Teledoc Campus 2018

Docu op de korte afstand

  • Datum 10-11-2018
  • Auteur Jos van der Burg
  • Categorieēn ArtikelNieuws
  • Deel dit artikel

Dit is je laatste kans

Eerst korte afstanden leren schaatsen en dan lange. Dat is de gedachte achter Teledoc Campus. Sinds 2013 mogen jaarlijks tien jonge filmmakers een documentaire van 25 minuten maken. Tot januari is de nieuwe lichting te zien op NPO3.

Buitenlandse filmmakers kijken je meestal ongelovig aan als je hen vertelt hoe in Nederland jonge talentvolle filmmakers als kasplantjes worden begeleid. Stapje voor stapje worden ze naar hopelijk ooit een lange film gevoerd. In de meeste andere landen gaat het er anders aan toe en moeten jonge filmmakers het zelf zien te rooien. Subsidiëring bestaat er vaak nauwelijks, zodat je enorm gedreven moet zijn om überhaupt een film te willen maken.

Het Nederlandse subsidiesysteem heeft als voordeel dat veel jonge filmmakers kunnen werken. Maar het heeft ook nadelen, want er is altijd iemand – meestal meer iemanden – die met goedbedoelde, maar daarom niet minder dwingende, adviezen naast je staat. Dat leidt nogal eens tot de klacht dat veel Nederlandse films compromisfilms zijn, polderfilms, waaraan niemand aanstoot neemt, maar die ook niemand in het hart raken.

Of dat bij de nieuwe lichtinge Teledoc Campus ook zo is, kunnen we tot eind januari elke zondagavond (met uitzondering van de laatste twee zondagen in december en de eerste in januari) zelf beoordelen. De initiatiefnemers, het Filmfonds, NPO, Mediafonds en het CoBo Fonds, zien Teledoc Campus vooral als een voorbereiding van jonge makers op ‘de kwaliteitsdocumentaires met een cinematografisch en onconventioneel karakter’, die ze als het goed is later zullen gaan maken.

Teledoc Campus ging vorige week van start met De vertolker (Renée van der Ven), over een Irakese vluchteling en telefoontolk die door het vertalen bij overheidsinstellingen van de gesprekken met vluchtelingen geconfronteerd wordt met zijn eigen emoties en gevoelens. In Becky Bulldozer (Steffie Storms, te zien op 11 november) probeert een vrouw haar faalangst en onzekerheden te overwinnen door het beoefenen van een vechtsport. Tijd en tij (Marleen van der Werf, 18 november op televisie), is een cinematografisch essay over de getijden en de wind langs de Noordzeekust. In Maar je achternaam is toch Marokkaans? (Aiman Hassani, 25 november) staat een Nederlands-Marokkaanse jongen voor de keuze of hij zich schikt naar de wensen van zijn ouders of zjin eigen pad blijft volgen.

Dat Sinterklaas bestaat (Eva Nijsten) op 2 december wordt uitgezonden, verbaast niet. De film portretteert een taxichauffeur die al jaren Sinterklaas speelt, maar worstelt met de commotie over het feest. Een week later kunnen we kijken naar After (Jasmijn Schrofer), dat een inkijkje biedt in de Amsterdamse afterpartycultuur. In Keetschoppers (Lennah Koster, 16 december) kan een groep vrolijke bejaarde mannen in hun clubhuis niet verbergen dat aftakeling en dood oprukken. In Het beloofde land (Wout Malestein, 13 januari) heeft een stel een probleem: de één wil in de stad leven, de ander in het gesloten Spakenburg.

Op 20 januari kunnen we kijken naar Mensen zoeken naar verhalen, ze denken het is een film is of zo (Judith de Leeuw), waarin de filmmaker zelf haar film binnen wordt gezogen als ze een documentaire over Antilliaanse mannen in Den Helder wil maken. Op 27 januari tenslotte zien we in Dit is je laatste kans (Alaye van Empel-Aderemi) hoe een hulpverlener met een onorthodoxe methode destructieve gedragspatronen van uit huis geplaatste jongeren doorbreekt.

Meer info: Teledoc Campus