Billy Bob Thornton over Jayne Mansfield’s Car

'We aten wasberen'

  • Datum 24-07-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Billy Bob Thornton

De films van Billy Bob Thornton vormen een autobiografische zoektocht naar zijn vader. In Jayne Mansfield’s Car wordt diens alter ego vertolkt door Robert Duvall. "Pas later, als je terugkijkt op je jeugd, besef je: wow, that’s some weird shit!"

Door Kees Driessen

Het groepsinterview in Berlijn blijkt een minipersconferentie met een man of twintig. Maar veel maakt dat niet uit, want regisseur en acteur Billy Bob Thornton zit op zijn praatstoel en laat de journalisten er nauwelijks tussen komen. De grote lijn van zijn betoog: ja, mijn films zijn behoorlijk autobiografisch; ja, mijn jeugd was, achteraf gezien, tamelijk fucked up; en ja, anders was ik waarschijnlijk nooit filmmaker geworden.

"Jayne Mansfield’s Car is voor een belangrijk deel geïnspireerd door mijn vader. Hij was een zeer gesloten man. Net zoals veel mannen uit die tijd. En omdat hij stierf toen hij 46 was, en ik 17, heb ik nooit echt met hem kunnen praten. Als je, zoals ik nu, dertig jaar in Californië hebt gewoond, weet je alles over ‘Zen zijn’, of hoe je dat ook noemt. Maar toen ik 17 was, kon ik nog helemaal niet ‘over mijn gevoelens praten’. En mijn vader kon dat ook niet. Ik denk dat als hij langer geleefd zou hebben, ik hem misschien wat softer had kunnen maken. Maar die kans heb ik nooit gehad.
"Daarom blijft hij terugkeren in mijn films. Het is duidelijk iets waar ik mee zit, anders zou ik het niet blijven doen. Mensen zeggen vaak dat regisseurs en schrijvers — en in sommige gevallen acteurs — telkens dezelfde film maken. Omdat je niet alles in twee uur kwijt kunt, maak je nog een film over een ander aspect van hetzelfde. Het personage dat Dwight Yoakam speelde in [mijn regiedebuut] Sling Blade was in bepaalde opzichten gebaseerd op mijn vader. En ik speelde hem zelf min of meer in Monster’s Ball. Zo blijf je terugkeren bij de dingen die belangrijk voor je zijn.
"De relatie die Skip, mijn personage in Jayne Mansfield’s Car, heeft met [het personage van Robert] Duvall is ongeveer dezelfde als die tussen mij en mijn vader. Die gesprekken lijken op de gesprekken die ik met mijn vader had. Terwijl achter het gesprek dat Duvall heeft met John Hurt, twee mannen die elkaar niet mogen maar toch iets gemeenschappelijks ontdekken, wel wat wensdenken steekt. Zo’n gesprek zou ik graag met mijn vader hebben gehad.
"In werkelijkheid verborg ik me alleen maar voor hem. Als ik op de klok zag dat hij bijna thuiskwam, trok ik me terug op mijn kamer en hield ik me zo stil mogelijk. Ik draaide m’n platen alleen als-ie op zijn werk was. Verder ging ik hem zo veel mogelijk uit de weg, om zijn straffen te ontlopen.

"Mijn vader is een belangrijke reden dat ik kunstenaar ben geworden. Want in zo’n soort gezin keer je je vanzelf naar binnen. Ik begon korte verhalen te schrijven, ik luisterde constant naar muziek, ik las boeken. Maar daarnaast was mijn moeder een belangrijke steun — en dat is ze nog steeds. Zij was artistiek georiënteerd, net als haar familie. Ik leerde muziek van haar broer, mijn oom. Ik heb zelfs een tijdje in zijn band gespeeld. Dus ik denk dat beide kanten, het positieve en het negatieve, me geholpen hebben kunstenaar te worden.
"Ik denk dat mijn vader veel pijn had, zonder dat hij dat onder woorden kon brengen. Ik denk dat hij bang was en onzeker. Als hij naar autowrakken ging kijken — zoals Duvall doet in de film — was dat om iets van het leven te begrijpen. Waarom is het zo willekeurig? Het ging hem niet om de slachtoffers. Hij wilde bedenken hoe het zat en dat dan vertellen: wat er volgens hem gebeurd was en waarom. De scène waarin Duvall naar die Volkswagen gaat kijken die over de kop is geslagen, dat is letterlijk zo gebeurd. Inclusief de autoruit die eruit was gevlogen. Mijn vader bracht mij en mijn broer daarnaartoe, vlakbij Alpine Arkansas waar we bij mijn grootmoeder woonden, en daar lag die autoruit, in één stuk, in de berm, op de dennennaalden. Gebarsten, maar in één stuk. En dan stond hij daar urenlang te roken en naar die autoruit te staren. Weken nadat het gebeurd was. En ondertussen ging ik met mijn broer soldaatje spelen in het bos. Terwijl mijn vader nadacht.
"Zo heb ik ook het wrak van Jayne Mansfield gezien. Mijn vader nam me ermee naartoe, precies zoals in de film. Er was een kraam gebouwd, je betaalde iets van vijftig cent en dan mocht je de auto zien.
"In de gemeenschap waar ik opgroeide, in de heuvels in Arkansas, keek niemand op van zulk gedrag. Alles daar was vreemd, dus niets viel op — deels heb ik dat ook verwerkt in Sling Blade. De meeste mensen waren analfabeet. En de politie kwam er niet vaak. Dus als jij er met iemands vrouw vandoor ging, was het niet van: Geef mijn vrouw terug!’, maar dan werden je ballen aan de vloer genageld of je kop eraf geschoten. Zo ging dat.

"Ik ben geboren in 1955 en tot 1964 hadden we bij mijn oma geen elektriciteit of stromend water. We aten wasberen, buidelratten en eekhoorns. Mijn opa was een soort Daniel Boone. Hij ging jagen en dan aten we wat hij geschoten had. Ik vond het niet vreemd — en ik ben inmiddels veganist, haha! Ik kan me echt niet meer voorstellen een buidelrat te eten. Maar als kind weet je niet beter.
"Soms mis ik het. Het kon ook erg mooi zijn. En ik hield van mijn oma en mijn moeders familie. In de bossen kon het magisch zijn. Voor een kind was het heerlijk om daar rond te rennen. Pas later, als je terugkijkt, besef je: wow, that’s some weird shit!’