John Shank over L’hiver dernier

'Geen tijd van revoluties'

  • Datum 26-04-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

John Shank

De Belgisch/Amerikaanse regisseur John Shank is in L’hiver dernier gefascineerd door leven aan de rand van de samenleving.

De westerse wereld dwingt z’n bewoners steeds meer in een keurslijf, zegt de jonge Belgisch/Amerikaanse filmmaker John Shank. Zo hoor je te leven en niet anders. Doe mee met het productieproces of hoepel anders maar op. Al lijkt L’hiver dernier over het verdwijnen van een boerderij op het Belgische platteland te gaan, Shank wil vooral die veel grotere kwestie op tafel leggen. "Vroeger respecteerde de rest van de wereld het als iemand niet mee wilde doen. Nu wordt deze mensen hun bestaan ontzegd."

Hoe raakt een Amerikaan verdwaald op het Belgische platteland? "Mijn ouders kwamen naar België toen ik nog een kind was. De eerst keer was ik zes jaar oud. Wanneer zij verhuisden, verhuisde ik mee maar ik ben teruggegaan toen ik achttien was. Een jaar later besloot ik om toch weer in België te gaan wonen. Ik denk dat ik me in die tijd al meer Europeaan dan Amerikaan voelde en dat gevoel is met de jaren sterker geworden. Mijn ouders woonden zowel in België als in de Verenigde Staten op het platteland. Zo heb ik het leren kennen. Maar nu woon ik in de stad."

Was het vanaf het begin duidelijk dat de Apocalyps een rol zou spelen in uw film? "Ja, als je het einde van de wereld bedoelt, dan ja. Het moest een film worden over een stervende wereld, het einde van iets. Tegelijk is er sprake van een sterke tegenkracht, de natuur. Die twee elementen waren er vanaf het begin. De stervende wereld, maar ook de kracht van de natuurlijke, levende wereld."

In welke verhouding precies? Want de mensen verdwijnen. Is het goed dat de natuur overwint? "Helemaal niet. De film heeft het niet over het einde van de mensheid maar over het einde van een bepaalde manier van mens zijn. Van mensen die een marginaal bestaan leiden, zoals deze jongeman. Ik heb nooit een film willen maken over het verdwijnen van de boer. Het verhaal is groter dan dat. Het draait om een manier van leven. Deze jongeman houdt iets op de rails, zijn leven, zijn boerderij, zijn erfgoed. Want het is alles wat hij weet en alles waar hij van houdt. Dat schenkt hem vrijheid maar tegelijk is het een gevangenis.
"Ik had twee dingen in gedachten bij het maken van de film. Het eerste was een gevoel tot een plek te behoren en thuis te zijn in een wereld waarin steeds minder mensen leven op de plek waar ze vandaan komen. Het tweede was de vraag of er in de westerse wereld nog ruimte is voor iemand van wie dat thuis wordt vernietigd. Waar kan zo iemand nog naar toe? En mijn antwoord in de film is nergens. Het wordt steeds moeilijker om je aan de marges van de samenleving op te houden. Vroeger respecteerde de rest van de wereld het als iemand niet mee wilde doen. Maar nu wordt deze mensen hun bestaan ontzegd."

Heeft die fascinatie met onthechting met uw eigen leven te maken? "Ik denk het wel. Sinds mijn vroege jeugd werd ik verscheurd tussen verschillende plaatsen en twee zeer verschillende culturen. Toch heb ik wel een sterk gevoel van verbondenheid. Maar verbondenheid met een gezin, niet met een land."

Uw hoofdpersonage voelt zich juist wel verbonden met het land. "Zeer. Hij is vastbesloten om niet los te laten wat hij belangrijk vindt. Maar je kunt je afvragen hoe scherp hij het ziet. Ergens aan het eind zegt hij tegen z’n zus dat ‘dit is alles wat ik heb’. Zij reageert dat dat niet waar is. Ik geloof haar. Hij niet."

Hij had een compromis kunnen sluiten zoals de andere boeren deden. Nu werkt hij mee aan z’n eigen ondergang. "Het personage puur moest blijven. Ik wilde een film over iemand die tot het eind zou gaan. Iemand die bereid zou zijn om op te geven wat hij niet wilde opgeven als dat zou betekenen dat hij nog steeds kon zeggen dat hij er van houdt. Waarvoor terugtrekken en loslaten nog de enige optie is. Dat je ergens van houdt kan de wereld tegenwoordig niks meer schelen. Het gaat alleen nog maar over wat je kunt en wat je produceert en wat je kunt kopen. Maar dat je ergens van kunt houden is ook belangrijk."

L’hiver dernier doet soms aan een western denken. "Er zitten zeker elementen uit westerns in. De eenzame strijder en het land. De weidse ruimte, het gevecht met de vijand. In het verhaal is mijn personage alleen geen held. Hij is teveel een eenling om een profeet te zijn. Maar hij had het wel kunnen zijn. Ze hadden hem kunnen steunen, waardoor misschien een revolutie was uitgebroken. Maar we leven niet in een tijd van revoluties."

Ronald Rovers