Isabelle Huppert over La religieuse

'Ik wilde verdergaan dan clichés van seksuele manipulatie'

  • Datum 28-03-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Isabelle Huppert over de nieuwe verfilming van Diderots La religieuse, waarin ze een opdringerig verliefde non speelt.

Door Kees Driessen

Ze heeft slechts een bijrol, maar vanaf het moment dat Isabelle Huppert in beeld verschijnt, verschuift La religieuse naar onvoorspelbaar terrein. In het Adlon Hotel in Berlijn vertelt de immer elegante Huppert over Guillaume Nicloux’ verfilming van Diderots klassieker uit 1796, waarin een weerspannige jonge non worstelt met drie moeder-oversten — van wie Huppert de laatste, nogal opdringerige vertolkt.

Wat trok u aan in de rol? "Dat ik niet bij voorbaat wist hoe ik een verliefde geestelijke zou spelen. Ik wilde verdergaan dan clichés van seksuele manipulatie en de macht van de habijt. Door het personage enige onschuld te geven, wordt het leuker en complexer om te spelen. En tegelijkertijd wordt de satire bijtender en misschien zelfs schandaliger."

Bij de première werd veel gelachen. "Ja, dat verraste me. Ik had niet het idee dat ik iets grappigs speelde. Maar er zit een onmiskenbare ironische distantie in Diderot en dat was kennelijk sterker dan ik. En misschien vond het publiek, na alle voorgaande ontberingen van de jonge non, de opdringerige liefde van mijn moeder-overste relatief meevallen. Maar goed, het eindigt allemaal tragisch."

Waarom reageert uw personage zo heftig op de non? "Het verhaal is niet heel doorwrocht op dat punt; de moeder-overste sterft vrij snel en we weten niet exact waarom. Haar gevoelens leiden haar tot waanzin. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze geestesziek is. Ze kan niet bevatten wat haar overkomt."

Hoe was het werken met regisseur Guillaume Nicloux? "Erg fijn. Bij zulk literair, klassiek materiaal, kun je in principe urenlang over personages praten. Maar we hebben helemaal niet gepraat: kostuums aan en draaien! Dat beviel me prima. Het is een interessant contrast: de zeer geconstrueerde esthetiek van decors en kostuums, inclusief het uiterlijke gewicht van de Kerk en die historische periode, versus het snelle werken met acteurs. Ik denk dat de personages daardoor aan waarachtigheid hebben gewonnen."

Vormt het literaire taalgebruik daarbij niet een obstakel? "Dialogen zijn bij historische films inderdaad een probleem. Zelf probeer ik ze altijd zo naturel mogelijk uit te spreken. Want — en dat wordt meestal genegeerd bij historische films — we hebben toch geen idee hoe de taal klonk. Je kunt bijna alles weten: hoe ze zich kleedden, opmaakten, voedden, wasten — dat haal je van schilderijen en uit literatuur. Maar ook wanneer je in boeken sporen van spreektaal terugvindt, zul je nooit de klank kennen. Het is frustrerend, maar de historische cinema is op dit gebied noodgedwongen zeer beperkt."