Hanro Smitsman over SCHEMER

'Er moet iets op het spel staan'

  • Datum 21-09-2010
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Hanro Smitsman (foto Angelique van Woerkom)

In het op de werkelijkheid geïnspireerde schemer vermoordt een vriendengroepje een meisje uit hun midden. Regisseur Hanro Smitsman ziet geen simpele verklaring. "Het is een leugen om te denken dat er één waarheid is."

Hoezo komen filmmakers in Nederland niet aan de bak? Hanro Smitsman bewijst het tegendeel. De laatste drie jaar bracht hij voornamelijk door op filmsets en in studio’s. De opmars van de tuinderszoon ("In die omgeving leer je werken") begon vier jaar geleden met de korte film raak. In de rauwe film gooit een jongetje, dat door ruzie van zijn ouders opgefokt is geraakt, een steen van een viaduct. De gevolgen zijn fataal. Het filmpje won op het filmfestival in Berlijn de Gouden Beer voor beste korte film. Terugblikkend is te zien dat raak een visie op de werkelijkheid bevat die in bijna iedere latere film van Smitsman ook is te vinden: gruwelijke daden komen nooit uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van fatale menselijke interactie.
Smitsmans films ontrafelen de werkelijkheid achter sensationele krantenkoppen. Dat de joodse tiener in skin (2008) zich aansluit bij een groepje neonazi’s is aan het einde van de film minder onbegrijpelijk dan aan het begin. De film laat zien dat het een manier is voor deze jongen om af te rekenen met zijn door de oorlog getraumatiseerde vader, met wie niet valt samen te leven. Smitsman bewees zich met het onnederlands heftige drama als een regisseur die acteurs boven zichzelf kan laten uitgroeien. Het leverde debutant Robert de Hoog een Gouden Kalf op.
Ook met de punt (2009), over de Molukse treinkaping in 1977, toonde Smitsman de complexe werkelijkheid. De film gaat niet over wie er gelijk had, maar geeft inzicht in de motieven van alle betrokkenen. Het is niet onopgemerkt gebleven, want de punt was met achthonderdduizend kijkers de best bekeken telefilm in de tienjarige geschiedenis van deze categorie films. Ook Smitsmans telefilm de laatste reis van meneer van leeuwen (2010), over twee broers die over hun demente vader ruziën — thuis verzorgen of naar een verpleeghuis? — is geen aanklacht, maar toont een ingewikkeld dilemma.

Gruweldaad
En nu is er schemer, dat geïnspireerd is op de moord op Maja Bradaric in 2003. De zestienjarige uit Bosnië afkomstige tiener werd in de buurt van Nijmegen gewurgd door een paar jongens uit het vriendenclubje waarvan zij deel uitmaakte. De film bevat een tweede terugkerend thema in Smitsmans werk: in geweld ontsporende groepjes. De neonazi’s in skin, de Molukkers in de punt en het groepje tieners in schemer overschrijden allen een grens. Dat dit onderwerp Smitsman boeit, is zachtjes uitgedrukt. Even losgerukt uit een montagestudio waar hij alweer zijn vierde telefilm, vakantie in eigen land, aan het monteren is, wekt hij in een Amsterdams hotel de indruk dat hij uren over het onderwerp kan praten. Van het door de wetenschapper René Girard geformuleerde zondebokmechanisme ("beetje archaïsche manier om naar geweld te kijken") tot het collectieve geweld in de twintigste eeuw: Smitsman praat erover met dezelfde gepassioneerdheid als waarmee hij zijn films maakt.
De kern van zijn betoog is dat verklaringen voor geweld altijd tekort schieten. "Ken je het boeddhistische verhaal van die monniken die geblinddoekt een olifant moesten betasten en zeggen wat ze voelden? De een dacht dat een poot een boomstronk was, een ander dat oren bladeren waren. Niemand dacht aan een olifant. Zo is het ook met gewelddaden. Je kunt wel dingen aanwijzen, maar het leidt nooit tot een bevredigende verklaring." Dat er toch altijd naar een sluitende verklaring wordt gezocht, komt voort uit angst, meent Smitsman. "Dat na de moord op Maja fanatiek gezocht werd naar een oorzaak, kwam voort uit onze behoefte om ons ervan los te maken. Als je een verklaring hebt, is de zaak opgelost. Het is veel verontrustender als je niet kunt aanwijzen waarom een gruweldaad heeft plaatsgevonden, want dan kan dat iedereen misschien overkomen."
Deze opvatting maakte hij tot leidraad in schemer. "Het moest een film worden over een moord waarvoor geen duidelijk motief is." Smitsman is het er niet mee eens dat hij zich er makkelijk vanaf maakt door niet op zoek te gaan naar een verklaring. "Het is de werkelijkheid. De meeste verklaringen voor moord houden geen stand. De waarheid is dat moord geen taboe is. Mensen verzinnen altijd wel een reden om iemand te vermoorden."

Misselijk
Smitsman meent dat vooral in een groep er altijd een reden kan worden gevonden om iemand om te brengen. "In schemer valt Jessie (het meisje dat vermoord wordt, JvdB) buiten de groep, omdat ze leider Caesar seksueel afwijst. Hij is enorm seksueel gefrustreerd. De scène waarin hij tegen zijn vrienden zegt dat hij een pistool tegen Jessies hoofd zou willen zetten, omdat hij haar om haar leven wil zien smeken, is super seksueel geladen. Dat is het perverse in hem." Dus toch een verklaring? "Nee, ik blijf geloven dat iedereen dit kan overkomen. Ik heb jongeren gesproken die na het zien van de film tegen mij zeiden dat ze met vrienden ook wel eens bespraken of het niet beter zou zijn als die en die er niet meer was. Het speelt zich af in een schemergebied waarin vooral jongeren zich bevinden."
Dat het toch maar zelden tot gruweldaden komt, kan Smitsman wel verklaren. "Het belangrijkste is de samenstelling van de groep. Er moet iemand zijn die zegt: tot hier en niet verder. In schemer gebeurt dat niet. Niemand heeft in de gaten dat ze afglijden." Het zegt volgens hem veel over het beperkte menselijke denkvermogen. "We denken dat we vrij zijn en zelf keuzes maken, maar in werkelijkheid zijn we het product van onze omgeving. Vrijheid is heel relatief. Dat ik niet zo vrij ben als ik denk dat ik ben, maakt mij angstig, want het betekent dat ik met een geconditioneerde blik naar de wereld kijk."
Hij geeft een voorbeeld. "Toen ik in Libanon was werd ik letterlijk misselijk toen mensen zeiden dat ze Israël in de pan wilden hakken. Maar toen Israëliërs hetzelfde zeiden over hun vijanden vond ik dat normaal. Dat komt doordat ik ben opgegroeid met het verhaal dat Israël als David tegen Goliath staat." De ontdekking bevestigde Smitsman in het inzicht dat dé waarheid niet bestaat. "Ik probeer me zoveel mogelijk in een ander te verplaatsen, ook als die ander je angst inboezemt. Ik wil me niet door angst laten leiden, want dat is een slechte raadgever. Angst zorgt ervoor dat je verstijft en alleen nog met jezelf bezig bent."

Pretenties
Net als skin en de punt bezit schemer een heftigheid en intensiteit die meer aan rauw Brits realisme dan aan Nederlands polderrealisme doen denken. Het is Smitsman ook opgevallen. "In Nederland maken we vooral voorzichtige films die moeten vermaken. Daarmee is niets mis, maar er moet ruimte zijn voor films die iets proberen te vertellen." Die ruimte is er voor schemer niet in de Pathé-bioscopen, want het concern zal de film niet vertonen. Het vindt de film, die zich juist richt op jongeren — het merendeel van het Pathépubliek — te somber en niet commercieel genoeg. Smitsman: "Toen Haneke werd verweten dat hij cynische films maakte, zei hij dat mensen die soaps als werkelijkheid verkopen pas echt cynisch zijn. Daar ben ik het hartgrondig mee eens." De maker wil trouw blijven aan zichzelf. "Als het vrijblijvend is, vind ik het niks. Er moet iets op het spel staan. Je moet als filmmaker pretenties hebben. En je niet schamen voor het verhaal dat je wilt vertellen."

Jos van der Burg