Nigeriaanse cinema

Wild, ijverig, frustrerend

The Critics Company

In augustus ging een korte sciencefiction-film van Nigeriaanse jonge makers viraal. De Nigeriaanse filmcriticus Wilfred Okiche vraagt zich af: wat is de stand van zaken in de Nigeriaanse film-industrie en de do-it-yourself-generatie van jonge Nigeriaanse filmmakers op YouTube?

Afgelopen augustus gingen nieuwsberichten viraal over Nigeriaanse tieners die korte sciencefictionfilms maken met een eenvoudige green screen in een garage op een afgelegen locatie. De kinderen, die zich The Critics Company noemen, bedenken, filmen en monteren hun futuristische video’s met slechts een smartphone en soort van internetverbinding. De films spelen zich meestal af in postapocalyptische werelden. Ze maken dus flink gebruik van visuele effecten, explosies en actiescènes. In een filmacademie zijn deze jonge makers echter nog nooit geweest. Alles wat ze van filmmaken weten, leerden op YouTube. En wat ze niet weten, improviseren ze.

Dit proces is misschien vreemd voor mensen die meer complexe vormen van filmmaken gewend zijn, maar de jongeren van The Critics Company zijn exemplarisch voor de ongeremde creatieve energie in de Nigeriaanse filmindustrie. Bij de Nigeriaanse film denken de meeste mensen aan Nollywood, de direct-naar-video/-dvd-fabriek die in een UNESCO-rapport uit 2009 werd beschreven als de op een na grootste filmindustrie van de wereld, alleen maar voorbijgestreefd door Bollywood uit India.

Hoe beeldbepalend Nollywood ook is, het vertelt maar een deel van het verhaal. De Nigeriaanse cinema is complexer, diverser en interessanter dan de talloze door de censuur goedgekeurde lowbudgetfilms op video en televisie.

Gezonde honger
De Nigeriaanse film werd geboren met Geoffrey Barkas’ Palaver (1926). Barkas mag dan een Brit zijn, maar zijn film was geschoten in Noord-Nigeria en staat bekend als de eerste film met Nigeriaanse acteurs in een prominente rol.

De oil boom van de jaren zeventig voedde lange tijd een gezonde honger naar cinema, maar de bubbel barstte in de late jaren tachtig toen filmtheaters in de problemen kwamen door een economische malaise. Het ging van kwaad tot erger: een ongunstige wisselkoers maakte het haast onmogelijk voor producenten om nog op celluloid te filmen. Goedkopere media als video en televisie waren logische alternatieven.

De eerste film op videoformaat werd al in 1988 geproduceerd, maar de Nollywood-renaissance arriveerde pas jaren later in 1994, toen de lokale zakenman Kenneth Nnebue een inventieve manier vond om van een flinke voorraad geïmporteerde VHS-banden af te komen. Hij was ervan overtuigd dat hij de banden kon verkopen als er maar iets op stond. Dus huurde Nnebue een cast en een crew en schoot met hen de inmiddels klassieke film Living in Bondage (1994), over een man die in een wanhopige poging om snel rijk te worden zijn vrouw offert in een geldritueel. Het is een beslissing die hem uiteraard blijft achtervolgen.

De combinatie van Igbo en Engels gesproken dialogen en een herkenbaar, moraliserend verhaal maakte van Living in Bondage de eerste blockbuster op videoformaat. Meer dan 750.000 kopieën gingen over de toonbank en schudden zo een hele industrie wakker. Nnebue stuitte bij toeval op een goudmijn. De epigonen volgden zo snel ze konden.

In de smaak
Kijkers onthaalden deze films met veel warmte omdat ze zich erin herkenden, in tegenstelling tot de beschikbare Hollywood- en Bollywoodproducties. De stijl was vooral afkomstig van telenovela – televisiesoap – en veel minder van cinema. In deze films door Nigerianen voor Nigerianen hoefde geen rekening gehouden te worden met andere markten. De films werden zo snel mogelijk geschoten, een kwestie van dagen, voor een minuscuul budget – denk onder de 20.000 dollar – en volgden elkaar razendsnel op.

Het sterrensysteem werd nog wel uit Hollywood geïmporteerd omdat het publiek zich aangetrokken voelde tot zekere namen en gezichten. Omdat er geen echte grote studio’s waren die investeerden in de films, waren de echte smaakmakers de producenten en marketeers. Zij bepaalden wat hip was en wie betaald werd. De hoogtijdagen van dit videotijdperk hebben minstens twee generaties filmmakers opgeleverd, voordat piraterij en de ontwikkeling van alternatieve distributiemodellen begin deze eeuw een nieuwe tijd aankondigden.

De Nigeriaanse filmproductie is altijd verbonden geweest met de economie: goede en slechte tijden liepen altijd in de maat met de prijs van olie, de grootste inkomstenbron van Nigeria. Na jaren van militaire dictatuur keerde de democratie in 1999 terug. Daarop volgde een economische wederopstanding, mogelijk gemaakt door een opnieuw geopend land. Na jaren van stilstand openden de eerste filmbedrijven weer hun deuren. Cinema werd weer populair.

Voorbij de videoroes
In reactie op Nollywood ontstond al snel een tegencultuur. Een kleine groep filmmakers, grotendeels afkomstig uit de diaspora, trokken zich terug uit de videohausse en lieten zich weer inspireren door cinema. Dit wierp zijn vruchten af toen Newton Aduaka’s debuut Rage (1999) de eerste onafhankelijke film van een zwarte filmmaker was die in Engeland in roulatie ging. Zijn opvolger Ezra (2007) was nog succesvoller en won de Golden Stallion of Yennenga op het Panafrican Film and Television Festival of Ouagadougou (FESPACO). Zoals Aduaka vorig jaar aan een groep filmcritici zei: “Ik wil niet in de getto zijn. Ik wil meedoen waar de rest van de wereld ook is.”

Aan de andere kant van de oceaan behaalde Andrew Dosunmu succes in Amerika met Restless City (2011) en Mother of George (2013). Hetzelfde jaar verzorgde Biyi Bandele de adaptatie van oorlogsromance Half of a Yellow Sun (2013). Gebaseerd op het gelauwerde boek van Chimamanda Ngozi Adichie blijft Half of a Yellow Sun, met een budget van zo’n acht miljoen dollar de duurste film ooit gemaakt in Nigeria.

Vorig jaar had de in New York wonende Faraday Okoro de eer dat zijn Nigerian Prince (2018) de eerste lange speelfilm was die werd gerealiseerd met fondsengeld van het Untold Stories-programma van het Tribeca Film Festival. Zulke voorbeelden zijn echter nog steeds zeldzaam en hebben niet geleid tot een kritieke massa en een daaropvolgende kettingreactie.

The Lost Okoroshi

Verloren in de mix
Succes in het internationale circuit eist ook zijn tol. Ondanks de lovende kritieken is Newton Aduaka verre van bekend in eigen land, waar zijn films door slechts een handjevol cinefielen gezien worden. Toen het Goethe Instituut in 2016 een retrospectief met zes van zijn films samenstelde, liet Aduaka aan het Nigeriaanse dagblad The Guardian met lichte telleurstelling weten dat “er een jonge Duitse jongen van het Goethe Instituut nodig was om een retrospectief van mijn werk in mijn land op te zetten; daar zit iets treurigs in. Ik had gehoopt dat het door mijn mensen was gedaan, maar zo is het leven nou eenmaal.”

Deze industrie wordt vooral gedreven door commerciële drijfveren, wat heeft geleid tot een groeiende stapel luie, middelmatige films alleen gemaakt om te scoren bij de kassa. Elke filmmaker in Nigeria is onafhankelijk, maar sommige hebben meer privileges dan anderen. Productiegeld komt vaker van eigen bronnen en familie dan van grotere investeerders. Daardoor is de druk om investeringen terug te verdienen bizar hoog. Zodoende weigeren distributeurs en vertoners om voorbij formules te kijken en weten ze simpelweg niet hoe ze meer uitdagende films aan de man kunnen brengen. Eigenzinnige films die niet passen in het stramien van de mainstream, vechten om aandacht maar dringen zelden door.

Jongere generatie
Maar er bestaat een model dat een nieuwe, duurzame toekomst voor de Nigeriaanse filmindustrie kan inluiden. Het put uit lokale verhalen, maar wordt gepresenteerd vanuit een internationaal perspectief. Dit betekent: vasthouden aan het vertellen van echte Nigeriaanse verhalen, maar tegelijkertijd zorgen voor meer professionaliteit in de productie en meer nadruk op auteurschap, waardoor deze producties meer filmisch zullen zijn, echt ergens over gaan en kijkers van over de hele wereld kunnen aantrekken. Regisseur Kunle Afolayan bood hier een vroeg voorbeeld van met zijn klassieker-in-wording The Figurine (2009). Een jongere generatie filmmakers lijkt daar al door geïnspireerd te worden.

Abba Makama, een van de grootste talenten van deze industrie die twee van zijn films, inclusief zijn nieuwste, de surreële komedie The Lost Okoroshi (2019), op het filmfestival van Toronto kon vertonen, zei me dat het voor filmmakers absoluut cruciaal is om een eigen stem te vinden, als ze een breder publiek willen bereiken. “Er zijn weinig mensen die het zelfvertrouwen hebben om op te staan en te zeggen: ‘Ik ga het doen zoals ik denk dat het moet gebeuren. Ik ga het doen, op mijn eigen, unieke manier.’ Misschien is dat wel omdat veel mensen hun eigen stem nog niet hebben gevonden, waardoor ze die van voorgangers kopiëren.”

Met minder dan vijftig filmtheaters in een land van ongeveer 200 miljoen inwoners lijkt het probleem duidelijk: hoe krijgen producenten en distributeurs de films die mensen willen zien aan de man? Investeren in infrastructuur – het bouwen van bioscopen, het inrichten van vertoningsruimtes en het stimuleren van de hele keten aan benodigde professionals en systemen – is onvermijdelijk.

Ook belangrijk om te vermelden is de opkomst van alternatieve distributienetwerken via internet. Volgens de Nigeriaanse Communicatiecommissie heeft slechts 55,5 procent van de bevolking toegang tot een internetverbinding. Die groep zal waarschijnlijk groter worden en vervolgens ook via Netflix en Amazon toegang krijgen tot Nigeriaanse content.

Totdat de probleem van de haperende  distributie is opgelost, lijkt het me sterk dat filmbudgetten op korte termijn zullen groeien, aangezien er bijna geen winst kan worden gemaakt, zowel artistiek als commercieel gezien. Filmmakers als de jongeren van The Critics Company, zullen eraan gewend raken om ontbrekende productiefaciliteiten te omzeilen met improvisatie, terwijl ze hun ambities realistisch zullen houden. Het is geen ideale situatie, maar zo gaat het al een tijdje. Welkom in de wilde, ijverige, frustrerende wereld van de Nigeriaanse film.


Kijktip: vijf online Nigeriaanse films

Green White Green (And All the Beautiful Colours in My Mosaic of Madness)
Deze losjes vertelde sociale satire, duidelijk beïnvloed door het vroege werk van Spike Lee, volgt de strapatsen van twee tieners die zoeken naar wat het betekent om jong en Nigeriaans zijn. Green White Green is de perfecte introductie voor de Nigeriaanse filmindustrie, aangezien het een metacommentaar levert op Nollywood, globalisering en de hedendaagse cultuur van Nigeria. Te zien op Netflix.

Isoken
Isoken is een kleurrijke romkom over een 34-jarige carrièrevrouw (Dakore Akande) die lijdt aan dat grote Nigeriaanse ongeluk: ze is vrijgezel. Maar in een plotse wending van het lot, zoals die alleen in films voorkomen, wekt Isoken de interesse van niet één maar twee beeldschone, ogenschijnlijk perfecte potentiële geliefden. Te zien via Amazon.

Lionheart
De eerste Nigeriaanse Netflix-original is een warme, sentimentele blik op familiespanningen binnen een bedrijf. Lionheart werd geregisseerd door steractrice Genevieve Nnaji, en de elegant geschoten film biedt zowel een aantrekkelijk familiedrama als een subtiele hommage aan de Nollywood-films van weleer waarin Nnaji haar filmcarrière begon. Te zien op Netflix.

Ojukokoro
In de tegendraadse zwarte komedie-thriller Ojukokoro (‘hebzucht’) is er niets zo groots als inhaligheid. Een platzakke manager van een benzinepomp, die in feite een dekmantel is voor witwaspraktijken, besluit om zijn eigen bedrijf te beroven. Maar al snel ontdekt hij dat hij niet het enige twijfelachtige sujet is dat aast op de cash.Te zien via Amazon.

Taxi Driver: Oko Ashewo
Lagos, de hoofdstad van de Nigeriaanse commerciële wereld, wordt naar het grote scherm gebracht in deze ode aan de film noirs uit het klassieke Hollywood. Taxi Driver: Oko Ashewo volgt de van zoektocht van de hoofdpersoon naar een doel in het leven, tegen de achtergrond van deze mensenetende stad die niet kan wachten hem te verzwelgen. De rits aan schimmige figuren die hij onderweg ontmoet maakt de rit meer dan de moeite waard. Te zien op Netflix (Frankrijk).

Z: The Beginning
Een indrukwekkende tien minuten durende short, vrijwel zonder geld gemaakt door The Critics Company, een collectief van tieners in een stad in Noord-Nigeria. Z: The Beginning speelt zich af in een postapocalyptische versie van het land, dat strijdt tegen invasies. Te zien op YouTube.


Wilfred Okiche is een filmcriticus uit Lagos, Nigeria. Vertaling Hugo Emmerzael.