Embé #8
Groeien
Tussen twee werelden
Martijn Blekendaal (The Invisible Ones, De man die achter de horizon keek) schrijft maandelijks over de oneindige mogelijkheden van de jeugddocumentaire.
Normaal gesproken kijk ik uit naar de questions & answers na een vertoning. Zeker bij een jeugddocumentaire. Hoe jonger het publiek, hoe groter de nieuwsgierigheid en hoe verrassender de vragen. En kinderen zijn er: de grote zaal van Pathé Zaandam zit vol met tieners uit alle windstreken van de wereld.
Maar vandaag ben ik er niet gerust op. Na afloop van Tussen twee werelden (2026) volgt een gesprek met regisseur Selle Inti Sellink en de drie hoofdpersonen: leerlingen van de Internationale Schakel Klas, een opleiding voor kinderen die pas kort in Nederland zijn en de taal nauwelijks spreken.
De mooiste scène zit meteen aan het begin. “Planten groeien door licht en water”, zegt juffrouw Sandra buiten beeld tegen de dertienjarige Anelina. “Wat heb jij nodig om te groeien?” Een klasgenoot vertaalt de vraag. Ook hem zien we niet. De camera blijft in close-up gericht op Anelina, die ongemakkelijk grijnst, haar hoofd laat zakken en haar ogen sluit. Heel even kijkt ze de jongen nog aan, en dan schudt ze voorzichtig haar hoofd. Het is geen onwil. Ze kan het gewoon niet. Vooruitkijken. Ze zit nog vast aan wat ze achterliet: haar familie in Oekraïne. Haar vriendje. De bombardementen.
“Ze wil geen antwoord geven mevrouw”, zegt de jongen licht verbaasd. “Oké, dat mag ook”, antwoordt juf Sandra buiten beeld.
Tussen twee werelden gaat over de zoektocht naar woorden die wortel kunnen schieten in nieuwe grond. Er wordt in de film relatief weinig gesproken. De film draait om wat er (nog) niet onder woorden gebracht kan worden; wat buiten beeld blijft.
“Film is verzwijgen”, schrijft Willem Jan Otten in Het museum van licht (1991). De close-ups waarin Anelina gevangen zit, laten inderdaad veel te raden. De les gaat hoorbaar door, maar wij blijven bij Anelina. Ze kijkt naar iets wat alleen voor haar zichtbaar en voelbaar is. Wij zien het gebeuren, omdat de camera ons erop attendeert. Door die close-up lijkt de rest van de klas buitengesloten. En zo ontstaat er in dat ene shot iets bijzonders tussen Anelina en ons toeschouwers.
Willem Jan Otten noemt dit “de beweging het personage in”. Het moment waarop je als kijker betrokken raakt bij de hoofdpersoon. Omdat wij begrijpen wat de andere personages niet zien, brengt haar zwijgen ons dichter bij haar.
Na afloop worden Tasneem, Hamed en Anelina naar voren geroepen. Er is geen tolk. Ik hou mijn hart vast. Hoe lang geleden is de film gedraaid? Zo snel kan zij de taal toch niet onder de knie hebben?
“Wat mis je het meest van Oekraïne?”, klinkt het uit de zaal. Anelina draait haar hoofd weg. En slaat haar ogen neer. En dan richt zij zich vol goede moed opeens tot de zaal en begint Nederlands te praten.
Hoe kon ik het vergeten: film verzwijgt. Maar film geeft ook een stem.