Ivo van Aart over Telefilm Geestig
'Mijn research bestond uit doomscrollen op TikTok'
Geestig. Still: Charlotte van der Gaag
Ivo van Aart groeide op met spook- en horrorfilms uit de jaren negentig en ontwikkelde daar een ongeneeslijke liefde voor. Die passie wilde hij uitdragen in zijn Telefilm Geestig: een genrefilm over (on)dood, generatiekloven en emancipatie. “Het uitgangspunt stelde me in staat om twee generaties met elkaar te vergelijken.”
In Geestig overlijdt Anna op vroege leeftijd in de jaren zeventig. Haar onwil om het tijdelijke voor het eeuwige te verruilen zorgt ervoor dat ze als geest voortleeft in het huis waarin ze omkwam, veroordeeld tot een bestaan tussen twee werelden. Vijftig jaar later krijgt ze de kans om via Quinn, een jonge vrouw met spirituele aspiraties, weer tot leven te komen in een samenleving die enerzijds sterk veranderd is, maar anderzijds nog altijd met dezelfde uitdagingen kampt.
“Ik heb een fascinatie én angst voor de dood”, vertelt regisseur Ivo van Aart. “Ik kan niet geloven dat iemand ooit zou kunnen besluiten dat het leven voorbij is. Ik ben nog relatief jong, 36, maar ik kan me echt niet voorstellen dat ik, als ik tachtig ben, met droge ogen kan zeggen dat ik er klaar voor ben. Wat dat betreft ben ik absoluut Anna: ik blijf met beide handen aan het deurkozijn hangen.”
Boomers
De inspiratie voor het verhaal kwam van het boek Acht vrouwen in een mannenwereld van Marian Geense uit 2021, vertelt Van Aart. “Dat gaat over de eerste vrouwen in Nederland die in 1956 gingen studeren aan de Technische Universiteit in Delft. Lotte Tabbers, met wie ik het script heb geschreven, was ook net bezig met research naar die periode voor een ander project. We vonden het interessant om te onderzoeken hoe de huidige generatie studenten zich zou verhouden tot studenten uit die tijd.”
Dat betekende onderzoek doen naar zowel de taal en gewoonten van Gen Z als die van de boomers. “Lotte en ik zitten tussen die twee generaties in – onze ouders zijn boomers. Van mijn schoonmoeder kwam bijvoorbeeld het woord ‘trammelant’; zij gebruikt dat heel vaak. Mijn research naar Gen Z bestond vooral uit eindeloos doomscrollen op TikTok, dan krijg je wel een beeld. Daarnaast werkten er veel mensen uit die generatie op de set, zowel in de cast als in de crew. Mijn regieassistent Lara Kleber was een echte lifeline, maar ook de acteurs leverden input. Als ze tussen repetities door met elkaar praatten, kon ik hun slang oppikken. Ik heb best wat woorden en uitdrukkingen overgenomen. Josephine Arendsen, die Quinn speelt, kwam bijvoorbeeld met de term ‘lekker pittie’. Daar zou ik zelf nooit op zijn gekomen. Tegelijk wilde ik het er niet te dik bovenop leggen, want dan wordt het kluchtig en gaat het publiek steigeren.”
Vrijheid
Van Aart wilde het verhaal graag vertellen in een genrefilm. “Denk aan The Others met Nicole Kidman – al is die een stuk serieuzer – of The Frighteners van Peter Jackson. Het plezier dat in die film zit, wilde ik ook bereiken. In Nederland is er niet echt een klimaat voor dit soort films. Dat heeft te maken met cultuur en geschiedenis. Het is best gek dat bij kinderfilms alles kan – robots die de ruimte in gaan, geesten – maar dat films voor volwassenen die daarover gaan, worden weggezet als kinderachtig. Bovendien is het niet gemakkelijk om fantasierijke films gefinancierd te krijgen, dus ik was heel blij met deze kans. Bij Telefilms heb je iets meer vrijheid om dingen uit te proberen.”
Daarin ziet Van Aart overigens wel dingen veranderen, net als op andere vlakken van de filmwereld. “Mijn generatie filmmakers is meer bezig met genre, spannendere vertelvormen en meer inclusie. Een goede ontwikkeling wat mij betreft.”

Zijn liefde voor genreverhalen ontstond al in zijn jeugd. Als puber was hij gefascineerd door fantasy- en coming-of-age-verhalen waarin jongeren zich staande moeten houden in een bovennatuurlijke wereld. Die combinatie van het alledaagse en het fantastische vormt nog steeds een belangrijke inspiratiebron. “Die verhalen gaan vaak over volwassen worden, over identiteit en verandering – thema’s die ook in Geestig terugkomen.”
Niet alleen de vorm van het verhaal is bijzonder, maar ook het perspectief: we zien de gebeurtenissen door de ogen van een geest die, eenmaal weer tot leven gekomen, een sprong van vijftig jaar moet overbruggen. “Dat uitgangspunt stelde me in staat om na te denken over hoe iemand uit die tijd naar het moderne leven kijkt en zo de twee generaties met elkaar te vergelijken. Natuurlijk zijn er verschillen, maar ook opvallend veel overeenkomsten. Vooral als je kijkt naar de uitdagingen waar ze voor staan: helaas is er niet veel veranderd. Er wordt nog steeds gevochten voor dezelfde zaken – gelijke rechten, een schoon milieu en vrede.”
Gesamtkunstwerk
De film bevat ook archiefbeelden van protesten uit de jaren zestig. “We hebben veel materiaal bekeken bij Beeld en Geluid, bijvoorbeeld van protestmarsen in Utrecht. Die heb ik ook aan de actrices laten zien. In die tijd stond de vrouwenemancipatie nog in de kinderschoenen. Het was zeker niet normaal dat je als vrouw buiten je geboortedorp een zelfstandig leven ging leiden.”
Voor Van Aart speelde ook de casting een belangrijke rol in het tot leven brengen van die verschillende perspectieven. Hij koos er bewust voor om veel mensen voor en achter de camera te betrekken die nog aan het begin van hun carrière staan. “Ik zie filmmaken als een soort gesamtkunstwerk, een optelsom van iedereen die meewerkt. Het is mooi om mensen een kans te geven om te laten zien wat ze kunnen. Die energie van makers die nog alles willen ontdekken past goed bij het verhaal.”
Bij het casten keek hij, samen met casting director Emilie Pos, niet alleen naar de personages zoals die op papier stonden, maar vooral naar acteurs die hem konden verrassen. “Ik heb vooral voor de groep vrienden vrij intuïtief gecast, los van de rollen. Ik ga dan op zoek naar interessante persoonlijkheden en kijk later hoe dat zich tot het personage verhoudt. Dat levert vaak onverwachte keuzes op.”
Voor de rollen van Quinn en Anna zocht hij nadrukkelijk naar tegenpolen, zowel in karakter als in uitstraling. “Quinn moest ook een zekere innerlijke tegenstrijdigheid hebben, bijna iets schizofreens, en dat is echt een kwaliteit van Josephine. We lieten de actrices bovendien elkaars scènes zien, zodat ze subtiele elementen van elkaar konden overnemen.”
Op de set was weinig ruimte voor improvisatie. Van Aart noemt zichzelf tekstvast en hecht veel waarde aan de muzikaliteit van dialogen. “Voor mij is het ritme van de dialogen belangrijk. Als je daar te veel van afwijkt, verlies je iets essentieels. Tegelijk brengen acteurs altijd nieuwe invalshoeken mee, en die wisselwerking maakt het spannend.”
Die aandacht voor ritme en sfeer loopt door in het geluidsontwerp en de muziek. Al vroeg in het proces werd samen met sound designer Evelien van der Molen gezocht naar een geluidsmotief voor de seancescènes, waarbij ook het idee ontstond om een munt als terugkerend element te gebruiken. “Geluid bepaalt voor een groot deel hoe je de andere wereld ervaart”, zegt Van Aart. De score is sterk geïnspireerd door de klank van de jaren tachtig, terwijl ook bestaande nummers zorgvuldig werden geselecteerd om de sfeer van de film te versterken.“We hebben samen met de editor en componist gezocht naar muziek die de juiste toon zette.”
Ontsnapping
Terugkijkend ziet Van Aart Geestig vooral als een persoonlijke film waarin verschillende interesses samenkomen: sterke vrouwelijke hoofdrollen, generatieverschillen en personages die hun plek in de wereld zoeken. “En ik ben gefascineerd door hoe verschillende generaties naar dezelfde werkelijkheid kijken.” De uitgesproken eigen wereld die Geestig neerzet, is volgens Van Aart ook bedoeld als vorm van ontsnapping. “Film is voor mij een manier om even uit deze werkelijkheid te stappen. Ik hoop dat het publiek dat ook ervaart, dat ze zich laten meevoeren en zich openstellen voor die andere wereld.”
De première was voor hem spannender dan bij eerdere projecten. “Ik was meer dan ooit benieuwd hoe mensen zouden reageren. Je maakt iets dat zo sterk uit je eigen fascinaties en smaak voortkomt, en dan is het afwachten of anderen daarin meegaan.” Hij hoopt vooral dat zijn liefde voor film en genre voelbaar is voor het publiek. “Als ik met mijn werk een eigen wereld kan creëren waarin mensen even kunnen verdwijnen, dan ben ik gelukkig. Ik hoop dat mensen het begrijpen en zich laten meeslepen door het verhaal.”
Geestig wordt op zaterdag 28 februari 2026 om 22.00 uur uitgezonden op NPO 3 is vervolgens te zien op NPO Start.