Gust Van den Berghe over Lucifer

'Wie ben ik om aan de filmtaal te sleutelen?'

  • Datum 23-09-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Gust Van den Berghe maakte, misschien wel als eerste in de filmgeschiedenis, een ronde film met zijn Vondel-bewerking Lucifer. "Ik wilde vertrekken vanuit een ruïne. Een literair wrakstuk uit een ver verleden, waar gaten in zitten die je kunt opvullen. Met één voet in de toekomst, en een andere voet in het verleden."

Door Joost Broeren

Gust Van den Berghe haalde zich voor zijn derde speelfilm Lucifer iets unieks op de hals: een rond kader. Net als voorgangers En waar de sterre bleef stille staan en Blue Bird bevraagt de film de verhouding tussen hemel en aarde, en de menselijk rol daarin. Voor de Vlaamse regisseur was de cirkel de enig mogelijke vorm voor zijn zeer vrije bewerking van Joost van den Vondels gelijknamige toneelstuk, waarvoor hij het verhaal over de gevallen engel Lucifer naar een hedendaags maar tijdloos Mexico verplaatst. Hoe anders kon hij immers de wereld weergeven van voor de val, waar de hemel vervat is in aarde.

De cirkelvorm van de film dringt zich op als gespreksonderwerp, maar ik wil toch beginnen met het verhaal. Waarom wilde je Vondels Lucifer verfilmen? "Zoals die vorm zich voor jou opdringt als vraag, zo drong het verhaal zich aan mij op. Een goede film vertrekt uit een noodzaak verteld te worden. De figuur van Lucifer was, zonder dat ik het op voorhand wist, het verhaal dat ik wilde vertellen in deze derde film in een drieluik van toneelbewerkingen.

Wat sprak je zo aan in die figuur? "In alle drie de films probeer ik een verhaal te vertellen over hoe er in de mens iets opstond waardoor we evolueerden van primitief wezen tot wat we nu zijn. Lucifer is een engel die heel dicht bij God stond, die zichzelf als engel der engelen zag en zijn troon boven die van God wilde zetten. In feite dus een figuur van verlichting, en dus verbonden aan de Verlichting. Het idee van een wil om plots vooruit te gaan was gekoppeld aan zijn val. In mijn eerste film staan personages centraal die voor een stuk de geestestoestand hebben van een engel, iets primitief heiligs, en daar gevangen in zitten [de acteurs zijn verstandelijk gehandicapt, JB]. Maar ook in die film gaat het al over dat verlies, alleen beseffen ze dat nog niet. In mijn tweede film wou ik een lijn trekken. Ik heb daar kinderen opgevoerd, die vanuit die engelachtige geestestoestand komen, maar vervolgens een stap zetten. Langzaam ontdekken ze de einder, tasten ze hun horizon af en beseffen ze dat de wereld ook maar de wereld is. Nu wilde ik dat idee van eindigheid op een volwassen manier tentoonstellen."

Dan komen we dus alsnog bij die cirkelvorm uit. "Precies, maar nu heeft het al een context voordat we erover beginnen, dat vind ik fijn. Het natuurlijk een enorme uitdaging om aan filmtaal nog te gaan sleutelen — wie ben ik om dat te gaan doen? En toch proberen we het. Het  mooie aan dit soort rigoreuze keuzes is dat je gaandeweg meer en meer betekenissen ziet. Doorheen mijn weg met deze film werd ik constant teruggekoppeld naar die cirkel, als oervorm, als begin der beginnen, als primitieve vorm van het universum. In alle culturen en op allerlei kunstvlakken: van het literaire tot het schilderachtige tot het architecturale. Maar de film is één van de weinige kunstvormen waarin de cirkel geheel afwezig is in de taal. Terwijl, in den beginne, de oerfilm had dat niet: de magic lanterns en de eerste stille films speelden nog heel erg met die vormelijke dimensie. Dus bij het maken van een film over de wereld voor de wereld, vond ik het interessant om een filmtaal te gebruiken van voordat filmtaal bestond. We hebben onszelf de vrijheid toegeëigend om te gaan graven in het embryonale wezen van film."

In de oersoep. "Voila. De evolutie van film gaat parallel met de techniek. Natuurlijk wilden mensen een groter beeld, een scherper beeld, kleur, digitaal. Nu zijn we op een punt waar dat alles bereikt is, dat alles kan, waardoor je als maker ook de stap terug kan zetten, soms zelfs móet zetten. We moeten niet vergeten waar het allemaal vandaan komt. Dat is dan misschien wat ik doe, als kleine kunstenaar: af en toe dingen terugkoppelen naar waar ze vandaan komen, om ze misschien ook in waarde te kunnen doorgeven."

Tegelijk heeft die keuze voor de cirkel ook heel praktische uitwerkingen op de set: andere kaders, andere mise-en-scène. "Dat ging eigenlijk vrij eenvoudig. Een rond beeld op camera ziet er vrij rap goed uit. Met het feit dat je de hoeken wegneemt, was bijna altijd alles gebalanceerd. Dat was een heel onwennige situatie, want dingen zijn nooit goed van zichzelf; iedere kunstenaar moet vechten, moet zoeken. Als je de deur opendoet en het stáát er al, dat is een nachtmerrie, snap je?"

Waar gaat het dan mis? " Het heeft te maken met de off space. Als je hoeken hebt in het beeld, snijd je een stuk wereld af. Onbewust nemen we dat allemaal mee: als we naar een foto kijken, of naar een film, loopt de wereld buiten het beeld oneindig door. Maar met een cirkel is dat niet zo. Daarmee ben ik eigenlijk voor een groot stuk de toeschouwer zijn fantasie aan het ontnemen. Het is een heel totalitaire situatie. Ik speel juist heel graag met die off space, en dat kon nu niet. Dus mijn grootste uitdaging lag in het hercreëren van coulissen binnen mijn cirkel. Als je naar de film kijkt, zie je dat er heel veel ramen en deuren in de film zitten. Dat is heel intuïtief gebeurd op de set, maar achteraf had ik er de uitleg voor: omdat ik met een raam of een deur terug een wand kon opzetten waaráchter een wereld was. Dat was mijn houten been."

Het betekent volgens mij ook dat je, veel meer dan met een rechthoekig kader, in de diepte hebt geënsceneerd, met allerlei lagen in het beeld. "Ja, absoluut. Dat was vanaf het begin de bedoeling. Met mijn eerste film, waarin ik probeerde hemel en aarde te verbinden, heb ik in mijn beeldtaal veel met het verticale gedaan. Mijn tweede film was juist heel horizontaal; die ging over het vinden van de horizon, en dat heb ik in de vorm willen benadrukken. Dus moest ik hier per definitie in de diepte gaan, ook als verwijzing naar de Renaissance, waar de schilderkuinst in heel korte tijd de diepte ontdekte. Dat kan natuurlijk niet, dat er ineens mensen geboren worden met zo’n visionaire inzicht in diepte. Dat heeft te maken met techniek. Ze gebruikten optische instrumenten; daar is de eerste stap ook naar film gezet. Die mannen begonnen te schilderen vanuit camera lucida’s, camera obscura’s, reflecties uit spiegels. Ze waren heel actief op zoek, elk op hun eigen manier, om onderwerpen zo reëel mogelijk weer te geven op een doek. Met als gevolg dat ze plots, misschien in het begin zelfs onbewust, de diepte begrepen. Plots konden ze diepte scheppen."

Een enorme sprong vooruit, misschien vergelijkbaar met de technische sprong van de digitale cinema? "Natuurlijk, zulke evolutie is fantastisch, en we projecteren daar onze fantasieën op. Maar we beseffen soms niet dat we er ook heel veel mee verliezen. Je kan, en je mág het ook niet tegenhouden; ik ben zeker geen ambassadeur van old school, ik schiet ook digitaal. Maar die dingen moeten hand in hand gaan, ik probeer altijd een middenweg te zoeken. Voor mij zijn de grootste innovatoren niet zij die alles omver werpen en het nieuw maken, maar zij die het oude nieuwe betekenis geven, door de oude middelen te reïntegreren in een nieuwe tijd. Dat is een groot probleem van mijn generatie filmmakers, vind ik: dat we niet in staat zijn om die oude dingen een plaats te geven. Het is veel gemakkelijker om bij nul te beginnen. Om vanuit wat er stond of wat verdwenen is iets nieuws te scheppen, is een veel zwaardere taak dan te sugereren dat er niets anders was. Meer en meer slechte films pretenderen dat er geen context is. Ik vind dat in de Nederlandse en Vlaamse commerciële cinema heel tastbaar: dat zijn films die geen enkele grond hebben, die zweven in een wezenloze ruimte en daarom geen enkele betekenis hebben. Het is ook zo gemakkelijk om een film te maken, dat het al snel vrijblijvend wordt. Terwijl: ik heb veel liever een slechte film die probeert iets te vertellen, dan goede maar vrijblijvende cinema. Pffft, daar heb ik niets mee. Soit."

Bekijk ook het video essay over atypische kaders, waarin Lucifer een prominente rol speelt.