had gemaakt. Dat is dus lang geleden." Die eerste speelfilm was Sleeping dogs, over iemand die in Nieuw-Zeeland betrokken raakt bij een revolutionaire strijd tussen guerilla’s en extreemrechtse paramilitairen. Tegen de achtergrond van Donaldsons ontsnapping naar Nieuw-Zeeland misschien een proeve van zijn politieke stemming.
"Door de jaren heen heb ik steeds nieuwe versies van het verhaal geschreven. Na elke film werd me gevraagd wat ik vervolgens ging doen en ik zei altijd dat ik deze film ging maken. Ik moest het doen want voor mij is het een heel persoonlijk verhaal."
"Na mijn laatste film, The recruit met Al Pacino en Colin Farrell, dacht ik: ‘Nu ga ik het doen. Ik moet ophouden met praten. Als ik het nu niet doe dan moet ik erkennen dat ik datgene wat ik écht wilde, nooit heb durven doen.’ Dat betekende wel dat ik mijn carrière in Hollywood stilzette om met veel minder geld een onafhankelijke film te kunnen maken. Toch wilde ik hem maken alsof er wel een groot budget achter zat, ‘beg, borrow and steal from my friends’, om iets te maken dat intiem voelt, zoals een onafhankelijke film moet voelen. Maar ik wilde de film maken met wat ik had geleerd bij mijn studiofilms."

Soloreis
"Eerst wilde ik een meer commerciële film maken, moet ik eerlijk zeggen.’ Pardon? ‘Nou, commercieel is niet het goeie woord misschien. In de eerste versies van het script heb ik er een tweede personage naast geplakt zodat Burt de reis niet alleen hoefde te maken. In een van die versies ontmoet hij in Nieuw-Zeeland een Amerikaans meisje dat ruzie heeft met haar vriendje. De film verandert dan in een road movie met een ouwe man en een jong meisje. Er was geen seksuele relatie of zo, maar het was gewoon een lekker verhaal over twee outcasts. Maar dat lag allemaal zo ver af van de waarheid dat ik die versie niet kon verfilmen. Ik besefte dat Burts reis een soloreis moest zijn. Maar dat was veel moeilijker om te schrijven."
"De relatie met zijn motor, dat is de relatie waar het om draait. Dus als in de film dat wiel van de kar losraakt, begint hij tegen zijn motor te praten. Zo was Burt. Zo’n verhouding had hij met z’n motor. Hij kocht ‘m toen hij nog een joch was en is dat ding z’n hele leven trouw gebleven. Hij was zo toegewijd aan die machine, die kon hij nooit in de steek laten. En dat blijkt ook wel want hij had in 1967 veel sneller kunnen gaan op moderne motoren. Die anderen rijden zo ongeveer op raketten. Maar om de een of andere reden moest hij op dat rare, gekke ding rijden. Die motor was meer dan vijftig jaar oud toen hij ermee aan de startlijn verscheen."

Outcasts
Het lukte Donaldson om de film, ondanks het soms wat sentimentele verhaal, een constante spanning mee te geven. Het kan steeds verschrikkelijk verkeerd gaan met Burt. "Dat heb ik expres gedaan. Op de eerste plaats doet Munro iets wat erg gevaarlijk is. En hij is oud en hij heeft een hartprobleem en hij rijdt op een aftands oud brik, wat niet de beste machine is om een wereldsnelheidsrecord te verbeteren. Vanuit je ervaring met film kijken, denk je dan dat er inderdaad iets verschrikkelijk verkeerd gaat. Dat hij sterft bijvoorbeeld. Het is de tegenhanger van het optimisme van dit personage. Dat is mijn expertise met thrillers: dat ik weet hoe je een film benauwend en spannend laat voelen. En toch is dit geen thriller. Ik wilde dat het verhaal die spanning kreeg, maar ook grappig en emotioneel is."
"Als je dit verhaal zou verzinnen, gelooft het publiek er niets van. Toch is het echt gebeurd. Dat het waar is, maakt het zo ongeloofwaardig, zo fantastisch. Als je het zou verzinnen dan denken mensen ‘common, gimme a break’."
Dat het deuntje in de film een citaat is uit het deuntje in American beauty is Donaldson nooit opgevallen. Hij gaat er eens goed naar luisteren. En nee, het is dus ook geen verwijzing naar die film. En The world’s fastest Indian is ook geen ode aan een ‘ander’ Amerika, het Amerika van de verschoppelingen. Je zou het kunnen denken als je de travestieten en ten dode opgeschreven militairen en in de woestijn weggestopte oude vrouwtjes de revue ziet passeren. Maar nee, Donaldson viert met Burts blinde optimisme juist de ‘spirit’ die hij zag toen hij voor het eerst in de VS belandde.
"Elke regel in het script staat er natuurlijk om een reden. Ik wilde niet alleen een film maken over het personage dat me inspireerde om deze film überhaupt te maken. Het gaat niet alleen om hém. Ik wilde ook een film maken over het Amerika dat ik zag toen ik er voor het eerst heen ging."

Ronald Rovers