Hito Steyerl, winnaar EYE Prize 2015

De macht van de camera

  • Datum 20-05-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Hito Steyerl (1966, Duitsland) is de winnaar van de EYE Prize 2015. Deze nieuwe onderscheiding, 25.000 Pond groot, is bedoeld voor makers actief in het gebied waar film en kunst samenkomen. Het is de eerste in z’n soort. Steyerl: "We zijn gegaan van het observeren en al dan niet ensceneren naar het creëren van de wereld."

Door Edo Dijksterhuis

Hito Steyerl is fan van Monty Python. De titel van een van haar bekendste werken, How Not To Be Seen: A Fucking Didactic Educational .MOV File, is deels ontleend aan een Python-sketch. En hij is minstens zo absurd als het origineel. In de instructievideo wordt verteld hoe je je in een wereld vol camera’s onzichtbaar kunt maken. Bijvoorbeeld door ‘je kleiner te maken dan een pixel’ of ‘een vrouw ouder dan vijftig te zijn’.
Onder de humor en vaak swingende soundtrack zitten vele theoretische lagen. De representatie van vrouwen in film, de macht van de camera, het recyclen van beeldmateriaal, de waarde van geweld — het zijn steeds terugkerende thema’s. Dat Steyerl behalve filmmaker ook doctor in de filosofie is en bekend staat als diepgravend essayist, laat zich gelden.

Uw vroege werk gaat over filmtaal en -historie. Wat waren uw inspiratiebronnen? En waarom is uw werk gaandeweg veranderd? "Ik sta in een documentaire traditie maar refereer ook aan B-films, vooral het exploitation- en martial arts-genre. Als tiener keek ik twee films per dag in het Filmmuseum. Ik hou van Japanse cinema, vooral Kurosawa. Maar ook John Ford, Robert Bresson en Godard zijn favorieten.
"Ik ben langzaam weggedreven van het filmische omdat de wereld waarin ik leef en werk is veranderd. De media zijn overal, ze hebben ons dagelijks leven geïnfiltreerd en we kunnen ze niet aan of uit zetten. Die technologische revolutie zie je terug in mijn werk. In het begin gebruikte ik nog celluloid. Later werd dat VHS, weer later dvd. Tegenwoordig zijn het smartphones en laptops, YouTube en Instagram die de bepalend zijn voor de visuele esthetiek."

In How Not To Be Seen: A Fucking Didactic Educational .MOV File bekritiseert u het constante visuele bombardement waaraan we worden blootgesteld. Hoe kwam dat werk tot stand? "Bevriende Koerden vertelden me hoe ze omgingen met aanvallen van drones. Ze hadden altijd grote stukken landbouwplastic bij zich, een fles water en een boek. Als er dan een drone voorbijkwam, kieperden ze het water over zich heen om hun lichaamstemperatuur naar beneden te krijgen en gingen ze onder het plastic liggen. Dan lagen ze stil in het landschap als absurde monochrome sculpturen, duidelijk zichtbaar voor iedereen behalve die drone, die werkt met hitte- en bewegingssensoren. De meeste Koerden vonden zo’n drone-aanval niet eens zo erg. Het was de enige tijd dat ze even alleen waren, rustig dat boek konden lezen.
"Al die tegenstrijdigheden leken me een geweldig uitgangspunt voor een werk: het is tegelijkertijd grappig en beangstigend. Toen ik die sketch van Monty Python weer eens zag — ’there are 40 people in this film and none of them can be seen’ — wist ik dat het een parodie op een voorlichtingsfilm moest worden. Het was gewoon te aantrekkelijk om als filmmaker met dat format aan de haal te gaan."

U presenteert uw werk vaak in geblindeerde ruimtes, met bankjes en zacht tapijt op de vloer. Wilt u hiermee binnen de museale context toch een beetje het filmzaalgevoel creëren? "In de kunstwereld wordt de zwarte doos gezien als een licht gemankeerde ruimte, die de kijker gevangen houdt. Maar daar ben ik het niet mee eens. Juist de ‘white cube’ is beklemmend, alsof je constant bekeken wordt en erop gelet wordt dat je je wel gedraagt. In het donker kun je meer ontspannen zijn, even helemaal niks doen, misschien zelfs het werk negeren. Wim Wenders, voor wie ik heb gewerkt als cameravrouw, zei altijd: ‘Om in de bioscoop in slaap te vallen, moet je de film vertrouwen’."

In een essay introduceerde u het begrip ‘circulationisme’ voor het eindeloze hergebruik van beelden. Betekent dat dat we leven in een wereld van permanente visuele recycling waarin niets nieuws meer mogelijk is? "Niet noodzakelijkerwijs. Maar het is een feit dat de wereld meer dan ooit gevuld is met beelden, die met ongekende snelheid en intensiteit op ons worden afgevuurd. De manier waarop ze constant worden herschikt en opnieuw verpakt is op zich nieuw. En werkelijk alles leent zich voor hergebruik, door iedereen — tot amateur snuff movies toe. Dat is niet goed of slecht, het is gewoon zo en we moeten er mee leren omgaan."

Wat is volgens u de grootste verandering op filmgebied? "De overgang van registreren naar maken, die is ingegeven door de technologische ontwikkeling. Met analoge film was je nog afhankelijk van iets voor de camera, het onderwerp dat je filmde. Nu kan je het onderwerp maken in de camera zelf. Het onderwerp wordt virtueel. We zijn gegaan van het observeren en al dan niet ensceneren naar het creëren van de wereld."