Hollandse Nieuwe 2026: Finn Stevenhagen over Graves’ End
‘Het werk groeide uit tot een ongetemd beest’
Finn Stevenhagen. Foto: Pieter Kers
In de reeks Hollandse Nieuwe beantwoorden makers van wie een film of digitale cultuurproductie op de komende editie van het Nederlands Film Festival in première gaan elk dezelfde vijf vragen.
1. Waar gaat je werk over? “Graves’ End is een expanded-cinema-installatie, een fictief verhaal dat zich afspeelt in 1349 op het eiland Man. Het werk volgt de nasleep van de pest op het eiland, gezien door de ogen van een jongen die worstelt met schaamte over zijn seksuele ontwaken. De jongen vangt een raaf en raakt met het dier bevriend. Hij houdt hem voor Huginn, de Noorse god, en zoekt bij hem vergiffenis en verlossing, zonder te beseffen dat de vogel niets anders kan dan zijn eigen schuld weerspiegelen. In mijn expanded-cinema-installatie breekt het verhaal los van het scherm. Ik gebruik in Graves’ End sculpturen en animatronics, geanimeerde tableau vivants en muziek, om zo thema’s aan te snijden als valse goden, masculiniteit, dogmatisme, isolatie, de uitholling van human agency en radicalisering.”
2. Waarom wilde je deze productie maken? “Op een dag fantaseerde ik over een gesprek tussen een jongen en een enorme raaf. Ze waren omringd door bergen lichamen: de slachtoffers van de zwarte dood. Ik raakte gefascineerd door dit beeld. Hoe meer ik me in deze wereld verdiepte en het verhaal van de pest ontdekte, hoe meer ik de relevantie ervan vond in onze huidige tijd. Het project groeide uit tot een soort ongetemd beest. Het liefst begin ik projecten waar ik nog van alles voor moet leren. Of dat nu het componeren van een soundtrack is, het bouwen en met de hand bevederen van een enorme vogel, het ontwikkelen van een programma dat 3D-animatie omzet in gemotoriseerde bewegingen, of het maken van een uur durende animatie met verschillende personages die met elkaar interacteren. Maar voor Graves’ End moest ik echt alles uit de kast halen.”
3. Wat is je droomproject en waarom is het nog niet gemaakt? “Omdat ik tot nu toe mijn projecten zelf maak, zit er veel tijd en liefde in, en realiseer ik met elk project wel een droomproject. Tegelijkertijd is er nog veel ruimte om verder te dromen. Op dit moment wil ik een musical schrijven die door marionetten wordt opgevoerd. En nu heb ik de tijd om die te maken.”
4. Waaraan ontbreekt het in de Nederlandse audiovisuele cultuur? “Omdat de Nederlandse digitale cultuur vele kunstvormen omvat, kan ik alleen over de niche spreken waarin ik zelf actief ben. Als jonge kunstenaar heb ik het gevoel dat Nederland een veelheid aan subsidies biedt, hoewel er natuurlijk altijd meer financiële steun zou kunnen zijn. Ik zie wel een groter probleem: tegenwoordig is er te veel ruimte voor werk gemaakt met generatieve AI-modellen. Deze modellen zijn illegaal getraind en worden ingezet ten koste van echte creatieve makers. Generatieve AI democratiseert kunst niet, het verstikt de kunst. Beelden worden geproduceerd met een ingebouwde vooringenomenheid, gestuurd door de techgiganten die deze modellen trainen. Ik begrijp niet waarom we cultuur hiermee laten vergiftigen.”
5. Wat was een bepalend artistiek moment in je leven? “Ik ben opgegroeid met kunst en film, en mijn ouders lieten me al vroeg de klassiekers zien, zelfs toen ik daar eigenlijk nog te jong voor was. Een bepalend moment was mijn verhuizing naar Nederland om ArtScience te studeren aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) te Den Haag. Daar leerde ik storytelling en kunst maken vanuit een interdisciplinair perspectief. Dit was sterk vormend voor mijn manier van schrijven, die vaak voortkomt uit songwriting en het componeren van muziek. Zo heeft Graves’ End geen traditioneel script, maar een stapeltje post-its en een soundtrack die de improvisatie stuurt; een bijzondere vrijheid die ik me kan veroorloven omdat ik alleen werk.”
Graves’ End is te zien als onderdeel van de expositie Storyspace op het Nederlands Film Festival (25 september t/m 2 oktober 2026).