Caroline Strubbe over LOST PERSONS AREA

De zigzagbeweging

  • Datum 22-12-2015
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Caroline Strubbe (foto Angelique van Woerkom)

Ergens op het slufterstrand op de Maasvlakte zat ooit een Vlaams meisje elke dag te wachten in de kantine bij de landingsbaan, tot haar vader, een piloot, klaar was met vliegen. Vele jaren later maakte dit meisje een film, over een gezin dat in afzondering tussen de elektriciteitsmasten op de Maasvlakte woont. Dat meisje was Caroline Strubbe en haar film heet lost persons area.

Het maken van lost persons area loopt opvallend parallel met het onderwerp van de film, waarin een geïsoleerd gezin heen en weer wordt geslingerd tussen controle houden en willen loslaten, tussen houvast en een mobiel, onzeker leven willen leiden.
De Vlaamse regisseur Caroline Strubbe moest met diezelfde tegenpolen om leren gaan tijdens het maken van haar lange speelfilmdebuut: "Het onderwerp loopt gelijk op met de ontwikkeling die ik zelf heb doorgemaakt. Ik heb moeten leren loslaten, want je krijgt in het leven niet altijd wat je dacht. Daar kun je kwaad om worden of verbitterd door raken, of je kunt denken: hé, daar kan ik ook iets mee doen. Ik liet mijn manier van filmen afhangen van de mise-en-scène, en paste het scenario constant organisch aan aan wat zich voordeed. Na de twee korte films die ik zeven jaar geleden regisseerde, had ik geen zin meer om films te maken, omdat het allemaal zo rigide verliep: wat ik had uitgeschreven moest exact hetzelfde worden uitgebeeld, en dat is frustrerend want dat kon natuurlijk niet. Voor lost persons area stond ik open voor alles, het was een continu proces van herschrijven en aanpassen, zoals het leven zelf: je kunt pas echt vrij zijn als je dingen loslaat, en een zigzagbeweging durft te maken. Repeteren deden we bijvoorbeeld niet, want dan is het magische moment weg. Ook de cameraman anticipeerde niet, hij zette zijn camera niet klaar op een voorbedachte plek. Wij zeiden in het begin tegen elkaar: laten we het gewoon doen, laten we het gewoon durven. De acteurs — voornamelijk dansers — voelden zich heel vrij, we hadden hun vertrouwen, maar daar heb ik wel voor moeten vechten."

Hamburger
Het loslaten van de controle is ook voor de personages een strijd. Het negenjarige dochtertje bouwt een verzameling van gevonden objecten rond zichzelf, vader Marcus raadt zijn compagnon in de bouw aan om geen traveling man te blijven en zich ergens te wortelen, zijn vrouw Bettina wil het liefst een normaal leven leiden, een leven waar je onder controle over hebt. Strubbe: "De werkelijkheid is veel grilliger. Zoals Bettina, die verlangt naar een hamburger die ze nog nooit heeft gegeten, en dan heeft ze er uiteindelijk één en dan valt het tegen. Materialisme verzadigt niet. Marcus heeft de consumptiemaatschappij achter zich gelaten. Zijn vrouw mag geen kleren meer kopen, maar als je dat gaat verbieden dan wordt het verlangen juist aangewakkerd. Ze hebben zich afgekeerd van de maatschappij en een minimaatschappij opgericht, waar de man er zeker van is dat hij koning is op een plek waar de oerman reïncarneert."
Het gezin woont op een ongebruikelijke locatie — opgenomen op de Maasvlakte bij het slufterstrand nabij Oostvoorne — waar het altijd lijkt te waaien, en waar de eindeloze rijen elektriciteitsmasten de enige connectie met de buitenwereld zijn. "Eenzaamheid komt op alle plaatsen voor, los van de plek waar je woont. In de stad kun je het nog verdoezelen door allerlei artificiële contacten aan te gaan, je kunt er altijd bezig en de illusie in stand houden dat je midden in de wereld staat. Als je op jezelf bent zijn de dingen minder vluchtig. Mensen als Marcus zijn solitaire wezens die het beste uit het leven willen halen. Het zijn zoekende mensen, die zijn sowieso op een bepaalde manier solitair, en krijgen vaak te maken met eenzaamheid. Wie constant in een sociale omgeving zit wordt geleefd. Er zijn zat mensen die de diepgang van het alleen zijn niet willen of niet aankunnen omdat die veel te pijnlijk zal zijn. Het vraagt moed om op een eenzame plek te leven en die existentiële vragen te durven aangaan, want uiteindelijk krijg je de antwoorden niet van een ander.
"Eenzaamheid heeft niet altijd te maken met het aantal mensen om je heen; schrijven bijvoorbeeld doe je op jezelf, en zo’n imaginaire wereld is eigenlijk heel beschermend en veilig. Een bezoekje aan een receptie roept veel meer eenzaamheid op. Een filmfestival is een goed voorbeeld, je hebt altijd aanspraak maar het is veel minder intens dan creatief bezig zijn. Maar alleen zijn is natuurlijk niet altijd even fijn, het kan heel vervreemdend werken. Gedachten kunnen vastdraaien in je eigen hoofd, en ik moet dan ook altijd iets fysieks doen om te voorkomen dat de geest je meeneemt in een stroom van gedachtes die zich steeds maar herhaalt. Uiteindelijk maakt het vinden van de harmonie tussen die twee waarschijnlijk het gelukkigst. Ik woon nu in Brussel, met zoveel input elke dag, al die boekwinkels — ik wil elke dag wel naar de FNAC maar ik heb geeneens tijd om een boek te lezen. Het schakelen tussen drukte en stilte is ook een manier om steeds in beweging te zijn, het is een teken van een onrustige geest die altijd van het een naar het ander wil gaan."

Afhankelijk
De vrouw uit lost persons area, Bettina, is ook een onrustige geest. Ze wil spanning en zekerheid tegelijk, en probeert ondertussen een goede moeder te zijn, maar dat gaat haar niet makkelijk af. "Ik ben opgevoed bij de nonnen, en dus met het katholieke beeld van het moederschap als heiligdom. Dat type vrouw, die zich helemaal in die moederrol stort, bestaat wel degelijk, maar de meeste vrouwen vinden al die verschillende rollen die ze moeten spelen maar moeilijk. Bettina probeert te zoeken naar de juiste rol en doet dat misschien op een onhandige maar wel op een liefdevolle manier. Ze is in mijn ogen geen slechte moeder, wel is ze gelimiteerd, en ik wilde dan ook de kwetsbaarheid van het moederschap tonen. Veel vrouwen zijn emotioneel afhankelijk van de man. Als vrouw wil je niet alleen aandacht maar ook erkenning. Je wilt niet meer alleen bestaan om emotionele warmte te geven aan je man, of de moederrol in te vullen. Maar ik zie bij mijn vriendinnen dat dat nog steeds heel moeilijk is, dat het niet zo is dat de strijd allang gestreden is. Ik zie nog altijd veel onzekerheid bij vrouwen. We moeten leren loslaten en niet alles naar ons toetrekken. Ik herinner me mijn moeder die, als mijn vader wel eens kookte, altijd zoveel commentaar op hem had. Dan pakte hij volgens haar de verkeerde slakom, maar wat geeft het, dat is toch niet erg. We moeten ook niet zo dicht op onze kinderen zitten, niet altijd het perfecte willen. Er zijn van die moeders die hun kinderen de beste boterhammetjes meegeven, maar ze niet leren hoe ze om moeten gaan met tegenslagen. In het begin moet je ze wortels geven en daarna vleugels. Deze moeder doet dat niet maar ze geeft wel liefde, ze is geen koude moeder."
"Ik ben bezig met een vervolgfilm over het meisje uit mijn film, en de wijze waarop het eerste beeld van haar moeder weerslag zal hebben op de rest van haar leven. En over de manier waarop de afwijzing door haar vader van invloed is op de relaties die ze later aangaat. We proberen allemaal tijdens ons leven deze oerrelaties te herstellen."

Slijpsel
Het meisje houdt zich ondertussen staande door allerlei dingen te verzamelen, viltstiften, luciferdoosjes, potloden, dode konijnen. "Hoewel ze in zichzelf is gekeerd en amper praat, is ze zeker niet autistisch. Dat repetitieve, dat hebben bijna alle kinderen: altijd hetzelfde sprongetje op de stoep maken bijvoorbeeld. De objecten die ze verzamelt, zijn een soort houvast voor haar, én voor mij. Als je geen structuur hebt of bang bent om je ouders te verliezen, dan hou je je vast aan materiële dingen. Ikzelf was op de set ook obsessief bezig met al die objecten: de potloden moesten elke scène korter worden, ik spaarde het slijpsel, de zeep moest elke dag kleiner worden en die verzamelde ik, net als de konijnenkoppen, in dozen. Ik heb al die kleine maar voor haar veelbetekende objecten altijd psychologisch gebruikt, nooit symbolisch. De scène waarin ze de kraan openzet, komt voort uit haar behoefte om zich isoleren, om kalm te worden. Ze denkt: Ik zonder mij af van de rest van de wereld door het water aan te zetten. Als ik het water aanzet kan ik stilletjes weglopen. Als ik mijn ogen sluit dan heeft niemand mij gezien."

Mariska Graveland