Justin Chadwick over Mandela: Long Walk to Freedom

'Nelson snapt de vijand'

  • Datum 21-11-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Direct nadat Nelson Mandela in 1990 de gevangenis verliet, waren er al plannen voor een speelfilm over zijn leven. Maar de eerste grote biopic is nu pas een feit. En de maker is een Brit, met een bescheiden staat van dienst. Hoe kreeg Justin Chadwick dat voor elkaar?

Door Mark van den Tempel

Ruim zeshonderd pagina’s beslaat Nelson Mandela’s autobiografie Long Walk to Freedom. Het is een levensverhaal vol gebeurtenissen dat niet alleen de geschiedenis van Zuid-Afrika herschreef, maar ook die van onze tijd. Daar een film van maken is, eerlijk gezegd, gekkenwerk. En ja, dat vindt regisseur Justin Chadwick (47) zelf ook. "Er zijn te veel mooie verhalen. Toen Mandela pas uit de gevangenis was zei hij tegen een van zijn dochters: ‘Ik wil niet dat je vanavond uitgaat.’ Waarop ze antwoordde: ‘Pap, ik ben een volwassen vrouw van 29 met twee kinderen!’ In zijn hoofd was ze nog steeds een jong meisje."
De anekdote, door Chadwick zelf opgetekend, haalde de filmversie niet. Net zomin als het wonderbaarlijke verhaal van hoe Mandela tijdens zijn opsluiting op Robbeneiland illegaal zijn autobiografie begon te schrijven en die de gevangenis uit wist te smokkelen. Chadwick: "Zo veel goede verhalen hebben het niet gehaald. Dat is waarom ik aanvankelijk ‘nee’ had gezegd. Ik had net een kleine film gemaakt die in Afrika als heel authentiek werd gezien (The First Grader, MvdT), waardoor ze bij mij kwamen. Maar ik zag er eerder een geweldige documentaire in. Pas later vond ik mijn insteek: de liefde tussen Nelson en Winnie, en de prijs die deze man en zijn gezin voor hun verzet hebben betaald."
Toen Nelson Mandela in 1962 werd veroordeeld tot levenslange opsluiting op Robbeneiland, had hij een vrouw van 23 en twee jonge kinderen. Winnie was een voormalig sociaal werkster, meegesleept door de vrijheidsstrijd. Terwijl Nelson met zijn kameraden van het ANC in de gevangenis een ideologie van vreedzaam verzet predikte, moest Winnie helemaal alleen een gezin zien groot te brengen te midden van toenemend geweld en politie-intimidatie. Chadwick: "Mensen hebben me verteld dat toen Nelson en Winnie nog samen waren, ze een ongelooflijke chemie hadden. Ik vond dat belangrijk om te laten zien." Eenmaal vrij moet Mandela echter erkennen dat hij en zijn vrouw volledig uit elkaar gegroeid zijn.
Chadwick kende de reputatie van Winnie als militant activiste, maar moest zijn mening bijstellen toen hij haar had ontmoet. "Ik wilde de controverse helemaal niet schuwen, maar wij in het Westen hebben wel een bepaald beeld van Winnie Mandela. Als je dan naar Soweto gaat en haar ontmoet is het toch anders. Die jonge moeder van twee kinderen werd door het regime maandenlang in eenzame opsluiting geplaatst. Ze had geen idee waar haar kinderen waren. Toen ik die dochters ontmoetten, inmiddels zelf moeder en oma, probeerde ik me voor te stellen hoe dat geweest moet zijn, alleen met twee kinderen, in die tijd.
"Kijk, Mandela ging de gevangenis in met een set idealen en politieke overtuigingen die eigenlijk gedurende zijn gevangenisschap nooit zijn veranderd. Hij bleef puur, 27 jaar lang. Maar Winnie moest zien te overleven. Zelfs Mandela is nooit in isolatie geplaatst. Toen hij uit de gevangenis kwam, was ze niet langer de vrouw op wie hij verliefd was geraakt. Winnie zei me voordat we gingen draaien: ‘Die oude mannen, zij kwamen uit de gevangenis en ze wilden praten. Wij wilden alleen maar vechten!’"

Geen dubbelganger
Producent Anant Singh werd door Mandela zelf benaderd om de film over zijn leven te maken. Aanvankelijk werd voor de hoofdrol gekeken naar grote Amerikaanse acteurs. Maar toen Chadwick drie jaar geleden bij het project betrokken raakte, kwam hij aanzetten met de toen nog relatief onbekende Brit Idris Elba (Luther, Pacific Rim). "Ze zeiden: Idris wie? Ikzelf kende Idris ook alleen maar uit de serie The Wire. Pas toen een Brits castingbureau me tipte, besefte ik dat Idris gewoon een Londenaar was."
Chadwick was niet op zoek naar dubbelgangers voor Nelson en Winnie, hij zocht naar de juiste uitstraling. En naar acteurs die zich in het echte Zuid-Afrikaanse leven durfden te storten. "Ik wilde de film niet in de studio maken. Ik wilde dat het publiek midden in de handelingen zou worden gegooid. Verder was ik van plan om zoveel mogelijk mensen uit de zwarte gemeenschappen in te schakelen. En je kan niet Soweto binnenstappen om daar een paar duizend man toe te spreken, als je alleen maar een lookalike bent. Die toeschouwers in Soweto kwamen niet van een castingbureau. Dat waren burgers die daar al hun hele leven woonden, en de strijd tegen de apartheid hadden meegemaakt. Toen Idris daar dat podium opstapte, had hij ze in een paar seconden overtuigd. Op een bepaalde manier wist hij de energie van Mandela uit te dragen. In Zuid-Afrika noemen ze dat ‘het Madiba-effect’, naar de bijnaam van Mandela.’"
Idris Elba ging voorafgaand aan de opnamen in Zuid-Afrika wonen, sprak met lotgenoten van Mandela en bezocht alle relevante plekken, waaronder Robbeneiland. Chadwick: "Dat eiland is fysiek een heel vreemde plek. Enorme temperatuursverschillen maken het een messed up place. Idris wilde er per se overnachten, dus zei ik: ‘Neem je mobiel mee, in geval van een paniekaanval.’ En hij zei: ‘Maak je geen zorgen. Ik weet zeker dat ik dit wil doen. Ik wil meemaken wat het is om aan de andere kant te staan.’ Maar toen de deur achter hem dichtviel en hij de cipier hoorde weglopen, overviel hem een enorm gevoel van leegte. Hij greep naar z’n mobiel, en natuurlijk had hij geen bereik. Maar het moment in de film dat de deur voor het eerst dichtslaat, is het moment dat Mandela beseft wat hem te wachten staat. Al die mannen hadden hun gezinnen verloren. Ik had het voorrecht om voor de opnamen startten Nelson Mandela zelf te ontmoeten. Als je ziet hoe hij met mensen en vooral kinderen is, dan snap je ook zijn opoffering."
Nelson Mandela heeft nog enkele scènes van de film gezien, maar werd ziek tijdens de afwerking. Chadwick wil hem gezien zijn broze staat niet meer lastigvallen. Maar zijn respect voor de eerste zwarte president van Zuid-Afrika is alleen maar toegenomen. "Als buitenstaander had ik altijd het idee dat de overgang tussen zijn invrijheidstelling en zijn presidentschap eigenlijk heel soepel verliep. Maar het was een bloedbad. Het ANC zei altijd: we zullen vechten! Hoe hij er in geslaagd is dat land bijeen te houden zonder extreem bloedvergieten is eigenlijk ongelooflijk. Maar hij begreep de mensen, alle mensen, van Zuid-Afrika. Hij snapt hoe je je vijand tegemoet treedt en hoe die functioneert. Daarom is de laatste zin uit de film de belangrijkste: een mens is niet geboren om te haten."