Lichting 2026: Abel van Essen over Welp

'Ik ben een gevoelsregisseur'

Datum
02-09-2026
Lees meer over

Welp

In aanloop naar de Studentencompetitie op het Nederlands Film Festival interviewt Filmkrant deze zomer afgestudeerde filmtalenten van verschillende academies. In Welp kiest Abel van Essen (Willem de Kooning Academie) voor een dromerige beeldenstroom waarin gevoel belangrijker is dan een vastomlijnd verhaal. “Ik gebruik de camera als mijn ogen.”

Nog voor het eerste beeld opent Welp met een verklaring van regisseur Abel van Essen. Wat we gaan kijken is geen film, het is een creatieve testvlucht, een artistieke proefopstelling. Een opstap naar een groter geheel.

In ons gesprek legt hij uit hoe het precies zit: “De film waar ik nu mee bezig ben, Wolf, wordt de opgegroeide Welp. Dat wisten mijn leraren ook. Ik ben eigenlijk meer met een proces afgestudeerd dan met een eindfilm. Met Welp, gemaakt met dezelfde cast en grotendeels dezelfde crew, heb ik veel fondsen kunnen binnenhalen voor Wolf, dat groter van opzet wordt.”

Van Essen kan Welp ook als autonoom werk zien, maar het grotere traject was voor hem belangrijker dan het presenteren van een definitief eindwerk. “Toen ik geslaagd was, werd ik vooral gefeliciteerd met het feit dat mijn doel eigenlijk al bereikt was.”

Associatief
Voor iets dat een vingeroefening wordt genoemd, is Welp opvallend zelfverzekerd. De film ontvouwt zich als een dromerige beeldenstroom rond Nova, zijn vrienden Keanu en Julian en de mysterieuze Kyra. Herinneringen en indrukken bieden hier meer houvast dan een uitgesproken verhaal.

Abel van Essen

Het geluid van krekels en de zee, knipperende koplampen in het donker, drie vrienden bij zonsondergang en een stoeipartij in de duinen vloeien in elkaar over. Het rollen in het helmgras gaat terug op een eigen ervaring die Van Essen in de film wilde verwerken. Daartegenover staan de witte tegels van een boksstudio, waar Nova alleen traint. Zo beweegt Welp associatief tussen intimiteit en afzondering, zachtheid en fysieke kracht, zonder precies vast te leggen wat herinnering is en wat heden, wat fantasie is en wat realiteit.

Beeld komt voor Van Essen vóór het verhaal. Op de vraag of hij in beelden denkt, antwoordt hij onmiddellijk bevestigend. Vanuit beelden die hem raken probeert hij een verhaal te vormen, waarbij zijn eigen ervaringen steeds het vertrekpunt zijn. Die aandacht voor beeld bepaalt ook hoe hij zijn films wil vastleggen. Voor Welp combineerde hij 16mm met digitaal. “In mijn films wil ik werelden creëren waar imperfecties centraal staan. Analoge film is voor mij het uitgelezen medium om deze werelden vast te leggen.”

Werken op film dwingt hem bovendien bewuster na te denken over wat hij filmt en wat hij daarmee wil vertellen. “Je moet niet alleen bewuster schieten, het creëert bij mij als regisseur veel meer spanning en onzekerheid. Maar in dit geval is dat juist goed voor mij. Het zorgt ervoor zorgt dat ik na een draaidag weer met twee voeten op de grond sta en volledig geconcentreerd verderga.”

Ik vertel Van Essen dat in de synopsis van Welp, die ik pas achteraf las, dingen staan die ik niet per se uit de film had gehaald, maar dat dat ook niet uitmaakte: zijn beelden vormen samen hun eigen intuïtieve logica. Hij antwoordt instemmend: “Het gaat bij mij heel erg om gevoel. Ik ben een gevoelsregisseur en Welp is heel erg een gevoelsdocument in plaats van een narratief geheel.” Zijn ambitie is dan ook niet om de kijker een verhaal tot in detail uit te leggen. “Mensen vergeten vaak wat je hebt gezegd of wat je hebt gedaan, maar ze vergeten nooit hoe je ze hebt laten voelen.”

Mannelijkheid
Het bevragen van stereotype mannelijkheid was voor Van Essen het belangrijkste uitgangspunt van Welp. Hoeveel ruimte krijgen jonge mannen om kwetsbaarheid, intimiteit en emotie te tonen? In Welp zoekt hij bewust de spanning op tussen wat hij “verharden en verzachten” noemt. “De film onderzoekt een andere kracht: de moed om te stoppen met performen en juist te kiezen voor zorg en verbinden.”

Zoals de titel suggereert, keert Welp terug naar een fase waarin identiteit nog vloeibaar is, waarin mannelijkheid nog niet vastligt maar juist onderzocht wordt. Vrienden kunnen elkaar zonder bijbedoelingen innig omhelzen of samen stoeien; in de boksstudio krijgen fysieke kracht, striemen op een rug en bebloede knokkels een heel andere lading.

Het is een thema dat dicht bij hem ligt, maar een documentaire over dit onderwerp maken zag hij niet voor zich. “In documentaire probeer je de realiteit vast te leggen, in fictie creëer je je eigen realiteit. Die vrijheid geeft me ook een gevoel van veiligheid dat ik bij documentaire mis. Ik gebruik de camera echt als mijn ogen. Letterlijk en figuurlijk. Voor mij is dat veel interessanter.”


Tijdens het Nederlands Film Festival (25 september t/m 2 oktober 2026) is een selectie van de afstudeerproducties van de Nederlandse film- en kunstacademies te zien.