Arend Steenbergen
'Rot op fokker'
Arend Steenbergen (r.) en cameraman Lennert Hillege (l.) op de set van Don
Kinderfilms met klootzakken zijn zeldzaam. Arend Steenbergen regisseerde Don, over een jongen die van een school met veel spencers wordt getrapt en moet verkassen naar een achterbuurtschool. Arend Steenbergen: "Ik wilde juist niet van dat brave. Ik wilde een rauw verhaal, want er zijn al genoeg ‘gevoelige’ kinderfilms gemaakt."
Op de een of andere manier zijn de jongeren in veel jeugdfilms niet meer dan kwajongens. Niet bepaald het gajes dat je soms op straat tegen komt. Hoe zit dat? Regisseur Arend Steenbergen: "Filmmakers horen over het algemeen niet bij de kinderen die de gevechten leveren. Je hebt natuurlijk ook hele lieve kinderen op het schoolplein die zich afzijdig houden. Daar zitten de schrijvers en filmmakers tussen.
"In nogal wat kinderfilms heeft een dapper jongetje of meisje het heel moeilijk omdat alle volwassenen gestoord of ziek zijn. Of gaan scheiden. En de kinderen moeten even alles oplossen en gaan er dan bijna zelf aan onderdoor maar uiteindelijk komt het toch weer goed. Dat soort verhalen is met de blik van een volwassene geschreven. Dat kind is dan het reddende imaginaire vriendje van de filmmaker. Dat wilde ik niet."
Beatkidz
Het gevoel van een ‘straat’-film komt binnenzeilen als Don op zijn eerste schooldag een flinke klap op zijn oog krijgt. "Het is een verhaal over een jongen die niet opzij stapt. Dus gaan er klappen vallen. Daar begint de film mee. Het idee was een jongetjesfilm over voetballen te maken met op de achtergrond de pikorde op het schoolplein. Dat is de sfeer van de film en dat laten we terugkomen in de stijl van de beelden, in hoe we scènes opbouwen en zeker ook in de muziek. De muziek van het Paleis van Boem die er als eerste in zat, maakte de film wat meer traditioneel. Hij werkte wel op een dramatisch niveau maar het haalde wat van de rauwheid weg. Dus hebben we tracks van de Beatkidz erbij gehaald. Soms heel zachtjes, zodat het lijkt alsof de muziek ergens op het schoolplein wordt gespeeld, en soms gierend hard. We wilden dat ‘van de hak op de takkerige’ in de film hebben.
Suïcidaal
Steenbergen schreef eerder de scenario’s voor Temmink, the ultimate fight en Zwarte zwanen. Temmink is het bizarre, tamelijk freudiaanse verhaal van mannen met een agressie-gen en een doodswens die in de ‘Arena’ met elkaar in gevecht gaan en daar willen sterven. Zwarte zwanen is een amour fou van een dolgedraaide Carice van Houten met meisjesdroom Dragan Bakema. Allebei net even anders dan Don.
"Toen ik begon met het scenario, riep ik ‘dit wordt Temmink voor twaalfjarigen’. Voor mijn gevoel komt Temmink uit dezelfde hoek als Don. Temmink komt ook van het schoolplein: de manier waarop lompe en agressieve mannen met elkaar omgaan, mannen die zich niet verbaal maar wel fysiek kunnen uiten. Ik uit me over het algemeen niet fysiek maar ik kon het wel invoelen door terug te denken aan hoe dat op het schoolplein ging. Daar komt dat duwen-trekken-slaan vandaan. Op het schoolplein worden trouwens niet meteen allerlei kaken gebroken. Maar dat schoolplein was voor mij de arena van waaruit ik Temmink kon schrijven."
Toen ik voor het eerst over een jeugdfilm nadacht, had ik net voor KRO’s Enneagram-serie twee dagen op een schoolplein gefilmd voor Milan en de zielen. Dat was blijven hangen. Herinneringen aan het schoolplein, dat was een soort basisding.
"En ik hou van sterke hoofdpersonen die tegen de klippen op achter iets aan gaan. Dat bindt deze drie verhalen. Bij Don is dat positiever dan bij Temmink, dat is meer een suïcidale film. Die hoofdpersoon wil al vanaf het begin van de film dood en gelukkig lukt dat aan het eind. Ik word blij van zulke hoofdpersonen: het levert spannende scènes op en je weet tenminste wat iemand wil. Je kunt het ‘m vreselijk moeilijk maken. En ik als schrijver leer ‘m beter kennen. Zo wordt duidelijker wat er allemaal onder zit. Zwarte zwanen begon trouwens weer als een reactie op Temmink. Dat was een film voor de stoere jongetjes van achttien en Zwarte zwanen was een poging om zo’n film voor de meisjes te maken."
Pikorde
"Nee", zegt Steenbergen, "we hoefden de kids niet op te fokken om ze in de juiste stemming te krijgen. We moesten veel dingen voorbereiden maar dat niet. Want het was vaak nogal heftig op de set met een hele verzameling van die jongens en dan ook nog allerlei figuranten. Door het verhaal gingen ze makkelijk mee in die rauwe sfeer. Niet dat ze van zichzelf zo opgefokt waren maar ze kenden die sfeer wel. En die pikorde speelde natuurlijk ook op de set. Want zo oud zijn ze."
"We hadden gelukkig een hele goeie regieassistent die Lang leve de koningin en Tom en Thomas had gedaan. Die is heel goed met kinderen, en ze is ook actrice en dus goed met spel. En we hadden iemand speciaal voor de begeleiding die jong genoeg was om nog een soort grote broer van ze te zijn. Hij hield ze echt in de gaten. Maar ze wilden het ook gewoon goed doen natuurlijk. Ik zei dat ze het voor zichzelf verpesten als ze niet hun best deden. En dat ze dat later in de film terug zouden zien. Dat maakte wel indruk. Ze waren zich er van bewust dat als die camera eenmaal draaide ze er dan ook echt helemaal moesten ‘zijn’."
"Dat was voor mij de grote uitdaging van de film: het verhaal wordt helemaal gedragen door twaalfjarigen. Ik vroeg me af of dat zou lukken en daar ben ik nu het meest trots op."
Ballet
Don valt ook op door geloofwaardige actieshots van het voetbal, ook een zeldzaamheid in filmland. "Nou, dat was de andere grote uitdaging. Ik wilde wat Amerikaanse honkbalfilms ook goed lukt: de adrenaline van sportscènes gebruiken voor een enorm dramatische climax."
Toch mislukken sportscènes in films vaak. "De kunst is voorbereiding. We hebben acht weken getraind voordat we gingen draaien. Ik zag dat Boris Paval Conen doen voorafgaand aan Temmink en ik wist dus dat dat echt iets geweldigs kan opleveren. Het idee was om het voetbal als een ballet te organiseren. De beelden moeten namelijk kloppen: als twee mensen op de achtergrond van het veld een handeling verrichten die niet strookt met de centrale actie dan voel je dat meteen. Dus wat je in beeld ziet, moest altijd een compleet wedstrijdfragment zijn. Zonder bal, dus zoals ballet. Het risico als je het mét bal doet, is dat hij altijd wel een keer de verkeerde kant op vliegt waardoor de scène mislukt. En we wilden close filmen anders wordt het niet dramatisch."
"Die bal wilde ik sowieso niet vaak in beeld want het is een soort instinct van mensen om naar de bal te kijken. En dat wil ik niet, ik wil dat ze naar mijn acteurs kijken. Die bal is er later in gemonteerd. Je ziet een beetje dat de beweging niet helemaal natuurlijk is maar dat stoort niet. De overdreven trappen in kungfufilms storen ook niet. Dat zijn meer dansscènes. Bij voetbal is het net zo: de curve van een bal kun je best af en toe overdrijven. Je mag de werkelijkheid best een beetje oprekken."
Ronald Rovers