Anna Muylaert over Que horas ela volta?
'Val heeft de instrumenten niet om haar eigen mening te geven'
De Braziliaanse regisseuse Anne Muylaert maakte een hartverwarmend portret van een nanny, én schetst daarmee een samenleving met grote klassenverschillen. "Val is gebaseerd op mijn eigen tweede moeder, mijn oppas toen ik klein was."
Door Barend de Voogd
Anna Muylaert was in augustus te gast op het World Cinema Festival. Haar vierde film Que horas ela volta? won er de publieksprijs. Val (Regina Casé) maakt in de film al dertien jaar deel uit van een welvarend gezin in São Paulo. Zij is de nanny: een ’tweede moeder’ voor puberzoon Fabinho, geliefd bij de ouders en tevreden met haar keuken, dienstbodekamertje en de andere kleine privileges die ze heeft. De komst van Vals eigen dochter Jéssica (Camila Márdila) doorbreekt de rust. De intelligente en zelfverzekerde Jéssica overtreedt alle ongeschreven sociale regels in het huis.
Que horas ela volta? won eerder de C.I.C.A.E. publieksprijs in Berlijn en een juryprijs op Sundance. "Dit is ook mijn beste film", vindt Anna Muylaert zelf. "De andere films waren voorbereiding, die hebben niet dezelfde diepgang." Muylaert werkte jarenlang als schrijfster aan de jeugdtelevisieserie Castelo rá-tim-bum en debuteerde in 2002 met Durval discos. Met haar tweede film, È proibido fumar (2009) won ze tientallen prijzen in Brazilië. De thriller Chamada a cobrar (2012) deed het iets minder goed, maar met haar vierde film vindt Mylaert dus ook buiten eigen land erkenning.
"Dit is eigenlijk mijn oudste project. De aanleiding was de geboorte van mijn zoon en die is nu twintig. Ik was zó ontzettend verliefd op hem. Gelukkig kon ik een jaar stoppen met werken. Ik herinner me nog dat mijn baas bij de televisie toen zei: ‘Dat houd je niet vol! Je gaat je vervelen zonder werk.’ Die werkethos is zó door mannen gedomineerd. Buitenshuis werken, in mijn geval films regisseren, dat wordt als belangrijk ervaren. Je krijgt prijzen, mensen kijken tegen je op. Maar op de kinderen passen, dat wordt in Brazilië gezien als rotwerk. Maar ik wilde geen nanny. Ik wilde bij mijn kind zijn. Het is niet alleen écht werk; het is het béste werk dat er is. Het is heilig. Ik was moe, want het is echt zwaar, maar volkomen vervuld. Het gebrek aan waardering voor dat werk is ook een manier is om vrouwen naar beneden te blijven drukken."
U schetst in de film een welvarend gezin — mooi huis, zwembad, werkende moeder, verveelde zoon, personeel — zoals we die wel vaker zien in hedendaagse Latijns-Amerikaanse films. "Weet je, we hebben de film verkocht aan 22 landen: in Europa, Azië… maar nog geen enkel land in Latijns-Amerika! Voor jullie is het gewoon een film over familie en sociale klasse, maar in Brazilië werkt de film als een confronterende spiegel. Je kunt aan de hand van de reacties in de zaal merken waar mensen staan, politiek gezien. Ik heb publiek gehad dat applaudisseert voor Val, maar er zijn ook mensen die heel smalend lachen wanneer haar dochter Jéssica wordt toegelaten tot de universiteit."
Val heeft een specifieke plek binnen het gezin. Ze werkt hard, mag soms wat mopperen en kent iedereen heel intiem: ze help de zoon zijn drugs verbergen, brengt de vader zijn biertjes. Toch is ze zich ook steeds bewust van haar dienstbare rol, een soort permanente zenuwachtigheid. "Val is gebaseerd op mijn eigen tweede moeder, mijn oppas toen ik klein was. Zij had geen goede opleiding. Ze was niet zelfverzekerd. Ik heb haar uitgenodigd om de film te komen zien, samen een paar andere nanny’s, en ze zei helemaal niets. Niets positiefs, niets negatiefs, niets. Aan het einde van de film zei ze alleen: ‘Zelf ben ik nooit in het zwembad gegaan. Dertig jaar gewerkt in dit huis, niet één keer gezwommen.’ Dat is echt Brazilië: het zwembad is niet voor personeel. Misschien was ze ook een beetje bang haar mening te geven. Net als Val in de film, wanneer ze aan de zoon vraagt: ‘Wat vind je van Jéssica?’ Hij zegt: ‘Ze is erg zelfverzekerd.’ Pas dán weet ze wat ze zelf vindt: ‘Ja, dat is het, ze is té zelfverzekerd.’ Val heeft de instrumenten niet om haar eigen mening te geven."
Aanvankelijk verwelkomt het rijke gezin Jéssica’s intelligentie en ambitie, terwijl Val, nota bene haar eigen moeder, zich daardoor juist bedreigd voelt. "Kun je het je voorstellen? Mijn nanny kwam uit een ontzettend arme omgeving. Ze had tien broers en zusters, niemand zag haar staan. Opeens belandde ze in een mooi huis, met een bed, een kamer en maar een paar kinderen om voor te zorgen. Mijn moeder werd een beetje haar tweede moeder. Ze had geld, eten, ze voelde zich beschermd. Haar piepkleine kamertje met een televisie, dat is écht voor haar. Wat wil ze nog mee?"
Dat kamertje, de logeerkamer, de keuken, de eetkamer, het zwembad… De indeling van het huis is heel belangrijk in de film. Jessica wil architectuur studeren en zegt ergens dat architectuur een instrument kan zijn voor sociale verandering. Vindt u dat ook? "Ja, absoluut. In Brazilië heb je die traditie van beroemde linkse architecten. Daar wilde ik aan refereren. Maar het is natuurlijk ook een metafoor voor de samenleving. In die scène waarin Jéssica de plattegrond erbij pakt, bijvoorbeeld. Het is een huis in lagen: een bovenlaag, een onderlaag. Ieder Braziliaans huis, hoe klein ook, heeft een kamertje voor de dienstmeid. Soms kun je er nauwelijks de deur sluiten. Ik denk dat het moet veranderen. Dat is iets uit koloniale tijden, bijna als een slavenhok."
Een mooi scène vind ik dat moment waarin Jéssica aan de dinertafel zit, terwijl haar moeder achter de keukendeur staat en zich opwindt over de brutaliteit van haar dochter. "Dat is de eerste crisis in de film. Ik weet nog dat ik, toen we het schoten, zo opgewonden was: ‘Mijn God, die actrice is zó goed!’"
Regina Casé is in Brazilië heel bekend van het theater. "Ja, ik zag haar 35 jaar geleden voor het eerst. Ze is zo fantastisch op het toneel. Ik ben als schrijver heel mathematisch, let heel erg op ritme. Ik weet precies wat waar moet komen, maar ik wil niet dat de acteurs gaan herhalen wat ik geschreven heb. Ik wil dat ze het zich eigen maken. Sommige opnamedagen ben ik begonnen met: ‘Deze dialogen in het script zijn shit! We gaan iets totaal anders doen!’ Dat werkt. De scène en de functie van de scène liggen vast, maar de woorden? Regina en de anderen kunnen dat veel beter."
Omdat de film zo’n spiegel is, en het gaat over een gezin in een creatief milieu, vraag ik me af of u veel discussie heeft gehad met de acteurs over hun eigen ervaringen of hun eigen nanny’s. "Voor Karine Teles was ’t het moeilijkst. Je zou het niet zeggen, maar zij is de enige actrice die uit een lagere klasse komt. Om Doña Bárbara te spelen, dat was voor haar zwaar. Ook omdat Regina in het echt juist heel rijk en beroemd is en omringd wordt door rijke en beroemde mensen. In de film is het allemaal precies andersom. Karine is niet beroemd en Regina behandelde haar op de set soms een beetje als een ondergeschikte. Regina kent vrouwen als Val heel goed. Al die dingen die ze doet met haar mond, haar lichaamshouding, enzovoort, dat heeft ze niet verzonnen. Ze reproduceert de mensen om zich heen."
Camila Márdila, die Jéssica speelt, is ook erg goed. Zij is een debutante, begreep ik. "Ja, ze heeft eerder alleen in een toneelstuk meegespeeld. Ze begreep heel goed wat ik wilde."
Ze ís ook wel een beetje arrogant in het begin, daarom werkt het zo goed. "Ja, maar stel je nou eens voor: als Jéssica niet de dochter van Val was geweest, gewoon het nichtje van iemand. Iemand uit Amsterdam, bijvoorbeeld. En ze zou zich zo gedragen: niemand die haar dan arrogant zou noemen."