James Benning – 22 december 2011

Onschuldige landschappen, schuldige ogen

  • Datum 22-12-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Wat is de overeenkomst tussen de Unabomber en Henry David Thoreau? Beiden bouwden een hut in het bos met een klein venster op de wereld. In zijn multimediawerk Two Cabins reflecteert de Amerikaanse filmmaker James Benning op revolutie en isolement.

Schuldige landschappen. Zo omschreef de Nederlandse dichter en beeldend kunstenaar Armando de landschappen die na de Tweede Wereldoorlog de getuigenis droegen van de gruwelijkheden die zich daar hadden afgespeeld. Het schuldige landschap is ook een kernbegrip om het werk van de Amerikaanse filmer James Benning te begrijpen. In zijn nieuwste werk Two Cabins, dat eind november in film- en boekvorm in het Weense Filmmuseum werd gepresenteerd, gaat het weer om landschappen die getuigenis afleggen. Maar zijn het de landschappen die schuldig zijn, of worden ze met schuldige ogen bekeken?
Benning liet zich voor Two Cabins inspireren door de kluizenaarshutten die twee heel uiteenlopende ‘revolutionairen’ voor zichzelf bouwden. Ted Kaczynski, alias de Unabomber, trok zich in 1971 op dertigjarige leeftijd terug uit de bewoonde wereld in een hut in de bossen in Montana. Uit frustratie over het feit dat de wereld om hem heen werd ingesloten door projectontwikkelaars en vastgoedprojecten, begon hij in 1978 zijn beruchte bombrieven te versturen, die tot 1995 diverse (dodelijke) slachtoffers zouden maken.
Hoe weinig de beide mannen verder ook gemeen hebben, ook Henry David Thoreau (bekend van zijn terug-naar-de-natuur-boek Walden uit 1854) leefde een aantal jaar een eenvoudig en zelfvoorzienend leven in de wildernis. Wat bij beiden misschien ooit dezelfde impuls was, leidde bij de een tot geweld en bij de ander tot pacifisme. (Thoreau sprak zich onder andere uit tegen de oorlog van de VS tegen Mexico en zou met zijn verhandeling over burgerlijke ongehoorzaamheid vele latere vredesvoorvechters inspireren.)
Het is moeilijk in te schatten in hoeverre al die informatie nodig is om toegang te krijgen tot de cabins van Benning. De bijnaam Unabomber spreekt wellicht voor zich, maar is Thoreau niet een inspirator van te lang geleden? Hoe paraat is nog de kennis dat bijvoorbeeld de Nederlandse schrijver Frederik van Eeden zijn eigen Walden bouwde? In het Two Cabins-boek staat veel informatie over het project, foto’s van de hutten die Benning nabouwde, bespiegelingen over isolement en inspiratie evenals geschriften van de beide kluizenaars. Maar de film, bestaande uit twee lange shots vanuit de ramen van de respectievelijke hutten, vertelt dat alles niet. Die laat slechts een bossig uitzicht zien in de Californische bergen waar Benning de hutten reconstrueerde, gecombineerd met geluidsopnames die hij op de originele locaties van de respectievelijke huisjes opnam.
Het is een vreemde mix van authentiek en niet. Maar dat alles zie je aan de uitzicht niet. Dat uitzicht is het uitzicht. En je kunt je voorstellen dat Kaczynski en Thoreau iets vergelijkbaars hebben gezien: een windvlaag die een blad streelt, een plotseling opvliegend insect. Wat we horen is hoe die plekken inmiddels door de beschaving zijn ingesloten: vliegtuigen razen over, vrachtwagens denderen in de verte. Maar toch. Waarom dacht de een dat geweld de oplossing was, en de ander vrede? Ligt het aan de uitzichten of de inzichten? Dat zijn relevante vragen om zo uitkijkend over die fictieve vensters — kaders binnen het filmkader — na te denken. Even uit je eigen raam staren mag natuurlijk ook.
Tot er plots iets beweegt. Want beweging in het kader is drama. Dat is de rode draad in al die andere niet zo onschuldige landschappen die Benning de afgelopen jaren filmde. Of het nu de buitenwijken in Landscape Suicide zijn (samen met American Dreams als eerste Benning-films door het Oostenrijkse Filmmuseum gerestaureerd en op dvd uitgebracht, de wolken en meren uit Ten Skies en Thirteen Lakes (beide 2004), de spoorbanen in RR (2007) of de Californische landweggetjes in Small Roads, een van de andere nieuwe films die in Wenen werd gepresenteerd.
Waar Small Roads nog vintage, Benningiaans structuralistisch filmmaken is (hoewel inmiddels digitaal gedraaid en meer gemanipuleerd dan je op het eerste gezicht zou denken), waren de remake van John Cassavetes’ Faces (1968) en Bennings YouTube Trilogy dat niet. Bennings experiment om met van het scherm af gefilmde en vervolgens in de montage bewerkte YouTube found footage zijn eigen biografie te reconstrueren voelde vooral onwennig en schetsmatig. Faces daarentegen is radicaal: Benning behield alleen Cassavates’ (eindeloos, maar volgens mathematische screentime ratio vertraagde) close-ups en maakte zo een film die meer faces is dan het origineel: een minuten durende (schuldige of onschuldige?) oogopslag van Gena Rowlands werd zo de meest opwindende filmische ervaring van het jaar.

Dana Linssen

Two Cabins
Julie Ault (ed.)
2011, A.R.T. Press, 172 pagina’s, $35,-