Matt Hulse over Dummy Jim
'Ik creëer een vriendelijke chaos'
Matt Hulse
Een gesprek met Matt Hulse, regisseur van de op het IFFR verschenen collagefilm Dummy Jim, over een doofstomme Schot die in de jaren ’50 naar de poolcirkel fietste en daar een boek over schreef.
Door Teddy Cherim
Je hebt een kunstopleiding gevolgd. Mijn ouders wilden dat ik een universitaire opleiding volgde uit angst dat ik op een of andere zweverige kunstacademie terecht zou komen. Ik ging naar Reading University en dat bleek ironisch genoeg een van de meest liberale scholen van Engeland te zijn. Je kreeg studioruimte en er kwamen kunstenaars langs en dat was het. Zoek het maar uit. Het was heel informeel en dat is echt de basis geweest van hoe ik nu nog steeds werk. Dat gevoel van: heel leuk is als mensen me willen helpen en heel leuk als iemand het wil financieren, maar ik ga het sowieso doen.
Het is duidelijk dat je van alle kunsten houdt. Zeker. De reden dat ik begon met filmen was omdat ik zocht naar een manier om geluid, muziek, fotografie en tekst bij elkaar te brengen. Niet per se om verhalen te vertellen, meer als een medium. Dummy Jim is daar een goed voorbeeld van, alleen op grotere schaal. Het is niet dat ik collages maak, maar het is een manier van werken. Ik hou van verschillende vormen en beelden en die komen samen tot een werk.
Je lijkt een relaxte regisseur. Zo ben ik gewoon. Iedereen heeft een ander beeld van de regisseur en dan vooral het Amerikaanse model waarin hij boos in een opklapstoeltje zit. Ik laat mensen heel erg hun gang gaan. Als regisseur moet je natuurlijk wel de lijnen uitzetten. Maar je hoeft niet overal bovenop te zitten. Ik zie het als het creëren van een vriendelijke chaos waarin mensen zich op hun gemak voelen. Ik heb mijn zus een Super 8mm camera meegegeven toen ze op vakantie ging. Ik vertrouw mensen.
Hoe is het verhaal in deze vorm ontwikkeld? Het is een verhaal van twaalf jaar. Maar ik kreeg het boek van mijn moeder. Ze stuurde het op en had in de kaft geschreven ‘je hoeft hier niets mee te doen als je dat niet wilt’. Ik wist al heel snel dat dit boek de basis zou worden voor mijn eerste lange film. Twaalf jaar later is die nu af. In de tussentijd heb ik nog een andere film gemaakt. Maar mijn eerste idee was dat het een echte roadmovie moest worden met de camera als fietspartner. Ik begon een scenario te schrijven. Ondertussen reisde ik mijn hoofdpersonage achterna terwijl ik 8mm filmde. De film begon dus als een conventioneel verteld verhaal. De film die ik uiteindelijk heb gemaakt is dat helemaal niet.
Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het proces van films maken en dat wil ik laten zien. Op een gegeven moment besloot ik de film in tweeën te splitsen. De ene helft zou een fictionele reconstructie worden en de andere helft zou een making of documentaire worden. Dus je hebt meerdere lijnen van een ontwikkeling die aan het einde van de film samenkomen. Gedeeltelijk komt die liefde voor het maken voort uit praktische overwegingen. Ik ben goed in werken met wat ik heb. Een voorbeeld is de grafsteen van Dummy Jim. In de film zie je hoe deze grafsteen wordt gemaakt. Maar dat is wat we aan de familie van Jim hadden beloofd in ruil voor de rechten van zijn boekje. Dus toen dacht ik: dan moeten we dat ook filmen, want dat vind ik interessant. Dat graniet waar de grafsteen van is gemaakt is ook symbolisch voor dat gedeelte van de wereld. Dus dat was een fijne visuele metafoor. Je ziet het harde, natte graniet, en dat zegt zo veel over zijn leven. Mensen uit die streek gedragen zich ook zo.
Twaalf jaar is lang. Lijkt de film op wat jij in je hoofd had toen je begon? De gedeeltes van de film die het langst bestaan, zijn de Super 8mm beelden van Scandinavië. Die hebben de toon gezet. Maar het letterlijke filmen van de fictionele reconstructie was in tien dagen voorbij. Dit was pas in 2010. Dus het was eigenlijk twaalf jaar en tien dagen draaien. Maar tegen die tijd had ik wel alles uitgedacht. De film is nu interessanter dan dat ik 12 jaar geleden had gemaakt. Hij is veel rijker omdat je de lagen en jaren aan research erachter voelt. Zelfs al zie je het niet op het scherm. Een filmmaker waar ik veel bewondering voor heb is Jacques Tati en de manier hoe hij werelden creëert rondom de excentriciteit van de mens. De originele Dummy Jim was dat zeker ook, excentriek. Dus het idee is gerijpt over de jaren. En dan sta je op de laatste draaidag in het geboortedorp van James Duthy (de echte Dummy Jim) en dan komt er een oude meneer naar je toe die zegt dat hij nog wat oude 16mm reels van James Duthy op zolder heeft liggen. We wisten niet wat we hoorden en zagen. Opeens nog meer materiaal voor in de film. Ik vraag me af of de film hetzelfde was geweest als we dit materiaal twaalf jaar geleden hadden gevonden.