Embé #3
Breekbaar
Big
Martijn Blekendaal (The Invisible Ones, De man die achter de horizon keek) schrijft maandelijks over de oneindige mogelijkheden van de jeugddocumentaire.
Voor mijn jeugddocumentaire The Invisible Ones was ik op zoek naar mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als kind ondergedoken hadden gezeten. Researcher Lieve Sonderen had me een lijstje met namen gegeven. Stuk voor stuk aangrijpende verhalen. Hoe te kiezen?
In alle eerlijkheid: ik verkondigde met mijn grote mond wel dat een jeugddocumentaire niet per se over een kind hoeft te gaan. Maar wat iemand nou precies tot een geschikt personage maakt voor een jong publiek…? Ik had werkelijk geen idee. Totdat ik mevrouw Walvisch ontmoette.
Een van de bepalende films uit mijn jeugd is Big (1988), Penny Marshalls lichtvoetige variatie op het klassieke metamorfosethema. Tom Hanks speelt de rol van Josh, een jongen van een jaar of twaalf die op een dag wakker wordt in het lichaam van een volwassen man. Nog niet gecorrumpeerd door cynisme en machtswellust is Josh in al zijn onschuld speels, creatief en onweerstaanbaar enthousiast. Hij schopt het tot chef productontwikkeling van een grote speelgoedfabrikant en belandt in een hilarische scène zelfs met de leukste vrouw van het bedrijf in zijn stapelbedje. Een volwassene die kijkt met de blik van een kind. En hoe kil en fantasieloos de volwassen wereld er dan opeens uit ziet. De sleutel tot het succes van Big.
Het voelt nog steeds als een vreemde associatie, maar zo werkt het dus blijkbaar: toen ik na het aangrijpende kennismakingsgesprek met mevrouw Walvisch weer in de tram zat, greep ik onmiddellijk naar mijn telefoon om een fragment uit Big op te zoeken. De beroemde pianoscène. Niet om wat licht en lucht te proeven na zoveel duisternis, maar omdat ik zeker wilde weten of het klopte wat ik had gezien.
Zoals ze haar armen ter bescherming om haar lichaam sloeg; de verwondering die haar blik binnensloop; hoe haar stem plots een octaaf hoger en breekbaarder klonk… Daar zat, in een oogwenk, het meisje dat zij ooit was geweest: een Joods meisje dat op vijftien verschillende plekken ondergedoken had gezeten. Een meisje dat was geslagen en geschopt. Aan wie keer op keer verteld was dat zij niet mocht zijn wie zij was. Het maakte haar leven soms ondraaglijk. Maar dreef haar later ook naar asielzoekerscentra om ontheemde kinderen een thuisgevoel te geven. Kinderen in wie zij zichzelf herkende. Klein en kwetsbaar.
De kloof tussen de kracht die ik in haar zag en de zwakte die zij nog altijd voelde, werd de narratieve motor van The Invisible Ones. Sindsdien weet ik waar het om gaat als ik een hoofdpersoon zoek voor een nieuwe jeugddocumentaire: hoe zichtbaar is het kind in de volwassene? In al mijn naïviteit hoopte ik mevrouw Walvisch met mijn film te laten zien hoe krachtig zij is. Maar mevrouw Walvisch liet zich niet overtuigen. “Bedankt voor de prachtige film”, schreef ze mij de dag na de première. “Alleen heb je een verkeerd beeld van mij geschetst. Ik ben niet sterk.” En nu is mevrouw Walvisch er niet meer. Ze overleed Tweede Kerstdag, vijf dagen voor haar negentigste verjaardag.