Karin Junger en Brigit Hillenius

Luchtig en rauw

  • Datum 12-07-2017
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Karin Junger (links) en Brigit Hillenius (foto Angelique van Woerkom)

Een film over een actueel onderwerp in de Nederlandse samenleving, maar dan niet somber en naar, dat is wat regisseur Karin Junger en cameravrouw Brigit Hillenius voor ogen hadden. Bolletjes blues! is een liefdesverhaal over een bolletjesslikker, voorzien van rap, hiphop en beatbox. "Nederlandse films zijn verbijsterend conservatief."

Karin Junger en Brigit Hillenius hebben beiden voornamelijk documentaire-ervaring. Junger maakte eerder onder andere Chickies, babies & wannabees en Malle Appie, Hillenius debuteerde met Zintuigen zijn de voetjes van de ziel, deed het camerawerk van dramaproducties als Coma en Rana’s wedding, en regisseerde daarna Mathilde Santing, ze gaat naar New York en Een chinees gezicht. Samen maakten ze in 2003 de korte film Vet!, die een Zilveren Beer in Berlijn won. Bolletjes blues! is hun eerste lange speelfilm en vertelt het verhaal over de Surinaamse Spike, die bij zijn tante in de Bijlmer niet kan aarden, verliefd wordt op een meisje uit een ander milieu en om aan geld te komen bolletjes slikt. Het verhaal is gebaseerd op dat van een Surinaamse kennis van Junger. Vorige zomer kwam hij terug uit Suriname na drie jaar gevangenisstraf voor drugshandel.
Junger: "Ik wilde een film over hem maken, geen sombere en nare film, maar een luchtige film met vitaliteit. Toen dacht ik aan de vorm van een musical en heb ik Brigit benaderd. Ik ben heel blij met de vorm, het sluit ontzettend goed aan bij de groep waar het over gaat. Die hele jongerensubcultuur bestaat uit muziek. Het is iets waar mensen zich in uitdrukken, waar ze naar luisteren, wat belangrijk voor ze is, het is voor die jongeren een heel eigen middel om het verhaal te vertellen."
Hillenius: "Ik heb heel veel muziek gefilmd, en hou erg van hiphop. Maar alleen hiphop was niet voldoende. Het moest urban zijn. En hiphop alleen zou te veel voor de jongens zijn." Muziek is voor Junger en Hillenius een middel om een bepaalde doelgroep te bereiken, maar "ik zou de film nooit zo gemaakt hebben als ik een hekel had gehad aan urban muziek. Het is niet alleen marketing-technisch", zegt Junger.
Ze vertelt over een recente bijeenkomst van het Filmfonds. "De vraag daar was ‘hoe krijgen we Nederlandse allochtonen naar de bioscoop?’. Zij gaan eigenlijk alleen naar Amerikaanse actiefilms. Het antwoord is heel voor de hand liggend: maak een film waarin ze zich herkennen en ze komen wel. Het is ook een economisch probleem. In de grote steden wonen heel veel allochtone jongeren en als je die als bioscoop niet binnenhaalt heb je een probleem."
En de personen in de doelgroep die je nu schetst zijn niet te bereiken met documentaires over onderwerpen waarin ze zich kunnen herkennen? Junger: "Nooit." Hillenius: "Nou… het is een omgekeerde vraag. Op een gegeven moment moet je zoeken naar een andere vorm, en als je dan merkt dat er geen speelfilms over die onderwerpen gemaakt worden lijkt het me duidelijk." Junger: "Ik geloof niet dat die jongeren naar serieuze documentaires zouden gaan. Zij gaan liever naar een speelfilm met rap en R&B."

Santo Boma
In Bolletjes blues! spelen twee professionele acteurs, en verder rappers, beatboxers en andere zangers. "Dat er rappers in zitten is geen toeval. Veel rappers zitten in hetzelfde circuit als de jongens die bolletjes slikken. Al die jongens kennen jongens die geslikt hebben. Het is iets wat heel dicht bij ze staat." Was het dan niet moeilijk voor hen dat jullie een ‘luchtige’ film maakten? "De film is luchtig maar ook af en toe heel rauw. Het is niet zo dat het rooskleurig wordt afgeschilderd."
De scènes waarin we Spike in de gevangenis zien zitten, zijn in de Surinaamse Santo Boma gevangenis opgenomen. Junger en Hillenius schreven een brief aan de Surinaamse minister van Justitie en vroegen hem om toestemming. Hij reageerde positief. "Voor hem zijn bolletjesslikkers een enorm probleem, dus hij voelde er wel voor", vertelt Junger. De gevangenis zelf wilde in eerste instantie niet maar draaide bij toen de makers met hem gingen praten. Voorwaarde was dat de gevangenen wel zelf moesten willen. "De gevangenen wilden wel. Ze vervelen zich de hele dag te pletter en konden nu meedoen aan iets. Ze hebben de decors gemaakt en kwamen in beeld", aldus Junger. Hillenius: "Het is zoveel inspirerender om ter plekke te filmen dan ergens op een set. Ook voor de acteurs. Een aantal van hen kennen zelf jongens die slikken en hebben erg veel ideeën kunnen geven."

Middenklasse
Er zijn een aantal dingen die blijven liggen in de Nederlandse film, vinden beiden. Hillenius vond in 2001 al: wat is nou een interessanter onderwerp in de samenleving om een film over te maken dan de Marokkaanse rotjongetjes waar veel over te doen was. "Toen kwam Karin met het wat mij betreft briljante idee van de bolletjesslikkers." Junger: "Er is in Nederland een gebrek aan bioscoopfilms over actuele thema’s die reflecteren op de samenleving van nu. Dat zie je in de landen om ons heen wel, zoals My beautiful laundrette uit Engeland en films van de gebroeders Dardenne." Speelfilms zijn volgens Junger en Hillenius bovendien vaak erg selectief in hun karakters: bijna altijd blank, middenklasse, en heel vaak met de Tweede Wereldoorlog als achtergrond. Dat vind ik ontzettend beperkt. Shouf shouf habibi! was de eerste film die daar doorheen brak. Het is verbijsterend conservatief in Nederland. Ongelooflijk."
De eerste reacties op de film zijn binnen. Vooroordeelbevestigend is er een van. Junger: "Dat is dus een typisch middleclass-reactie van mensen die geen idee hebben van wat er zich daar afspeelt en van wat voor problemen er spelen, en die dan vinden dat je daar geen film over moet kunnen maken. Terwijl de mensen die je daar spreekt het geweldig vinden, die mogen eindelijk eens iets over zichzelf zeggen."
Junger en Hillenius zien bolletjesslikkers niet als criminelen. "’Mijn vriendin is zwanger en ik heb geld nodig.’ Dat is een reden voor een jongen om te gaan slikken, het gebeurt echt. Ik vind het interessant en belangrijk om daar een film over te maken." Door eerder gemaakte producties waren Junger en Hillenius al bekend met verhalen als deze. Bovendien woont Junger in Zuid-Oost en kent de families daar heel goed.
Junger: "Wat wij willen laten zien is dat het sommige mensen gewoon niet lukt om een plekje te veroveren in onze samenleving. Het feit dat mensen zo wanhopig worden van het niks hebben en van het er niet bij horen, vind ik een dramatisch gegeven. Het interesseert me niet of het een crimineel is of niet. Ik kan me bij wijze van spreken zelfs voorstellen dat mensen vanuit Latijns-Amerika coke verhandelen. Ze hebben daar meer aan dan aan ontwikkelingsgeld. In Suriname denken ze ‘als die sukkels in Nederland dat willen hebben en ik kan mijn dak ervan repareren, waarom niet?’ Het wordt pas een gevaar als een land gedomineerd wordt door de cokehandel."
Hillenius: "In Suriname zien ze heel duidelijk dat de film niet alleen over bolletjesslikkers gaat, maar over een jongen die verliefd is op een meisje uit een ander milieu. Zij vinden dat een film als deze dé manier is om een probleem aan de orde te stellen. Het zijn namelijk geen criminelen, het zijn mensen die onmachtig zijn hun situatie te veranderen, daar gaat de film over."
De film gaat in de Surinaamse gevangenis in première. Verdere release in Suriname is in afgehuurde zaaltjes, want er is geen enkele bioscoop meer te vinden in het land. Junger: "Vorig jaar was er geloof ik nog eentje, waar ze alleen maar porno draaiden. Nu is er niks meer."

Lotte de Wit