Lukas Moodysson over MAMMOTH
'Ik maak laf films'
Lukas Moodysson
Op het afgelopen Filmfestival Berlijn was Lukas Moodysson ’terug’ met het groots opgezette mammoth: een persoonlijke film over ouderschap en kinderhandel.
Ook in mammoth houdt u zich net als in together, lilja 4-ever en zelfs a hole in my heart weer bezig met vragen rondom de verantwoordelijkheden van ouders en het welbevinden van kinderen. Wat maakt deze thema’s keer op keer belangrijk voor u? Alles wat ik maak is persoonlijk, komt uit mijn persoonlijke leven, mijn persoonlijke gedachten en overwegingen. Al hoeft dat niet te zeggen dat ik het zelf heb meegemaakt. Alsof je persoonlijke ervaringen alleen gebaseerd kunnen zijn op wat je zelf daadwerkelijk hebt gedaan of ondergaan. Persoonlijk wil zeggen dat je er een persoonlijke verhouding toe hebt. Dat geldt voor alles wat je leest, hoort en ziet. Een persoonlijke film wil niet zeggen dat het ook een autobiografische film is. Ik ben geen psychoanalyticus, dus ik kan niet echt analyseren waarom ik steeds bij deze onderwerpen uitkom.
Kunt u dat proberen? Ik werk niet volgens een vooropgezet plan als ik ga schrijven. Het begint vaak met het kleinste detail. In het geval van mammoth was dat ‘schoonmaken’. Hoe we onze huizen schoonhouden, daar werksters voor inhuren, soms zelfs huishoudsters van een ander continent en hoe dat een wereldwijde industrie is geworden, die onder het vuil van onze andere industrieën ligt.
Dat u voor een film over de familiale gevolgen van het globalisme de wereld rond zou moeten is te begrijpen, maar waarom koos u voor een Amerikaans echtpaar als hart van de film? Geld uit de VS? Ik wilde dat de film zich in het hart van de Westerse wereld zou afspelen. Maar daar ging nog een stap aan vooraf. Ik las ergens dat als alle Filippijnse vrouwen die overal ter wereld als schoonmaakster, verpleegster of kindermeisje werken naar huis zouden gaan, dat dan de Westerse economie in elkaar zou storten. De Filippijnen exporteren zorg over de hele wereld. New York is de enige plaats waar kindermeisjes in die mate een economische factor zijn. In Zweden bestaat er een ander systeem van kinderopvang, dus kon de film zich daar niet afspelen.
Voelt u zich daar schuldig over? Ja. En ik reageer daar op een heel naïeve manier op door films te maken. Vergeleken met mensen die echt helpen voel ik me heel incompetent. Maar films maken is het enige wat ik kan. Als ik een dakloze zie denk ik: misschien zit er een film in. Dat is een laffe, dubbele manier van reageren. Maar voor mij is het beter dan niets doen. Ik sluit er in ieder geval m’n ogen niet voor.
Misschien kunnen films ook iets betekenen? Dat denk ik wel, want ik denk dat we allemaal voortdurend de wereld aan het veranderen zijn, goedschiks of kwaadschiks, omdat we allemaal voortdurend in beweging zijn. Die ‘bewegingen’, die menselijke neiging tot proberen, strijden, vechten is wat me interesseert, waar de film over gaat. Doe je iets, hoe stom ook, of ga je op het strand liggen roken?
Door een jong succesvol werkend stel met een kind in het centrum van de film te plaatsen en in te zoomen op hun schuldgevoelens en onvermogen werk en gezin te combineren speelt ook de existentiële crisis van veel dertigers en veertigers een rol. Om mij heen zie ik veel mensen met dit soort vragen worstelen. Zelf ben ik waarschijnlijk een van de gelukkigste mensen die ik ken. We leven in een tijd waarin het extreem moeilijk is om een mens te zijn. Er zijn momenteel zoveel externe en interne factoren die het mensen heel moeilijk maken om te overleven, of het nu armoede of zingeving is. Er zit een soort ironie in het feit dat alle vrouwen in de film voor anderen zorgen.
Ellen (Michelle Williams) is eerstehulparts. Nanny Gloria zorgt voor Ellens dochter Jackie. Gloria’s kinderen worden door hun grootmoeder opgevangen. En zelfs hoertje Cookie is gedwongen zich te prostitueren omdat ze thuis een baby heeft. Wat dat betreft is er niet zoveel verschil tussen de ‘eerste’ en de ‘derde’ wereld. Iedereen is gedwongen om elders te werken en z’n zorgtaken uit te besteden. Zelfs in Zweden, wat toch een redelijk goed sociaal systeem heeft, zie je dat ouders zich daar voortdurend schuldig over voelen. Mannen en vrouwen moeten werken om de rekeningen te betalen en voelen zich voortdurend ontoereikend. Iedereen is gestrest en voortdurend aan het rennen, van huis naar werk, naar school naar kinderopvang. En dat is veel vaker een sociaal dilemma dan een persoonlijk, want om een gezin te kunnen onderhouden moeten beide ouders werken.
In uw film zijn de mannen passief of afwezig. Ziet u dit primair als een probleem van vrouwen? Nee, dat is de manier waarop de maatschappij dit een probleem van vrouwen maakt. Maar ik denk niet dat Leo (Gael Garcia Bernal) per se een slechte vader is, hij is alleen zelf nog een kind.
En hij zegt aan het einde van de film dat hij een tijdje vrij neemt van z’n werk om voor z’n dochter te zorgen. Die laatste scène is erg belangrijk voor me. Het is een hoopvol moment waarop er echt verandering mogelijk is. Maar tegelijkertijd kan het ook zo zijn dat alles weer terugkeert naar het oude en dan zijn ze weer terug bij af.
Een aantal critici hier in Berlijn vindt uw film naïef. Ik heb geen probleem met naïveteit. Een van de grootste kwalen van onze tijd is dat mensen denken dat ze overal een mening over moeten hebben. En dat ze hun mening niet kunnen veranderen. Deze film heeft geen mening. Heeft tegengestelde meningen. Ik heb zelf vaak genoeg conflicterende opinies. Een van de belangrijkste vragen van de film is hoe je je kinderen moet opvoeden? Bestaat daar een eenduidig antwoord op? Ik heb zelf drie kinderen en die zijn alle drie anders en moet ik daarom alle drie anders opvoeden. Het komt vaak genoeg voor dat ik halverwege m’n mening moet herzien. Dan mogen ze eerst iets wel en dan niet. Waarom? Omdat dat beter bij de situatie past. Is dat naïef? Dan is al het menselijk streven naïef.
Uw film wordt hier ook bekritiseerd om z’n glossy, clichématige stijl, met al die zonsondergangen en sjieke hotelkamers en New Yorkse appartementen. Ik kan daar niet op reageren, want ik heb geen enkel beeld in de film gestopt omdat het glossy of cliché zou zijn. Volgens mij zijn dat ook geen criteria op grond waarvan je door een film geraakt wordt.
Dana Linssen