Bernardo Zanotta over Vorarephilia

Fine young cannibals

Vorarephillia

In de reeks Lichitng 2018 interviewt de Filmkrant de hele zomer vers afgestudeerd filmtalent van verschillende academies. Deze week vertelt de in Brazilië geboren Bernardo Zanotta (Gerrit Rietveld Academie) over zijn kannibalenfilm Vorarephilia. “De kannibaal is een vaak door Braziliaanse kunstenaars gebruikte positie. Omdat er zoveel culturen claim leggen op Brazilië, moet de kunstenaar die als een kannibaal verslinden om er iets nieuws uit te maken. Op die manier ga ik ook te werk. Ik verorber de film- en kunstgeschiedenis en maak er iets nieuws van.”

Bernardo Zanotta’s Vorarephilia is een bijzondere film. Niet alleen vanwege het onderwerp kannibalisme, of de theatrale aankleding waarmee videokunstenaar Zanotta dat onderwerp in beeld brengt. Maar ook omdat het afstudeerproject het tweede deel vormt van Zanotta’s kannibalentrilogie, waarin de in Brazilië geboren regisseur de relatie tussen seksualiteit en kannibalisme onderzoekt. Eerder dit jaar maakte hij al Heart of Hunger, een abstracte kunstfilm waarin een onuitspreekbaar verlangen de relatie tussen de hoofdpersonen vormgeeft. Voor zijn afstuderen dook hij in de het leven van Armin Meiwes, de Duitse kannibaal die in 2001 met toestemming Bernd Jürgen Brandes opat nadat de twee elkaar online hadden ontmoet via het Cannibal Café.

Bernardo Zanotta

“Mensenvlees eten is een groot taboe,” aldus Zanotta, net teruggekeerd uit Zwitserland waar Heart of Hunger deel uitmaakte van de toekomstcompetitie van het Locarno Festival. “Op de gedachte alleen al heerst heftige censuur. Toch gebeurt het en dan niet alleen door ‘onbeschaafde wilden’ zoals sensationele films en romans ons doen geloven. Juist in de westerse cultuur zijn er veel gevallen bekend. Het internet is bijvoorbeeld een ontmoetingsplaats geworden voor mensen met kannibalistische verlangens. Hoe moeten we daar mee omgaan? Het veroordelen? Of juist een plaats gunnen? In de kunstgeschiedenis is kannibalisme vaak met homoseksualiteit in verband gebracht. Kijk maar naar schilderijen uit de barokperiode of bepaalde novelles van Herman Melville. Homoseksualiteit is inmiddels voor een deel de taboesfeer uit, maar kannibalistische neigingen zijn nog altijd onderdeel van ‘het onuitspreekbare’. Hoe kan je dat tonen? Kijk, ik heb zelf niet de behoefte, maar als mensen daar plezier uit halen… Ik vond dat in ieder geval dat er een ruimte moest bestaan om de relatie kannibalisme en seksualiteit te onderzoeken.”

Heb je daarom gekozen voor Armin Meiwis als onderwerp van Vorarephillia? Zijn kannibalistische verlangens zijn ook vaak met zijn latente homoseksualiteit in verband gebracht. “In Vorarephilia heb ik geprobeerd om Meiwes’ verhaal te vertellen zonder hem te oordelen. Ik wilde Meiwis de mens laten zien, zonder de sensatiezucht en taboes die rondom zijn persoon hangen. Dat hij Brandes’ penis heeft gegeten bijvoorbeeld — van zoiets kan je walgen, of het grappig vinden, of het niet willen weten. Toch was het een wezenlijk onderdeel van de verlangens wereld die Meiwis en Brandes deelden. Hoe kan je dat gegeven onbevooroordeeld in een film tonen? Daar was ik naar op zoek.”

Een van de manieren waarop je dat doet, is door het artificiële van onze omgangsvormen te benadrukken. De aankleding van Vorarephillia is bewust theatraal en je bevraagt de manier waarop beelden uit de filmgeschiedenis onze denkbeelden kleuren door er direct naar te verwijzen. “De filmgeschiedenis is inderdaad een uitgangspunt in mijn werkwijze. Die kleurt de manier waarop we naar dingen kijken. Kannibalenfilms als Cannibal Holocaust geven onze ideeën over kannibalisme op een bepaalde manier vorm: dat doen onbeschaafde volken. Door die beelden opnieuw te claimen en ze in een nieuwe context te plaatsen, bevraag ik hun invloed en kan je hun werking deconstrueren. Ik denk dat mijn Braziliaanse achtergrond ook debet is aan die zienswijze. De kannibaal is een vaak door Braziliaanse kunstenaars gebruikte positie. Omdat er zoveel culturen claim leggen op Brazilië, moet de kunstenaar die als een kannibaal verslinden om er iets nieuws uit te maken. Op die manier ga ik ook te werk. Ik verorber de film- en kunstgeschiedenis en maak er iets nieuws van.”

Je komt net terug van het filmfestival in Locarno, waar Heart of Hunger niet alleen deel uitmaakte van het toekomstprogramma, maar zelfs de Pardino d’argento won voor beste korte film. “Die prijs was zo’n verassing. Ik was zelfs al onderweg naar huis toen ik het hoorde. Heart of Hunger draaide als laatste in een twee uur durend kortfilmprogramma. Er zitten een paar ongemakkelijke scenes in die niet bij iedereen in goede aarde vielen — telkens liepen er mensen weg tijdens bij de vertoningen. Niemand vind er iets aan, dacht ik constant tijdens het festival, maar toen kreeg ik een telefoontje op het vliegveld: je hebt de Pardino d’argento gewonnen. Wat een verassing! Vooral die weglopers bleken doorslaggevend. De jury waardeerde namelijk het compromisloze en uitdagende karakter van de film.”

Vorarephilia is deel twee. Hoe staat het met deel drie van je trilogie? “Die staat al in de steigers en zal gaan over de Franse schrijver en filosoof Michel de Montaigne. Hij leefde in de zestiende eeuw en schreef in zijn beroemde werk Essais over het kannibalisme waar hij verdraagzaamheid jegens betoogde. Het wordt een liefdesverhaal dat zich in Latijns-Amerika afspeelt. Franse schrijver komt kannibalen tegen in de wildernis. Het scenario ben ik op dit moment aan het uitwerken.”

Diverse afstudeerfilms zullen te zien zijn op het Nederlands Film Festival dat van 27 september tot en met 5 oktober plaatsvindt in Utrecht.