P.S. Filmfestival Rotterdam
Rauwheid gezocht
Tiger Award-winnaar Walking on the wild side
Wat viel op en wat ontbrak op het afgelopen Filmfestival Rotterdam? Dit jaar leek de braafheid te regeren.
Idealiter wordt een gerenommeerd festival als Rotterdam ondertekend door zijn directeur. Emile Fallaux, directeur van 1991 tot 1996, had een duidelijke signatuur: hij introduceerde de slechte smaak op het cultureel verantwoorde festival, en programmeerde bizarre films uit de meest afgelegen uithoeken van de cinema, nog voordat het begrip cultfilm ingeburgerd raakte. Denk aan serieuze Japanse softporno (‘pink pictures’), Tetsuo en andere Japanners zonder metaalmoeheid, Abel Ferrara’s Driller killer of zijn wraakfilm MS. 45, Angel of vengeance en andere rauwe, weirde films die een frisse wind door Rotterdam lieten waaien.
Onder het daaropvolgende bewind van Simon Field konden we dit soort films blijven zien, maar het leek er steeds meer op dat ‘het bizarre’ een verplicht nummertje werd, met de jaarlijkse Miike Takashi als karige kluif voor de hongerige liefhebber. Simon Fields hart lag dan ook meer bij de avantgarde cinema. Prachtige programma’s waren het gevolg, inderdaad ook voor de liefhebber, altijd samengesteld met een grote kennis en passie voor de experimentele film. Nu Sandra den Hamer haar tweede festival als directeur heeft afgerond, zijn veel mensen benieuwd waar zij het zwaartepunt heeft gelegd. Rotterdam wordt natuurlijk altijd door meerdere programmeurs samengesteld, maar de roep om een directeur die niet alleen een mening heeft over film, maar ook een visie, blijft groot. Idealiter kun je uit een festivaleditie opmaken of er ‘iets aan de hand is’ met de cinema, wat de stand van zaken is. In de editie 2006 lijkt er op het oog weinig veranderd in de programmering: er was dit jaar weer een rare, onontdekte Japanner (Filmmaker in Focus Shunichi Nagasaki), maar daar werd niemand warm of koud van, en er was weer een avant-gardefilmer (Filmmaker in Focus Stephen Dwoskin), maar deze had al jaren een abonnement op het festival, dus hier was weinig nieuws te ontdekken. Het beste kun je het festival dan ook beoordelen op de Tigerfilms, het paradepaardje van Rotterdam, want hier zouden de ontdekkingen te vinden zijn en nieuwe filmstijlen worden uitgevonden.
Als we naar de Tigers van de afgelopen editie kijken, dan kun je maar één conclusie trekken: de braafheid regeert. Niet dat er niet gemoord of verkracht wordt, de braafheid zit hem ergens anders in. Rotterdam gaat steeds meer op het documentairefestival IDFA lijken: het onderwerp wordt belangrijker dan de vorm. Sociaal bewogen, verantwoorde films uit landen die geen grote filmtraditie hebben en daardoor als avontuurlijk worden gezien, maar die belofte lang niet altijd kunnen waarmaken. De Chinese Tiger Walking on the wild side had dat rafelige rauwe dat een debuut zo fijn kan maken, en ook Glue was een energieke film, maar feit blijft dat niemand enige aanstoot kan nemen aan de Tigerfilms van dit jaar. Niet dat controverse een verplicht bestanddeel van een film moet zijn, maar een film heeft wel een probleem als er vooral schouderophalend over wordt gedaan. Er was dit jaar duidelijk geen 4, de film van de Rus Ilya Khrzhanovsky die vorig jaar veel stof deed opwaaien. De competitie bevatte nu vooral mooi gemaakte, veilige drama’s die bijna allemaal over opgroeiende kinderen en tieners gingen. Van de veertien Tigerfilms zijn er maar liefst tien die het grote of kleine kinder- en tienerleed onder de loep leggen.
Lanterfanten
De Tigercompetitie bestaat uit eerste of tweede films, maar de hoop dat debutanten gedurfde, oorspronkelijke ‘sturm und drang’-films maken, blijkt te voorbarig. De meeste Tigerfilms uit de lichting 2006 zijn geen films die je met een knoop in je maag achterlaten. Neem de Uruguayaanse tragikomische Tiger Award-winnaar La perrera waarin het oeroude ambacht van het lanterfanten tot grote hoogte wordt gebracht, maar meer ook niet. Ook de Amerikaanse Tiger-winnaar Old joy laat weinig gebeuren: de film over twee jeugdvrienden die gaan wandelen in de bergen en erachter komen dat hun vriendschap tanende is, moet het hebben van de onderhuidse spanning. Die is er veel te weinig om de film echt impact te laten hebben. De derde Tiger-winnaar Walking on the wild side valt als enige op qua vorm en inhoud: de camera beweegt woest terwijl het een groepje jongeren volgt die het slechte pad opgaan. Jammer is dat het Argentijnse debuut Glue naast de MovieZone Award geen enkele prijs heeft gewonnen. De in Patagonië opgenomen tegenhanger van Fucking Åmål volgt een jongen in een punkbandje, die hilarisch slechte maar o zo oprechte teksten schrijft. Regisseur Alexis Dos Santos draaide digitaal, en deels op Super8, wat Glue aanstekelijk speels maakt. Zo’n film springt eruit maar zou de norm moeten zijn.
Een verklaring voor de spanningsloze competitie kan zijn dat steeds meer festivals zich richten op debuten, zodat de vijver overbevist raakt. Omdat een competitiefilm een première moet zijn, wordt de keus nog kleiner, maar dat mag nooit als excuus gelden. Grote kans dus dat er een beter debuut buiten de Tigercompetitie te vinden valt, omdat daar het premièrecriterium minder streng is.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat Rotterdam heel erg ‘up to date’ is door vooral sociaal bewogen films te laten zien in plaats van films die esthetisch baanbrekend zijn. Misschien is dat wat nu ‘aan de hand’ is in film. Ze zijn dan misschien ‘hot’ maar niemand kan zich eraan branden.
Mariska Graveland
De Tiger Award-winnaars gaan op tournee vanaf half maart (Tigers on Tour).