Martin van Waardenberg over Wonderbroeders

'Geen hond die nog ergens in gelooft'

  • Datum 18-09-2014
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Na de garage in De marathon is een monniken­klooster in Wonderbroeders de arena voor een nieuwe komedie van en met Martin van Waar­den­berg. "Het is geen lach-of-ik-schiet-humor."

Door Jos van der Burg

De aanhouder wint. Tien jaar leurde Martin van Waardenberg met het script van De marathon, maar het Filmfonds zag er niets in. Na tien jaar gebeurde er een wonder doordat Reinout Oerlemans’ Eyeworks de film wilde financieren. Oerlemans had het goed gezien, want de in een Rotterdamse garage spelende komedie trok 350 duizend bezoekers. Ook in Wonderbroeders, de opvolger van De marathon, speelt een wonder, maar dan letterlijk, een grote rol. De film portretteert vijf monniken die in hun rustige contemplatieve bestaan worden bedreigd. In Rotterdam — waar anders? — legt Van Waardenberg uit hoe de film, die hij samen schreef met Johan Timmers, die ook de regie deed, ontstond.
"Na De marathon zocht ik met Jo naar een leuke setting en arena voor een nieuwe komedie. Ik zei: laten we een klooster nemen. Jo moest lachen, maar vroeg zich meteen af wat er leuk aan zou kunnen zijn. Het geloof is tanende. Geen hond die nog ergens in gelooft, en dat is terecht, maar er zijn nog een paar mannen die in van die jurken lopen. Wat doen die de hele dag? We zijn kloostersites op internet gaan bezoeken. Weet je dat je nog steeds monnik kunt worden? We hebben ook Into Great Silence (Philip Grönings documentaire over een streng stilteklooster in Frankrijk, JvdB) gezien. Zeer indrukwekkend. Onze monniken zijn meer van de Bourgondische soort met lekker bier, soep en brood, maar geïnspireerd door Into Great Silence laten we als dreiging een fusie met een strenge kloosterorde boven hun hoofd hangen. Zo’n klooster waar je achttien uur per dag bidt en twee uur slaapt met tussendoor een homp brood en een kom water. Onze monniken moeten naar dit klooster, omdat de bisschop van hun klooster een wellness center wil maken. Dat worden al die kloosters nu toch? Je kunt er tegenwoordig lekker neuzelen in esoterische baden. Enfin, als onze Bourgondische monniken met hun spulletjes in een busje zitten op weg naar dat stilteklooster gebeurt er een wonder. Groter dan Lourdes. Meer moet ik er niet over zeggen, want dan verraad ik de clou."

Monty Python
Grappen verzinnen is één ding, weten of ze werken een tweede. Hoe bepaalt Van Waardenberg of iets leuk is? "Zeker weten doe ik het nooit. Ik verzin een grap en ga er vervolgens over praten met anderen. Is hij niet te voor de hand liggend? Te goedkoop? De makkelijkste weg?" Wat er mis is met makkelijk? "Als je iets langer nadenkt over grappen, worden ze intelligenter en valt er voor het publiek nog iets in te vullen. Wonderbroeders begint niet met een dikke vette lach, maar met een vrij serieuze begrafenis. Het is voor het publiek niet meteen duidelijk dat het een heftig leuke film gaat worden, want je zit naar zingende mannen in pijen te kijken. We bouwen het op. Het is geen lach-of-ik-schiet-humor. Begrijp me goed: ik kan goed lachen om André van Duin, maar ik wil wat meer tragiek en diepte. Ik vind humor het mooiste als er een dramatische laag onder ligt. Zo van, wat is die man zielig en dat je toch om hem moet lachen. Dat vind ik mooi."
Voor inspiratie kijkt Van Waardenberg meer naar het buitenland dan naar Nederland. "Vroeger moest ik verschrikkelijk lachen om Monty Python. Ook hou ik erg van Ricky Gervais, echt van een geweldig niveau. Het zit in dat gortdroge. Het vechten tegen de bierkaai en maar volhouden tegen beter weten in. Ik hou van dingen die mislukken, want in die tragiek ligt de humor besloten. En liegen. Ik vind het leuk als iemand door te liegen zwaar in de problemen komt. Mensen die liegen, zijn altijd interessant. Ken je die scène waarin Gervais door de moeder van een gehandicapt jongetje in een rolstoel wordt aangesproken? Ze zegt dat haar zoontje een grote fan van hem is, maar helaas binnenkort doodgaat. Zou hij alsjeblieft op zijn begrafenis willen komen spreken? Nou nee, zegt hij, dat gaat me te ver. Zou u dan een brief aan hem willen schrijven, vraagt ze. Nee sorry, dat gaat niet, want ik heb het enorm druk, zegt hij. Zou u hem dan een keertje willen bellen? Helaas gaat ook dat niet, want ik heb geen telefoon, beweert hij. Meteen daarna gaat toevallig net zijn mobieltje af in zijn broekzak. Geweldig! Hoe gaat hij zich hieruit lullen?"
Het voorbeeld illustreert Van Waardenbergs opvatting dat je het personages zo moeilijk mogelijk moet maken. "Dan heb je de leukste humor. Britten zijn daarin meesters. Hun humor is verfijnder dan die van Amerikanen. Die is meer van dik hout. Ik moet er ook om lachen, maar Britse humor — ik denk ook aan de serie Little Britain — vind ik meesterlijk." Van Waardenberg mag dan personages die tegen de bierkaai vechten leuk vinden, zelf lijkt hij als scenarist en acteur weinig te klagen te hebben. Dat zien we verkeerd, zegt hij met een ironische grijns. "Ik had voetballer of gitarist moeten worden, maar dat is mislukt. Ik ben eigenlijk overal te beperkt voor."

Wonderbroeders is te zien vanaf 2 oktober