FilmSlot: Filmfestival Locarno

De vissen, de meeuwen, iedereen staat in de credits

  • Datum 30-08-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Leviathan

In Locarno werkt het: een vijfduizend­koppig publiek kijkt met hetzelfde gemak naar een abstracte documen­taire over de visindustrie als naar lellebellende bruidsmeisjes in een Hollywoodkomedie.

Dat zoiets huiselijks als het smoren van een pan groente zo onheilspellend kan klinken. Splet. Splot. Splat. Het is te horen in een van de fijnste ‘guilty pleasures’ van het afgelopen Filmfestival Locarno: Berberian Sound Studio van Peter Strickland. Een film over filmmaken. Een horrorfilm in dit geval. Al mag dat volgens de producent-in-de-film niet zo heten: (denk het vette Italiaanse accent er zelf maar bij) "It is a Santini film!" Biefstukken, meloenen, radijsjes, de complete dagvoorraad van een middelgroot restaurant wordt aan stukken gehakt en gescheurd om het geluid van een middeleeuwse martelkelder na te bootsen.
Berberian Sound Studio volgt de hellevaart van een brave Engelse Gerauschmacher bij de postproductie van een onvervalste Italiaanse jaren zeventig ‘giallo’ en is een echte Locarno-film. Het festival is in zijn derde jaar onder Olivier Père, de voormalige programmeur van de Quinzaine des réalisateurs van Cannes, weer terug waar het ooit naam mee maakte: een mix van net een beetje edgy genrefilms (van horror tot komedies) voor een groot publiek, een open oog voor de maverick-auteurs uit de filmgeschiedenis en hun hedendaagse erfopvolgers, en een plek voor interessante ontdekkingen. Dan krijg je dus een festival waar (dwars door de secties heen) lellebellende bruidsmeisjes vuilbekkend te keer gaan in de Judd Apatow-achtige komedie Bachelorette tijdens de openluchtvoorstelling op de Piazza Grande. Of een paar duizend mensen naar abstracte documentaires kijkt als The End of Time van Peter Mettler, Leviathan van Lucien Castaing-Taylor en Verena Paravel (FIPRESCI-prijs van de Europese filmkritiek) of Tectonics van Peter Bo Rappmund (special mention Cineasti del presente). Waar een Open Doors-programma de focus op Afrika legt. Waar voor industry guests een work in progress-sectie is geprogrammeerd, waardoor ze een extra reden hebben om, voor het festivalseizoen van start gaat, naar Locarno af te reizen, want daar is misschien al iets te zien van de buzz-films van over een half jaar. Waar je heel stil wordt van When Night Falls (Liang Ying, bekroond met regie-Luipaard en voor beste actrice), die vanuit de ogen van zijn moeder de gevangenisstraf en de uiteindelijke ter dood veroordeling van een Chinese man reconstrueert die verdacht werd van het doden van zes politieagenten, nadat hij op een zogenaamde ongeregistreerde fiets had rondgereden. Waar twee Weense musea figureren in twee fantastische films die ontroerend en alsof het nog nooit eerder gebeurd is reflecteren op de noodzaak van kunst voor het leven: Der Glanz des Tages (van La pivellina-regisseurs Rainer Frimmel en Tizza Covi, bekroond voor beste acteur) en Museum Hours van Jem Cohen (CICAE Art Cinema Award). Een onbedoeld tweeluik.
Want zo kan dat dus gaan op festivals waar met smaak en onderscheidingsvermogen geprogrammeerd wordt: je krijgt er als bezoeker het idee dat elke willekeurige selectie die je maakt meer wordt dan de som der delen, en een groter verhaal vertelt, dat de vinger aan pols van de tijd houdt.

Dronken meeuw
Net als bij de grote haute couture-shows aan het begin van het modeseizoen, ben je op filmfestivals altijd wat minder op zoek naar de ‘draagbaarheid’ van al die films die je bekijkt, dan naar de trends en de tendensen die ze (al dan niet bedoeld en in de samenhang van een programmering) blootleggen. Ronduit sensationeel is Leviathan. Een totaalervaring en hoogtepunt in digitaal filmmaken, omdat de talloze kleine digitale cameraatjes die gebruikt zijn onder water duiken en in de ogen van dode vissen kruipen. Maar het wordt interessanter als je je bedenkt dat het een van de vele succesvolle films is die de laatste jaren is voortgekomen uit het Sensory Ethnographic Lab van Harvard, waar vanuit het (wetenschappelijke) onderzoek naar esthetica en etnografie een nieuwe beeldtaal is ontstaan, die niet per se objectief is, maar wel de onbevooroordeeldheid van het beeld nastreeft door nieuwe perspectieven te zoeken. De camera zwiept langs kabels en druipende netten en duikt in de golven als een dronken meeuw. Hoezeer dit door de makers als een collectief proces van toeval en precisie wordt gezien blijkt wel uit het feit dat ze de vissen, de meeuwen en iedere zeeman bedanken in de credits.
Bruegel! Leven! Liefde! Kunst! Ook stads- en museumportret Museum Hours gaat er allemaal over. Op de grens van documentaire en fictie. Gescript door zorgvuldig kijken. Scherp, vol humor en menselijk. Een film waardoor je naar buiten wilt gaan, en lopen, dwalen, verdwalen door al je steden, aan de hand genomen door de onuitgesproken Wahlverwandtschaft van de twee vreemdelingen in de film, een suppoost en een reizigster; maar op een manier die de gebruikelijke clichés over dit soort toevallige ontmoetingen overstijgt en zo de verbanden blootlegt tussen geschiedenis, politiek en (kunst)geschiedenis.

Dana Linssen