IFFR 2026: Focus Collectif Faire-Part

'Dekolonisatie is een taak van de hele wereld'

Faire-part

In een Tiger Talk rond het twee continenten overspannende Congolees-Belgische Collectif Faire-Part ging het over samenwerking en dekolonisatie.

Voor wie komend jaar met Brussels Airlines naar de Congolese hoofdstad Kinshasa vliegt is er aan boord een mooie verrassing. Onderdeel van het filmaanbod is de originele documentaire Faire-part, die veel meer is dan alleen een documentaire over straatartiesten van Kinshasa.

Op het filmfestival van Rotterdam maakt Faire-part (Frans voor ‘aankondiging’) dit jaar deel uit van een Focus-programma gewijd aan het kritische, gewetensvol opererende, twee continenten overspannende Collectif Faire-Part. Het bestaat uit twee Congolese makers (Paul Shemisi, Nizar Saleh) en twee Belgische (Anne Reijniers, Rob Jacobs), die nu al zo’n tien jaar samenwerken, en naast filmmaken ook activiteiten op gebied van fotografie, performance en workshops ontplooien. Om op die manier een ander verhaal te vertellen over Kinshasa en Brussel, en de oude koloniale band die nog steeds zijn sporen nalaat.

Die uitnodiging van Brussels Airlines aan Collectif Faire-Part om aan boord iets van hun werk te vertonen had te maken met het feit dat 100 jaar geleden een piloot het voor het eerst aandurfde om met een ouderwetse tweedekker van Brussel te vliegen naar Kinshasa, in wat toen nog Belgisch Congo heette.

Moest het viertal die uitnodiging van Brussels Airlines om een van hun films te vertonen nu opvatten als een erkenning van hun werk, of lag het ingewikkelder? Het ligt helemaal in de lijn van het werk van dit collectief om de discussie die ze daar samen over hadden te vangen in hun nieuwe korte film What We Said to Brussels Airlines. Terwijl we archiefbeelden zien, getuigenissen van activisten en het schokkende verhaal van iemand die uit het vliegtuig werd verwijderd omdat hij blootsvoets ging, horen we de vier leden van het collectief discussiëren. Er zijn veel argumenten, zowel voor als tegen. Want werkt Brussels Airlines ook niet mee aan deportatievluchten? Willen ze hun handen schoonwassen, of zich toch van een goede kant laten zien?

What We Said to Brussels Airlines

Dat het collectief heel open is over hun beweegredenen zien we ook al in Faire-part, hun eerste film. Dat is een soort stadssymfonie rond de straatartiesten van Kinshasa, die soms behoorlijk uitdagende acties opvoeren. Maar de film laat ook zien hoe de vier makers samen aan de slag gaan.

In Rotterdam vertelden ze daar meer over in een van de Tiger Talks. Een mooie gelegenheid om ook terug te blikken op tien jaar samenwerking en het thema dekolonisatie. Het begon toen Reijniers en Jacobs in Kinshasa waren voor een andere film, en ze daar Shemisi en Saleh ontmoetten. Reijniers: “Het begon met vriendschap, en met open staan voor elkaar en van elkaar leren. Toen wij in 2015 teruggingen naar België bleef die droom van een gezamenlijke film bestaan en na twee jaar e-mailen en whatsappen begonnen we in de zomer van 2017 met de opnamen.”

Saleh volgde een filmopleiding en had na het voltooien daarvan aanvankelijk de ambitie om speelfims te maken, maar de daarvoor benodigde infrastructuur ontbreekt. En als documentairemaker met een heel beperkt budget voel je je ook meer verwant met de wereld van de performers in de straten van Kinshasa, merkt hij op. In Faire-part voeren de makers zelf ook een eigen performance op, met een tekst van Patrice Lumumba, die in 1960 de eerste premier van de toen onafhankelijk geworden Democratische Republiek Congo werd en begin 1961 werd vermoord.

“Eerder zagen we alleen filmploegen, zoals van de BBC, die kwamen en weer gingen”, merkt Shemisi op. “We wilden niet langer anderen ons verhaal laten vertellen. Het moest nu op voet van gelijkheid zijn.”

Dat bleek overigens makkelijker gezegd dan gedaan, onder meer omdat voorbijgangers en publiek niet gewend waren aan camera’s. “Wie is die witte die achter je aan loopt?”, hoorde Saleh wel eens. En: “Wat moet die camera daar?” Soms werd zelfs de politie erbij gehaald. Maar straatartiesten kiezen zelf hoe ze zich willen laten zien, en door hen te filmen werd de camera als het ware onderdeel van de performance.

Hoewel de andere films die ze als collectief maakten ieder hun eigen benadering hebben en er gaandeweg ook meer een soort taakverdeling is ontstaan, begint het altijd met een gesprek – de verhouding tussen het viertal moet horizontaal zijn. Dat staat altijd centraal, benadrukt Jacobs. Plus het vertrouwen in elkaar, en een besef van de beperkingen.

Want er blijven ook zaken waarbij van gelijkheid geen sprake is. De meeste financiering komt bijvoorbeeld nog altijd uit Belgische fondsen. Schrijnender is het verschil in mobiliteit, wat verwerkt is in hun film L’escale, waarin de twee Congolese leden van het collectief verslag doen van hun illegale opsluiting in een detentiecentrum in Luanda, Angola. Daar moesten ze namelijk overstappen op een vlucht naar Frankfurt, maar de bewakers geloofden niet dat hun visa echt waren. Dankzij de hulp die hun Belgische collega’s wisten in te roepen kwamen ze vrij, maar veel anderen zitten daar nog steeds vast.

En dan hebben we het nog niet over de moeite die het kost om zo’n visum te verkrijgen – dat moet minstens acht maanden vooraf online worden aangevraagd. Een beperking waar corrupte politici niet mee te maken hebben. Reijniers spreekt in dit verband van wereldwijde apartheid.

Een andere hardnekkige ongelijkheid is de zichtbaarheid. Voor Collectif Faire-Part is het veel gemakkelijker om publiek in Europa te vinden dan in Congo. Ironisch is dat een van de weinige gelegenheden in Kinshasa een Europees filmfestival was. Het viertal maakt nu plannen om hun werk te vertonen in een rondrijdend cinema-busje.

Hoe het kolonialisme nawerkt is ook mooi, min of meer symbolisch verbeeld in hun korte film Speech for a Melting Statue. Terwijl in juni 2020 in Brussel gedemonstreerd wordt tegen institutioneel racisme en politiegeweld, worden in Kinshasa standbeelden uit de koloniale tijd omvergehaald. Intussen werkt dichter Marie Paule Mugani aan een poëtische toespraak waarin ze de mogelijke verwijdering van het Brusselse standbeeld van Leopold II voorziet. Een lege sokkel als ruimte voor nieuwe verhalen.

Reijniers en Jacobs halen in dit verband nog een typerende anekdote aan. Tijdens een manifestatie elders in België wilde een deelnemer niet oog in oog staan met het standbeeld van Leopold II ter plekke. Toen als ‘oplossing’ het standbeeld met een wit laken werd bedekt, riep dat juist nog veel meer protesten op.

Wat hebben de vier in die tien jaar van hun samenwerking geleerd? Te veel om op te noemen, roept een van hen. Saleh merkt op dat de mogelijkheid om naar België en Europa te reizen hem juist meer leerde over Congo. En de Belgische collega’s leerden meer over België. Shemisi benadrukt dat hij zich veel bewuster werd van zijn positie in de wereld en de relatie tussen Europa en Afrika. “Hiervoor was ik naïef, nu ben ik me bewust van blokkades en discriminatie. Ik zag de wereld als een soort stripverhaal, met witten en zwarten ieder in hun eigen hoekje. De vraag is nu: zoeken we elkaar op, of blijven we in ons hoekje?”

Reijniers leerde meer respect te hebben voor het ritme van het leven. Zorg en aandacht voor elkaar is belangrijker dan kunst maken. Maar als je er voor elkaar bent leidt dat vanzelf weer tot creativiteit.

Shemisi wil in dit verband iets kwijt over het woord ‘dekolonisatie’, dat prominent in de programma-beschrijving figureert. Hij heeft een hekel aan dat woord, en hij hoorde het voor het eerst toen hij Jacobs ontmoette. Dekoloniseren is geen taak van de vroegere koloniën. Wie het gecreëerd heeft, heeft ook de taak en de middelen om het af te breken. Hij denkt in dit verband aan de koloniale conferentie in Berlijn 1884, waar Afrika als een taart door de Europese machten werd verdeeld. “Het is een trauma dat we in geen honderd jaar kwijt zijn.”

“Dat het de taak van Afrika is om te dekoloniseren is een leugen die de mensen wordt wijsgemaakt. Dat er in Afrika zelf ook slavernij was is geen excuus. Dekolonisatie moet gebeuren in Europa en de Verenigde Staten, het is een taak van de hele wereld.”

Om te besluiten met een positieve noot: de allernieuwste productie van Collectif Faire-Part, JOY BOY: A tribute to Julius Eastman, over de Afro-Amerikaanse componist en activist Julius Eastman, gaat in première op de komende Berlinale.


Meer info over het collectief en hun films is te vinden op hun website.