Optelsom #1
Grove pixels, felle flits
Peter Hujar’s Day
In deze nieuwe column knoopt Basje Boer films aan literatuur aan dans aan beeldende kunst aan muziek aan poëzie aan architectuur.
Oude gebouwen zijn mooi – de lompe vormen van het brutalisme, de sierlijke lijnen van art deco, de vrijzinnigheid van de Amsterdamse School. Bijna nog mooier vind ik het wanneer het oude het nieuwe benadrukt, of andersom.
Wandelend door Parijs zie ik de jaren zestig samengaan met de negentiende eeuw, het heden gestapeld op een lang verdwenen ooit. Kijk, wijst mijn reisgenoot. Een metro-ingang telt drie soorten vroeger bij elkaar op: krullerige versiering, functionele tegels, een kordaat uithangbord. We kijken voorbij het nu recht het verleden in.
Aan kleine ronde tafeltjes lees ik een pdf van Corpus Britney, de debuutroman van dichter Dominique De Groen, waarin het draait om een verdwenen jonge vrouw die sprekend lijkt op Britney Spears.
Terwijl de hoofdpersoon door haar selfies scrolt, leest ze de tijd af aan mode, make-up, maar ook aan de manier waarop ze zichzelf fotografeert, gedicteerd door de technologie van de tijd, de trends, het sociale medium du jour – grove pixels, zwarte ogen, felle flits. Zo makkelijk als het is om het verleden te zien, zo moeilijk is het om naar het nu te kijken. “De korrel van het verleden,” schrijft De Groen, “kan niemand nu al zien.”
Eerder maakte ik een andere tijdcapsule open: Beverly Hills 90210, de highschoolserie die me destijds, tien jaar oud, deed dromen van spieken en verkering en schoolkranten. Ik open de tijdcapsule en realiseer me niet alleen iets over die tijd en die plek, over wat we belangrijk vonden en wie we wilden zijn, maar ook iets over wie ik toen zelf was. Wat ik ook zie is de pompadour van Dylan. De bakkebaarden, de diner waar Brandon werkt, de oldtimers waar iedereen in rijdt, de jeans die worden gedragen onder een simpel wit shirt. Zoals we nu teruggrijpen op de nineties, grepen we toen terug op de fifties. Keert alles terug of gaat het nooit echt weg?
Is het verleden altijd deel van nu?
Peter Hujar’s Day reconstrueert een gesprek tussen Linda Rosenkrantz en de fotograaf uit de titel, en dat gesprek reconstrueert op zijn beurt een dag uit Hujars leven: 18 december 1974. Een moment wordt opgetrokken uit woorden, aankleding, een blik, een skyline, een liedje. Tijd is geen verloop, maar een stapel. Het verleden is altijd hier. We kunnen het bijna aanraken. Bijna, maar net niet.